Minder ambulanceritten ARR door beter uitvragen door centralist

Nieuws
Afbeelding
(Foto: Stock)

ARR (Ambulancezorg Rotterdam-Rijnmond) moet zich houden aan 26 kwaliteitsindicatoren, De aanrijdtijd is daar één van. Die vijftien minuten zijn trouwens niet medisch maar logistiek onderbouwd. En doordat de centralist betere vragen is gaan stellen hoefde de ambulance in 2025 6000 keer minder ingezet te worden.

Chrit Wilshaus

Dat betoogde Arie Wijten, vanaf 2016 directeur van ARR. afgelopen dinsdagavond op een themabijeenkomst met raadsleden over de prestaties van de ambulancedienst, die sinds 202 onderdeel is van de VRR (Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond). Tot midden vorig jaar zijn de prestatiecijfers van de ARR bekend. Een dorre opsomming van cijfers werd het echter niet. Overigens behoort Maassluis niet tot het werkgebied van de ARR. In Maassluis is de ambulancedienst van Regio Haaglanden actief. Dat is wel een beetje scheef, vond ook Wijten maar heeft te maken met het feit dat de zorgverzekeraar, die de ambulancediensten in ons land financiert, Haaglanden geld heeft gegeven om de ambulance in Maassluis in te zetten. Toch is de ARR, om het nog ingewikkelder te maken, naast Haaglanden ook in Maassluis actief.

Niet levensbedreigend

De ritten van de ARR zijn in verschillende categorieën ingedeeld. Die urgentie-indeling is aangepast, aldus Wijten. Was het eerst zo dat een hart-, herseninfarct en gebroken heup allemaal A1-ritten waren, waarbij de ambulance binnen vijftien minuten ter plaatse moet zijn, nu is dat niet meer zo. “Als we niet binnen zes minuten bij iemand de een hart- of herseninfarct heeft gekregen zijn, is er grote kans op blijvende gezondheidsschade. Dus daar moeten we zo snel mogelijk heen. Een gebroken heup is wel heel erg vervelend maar is natuurlijk niet levensbedreigend. Daarom zijn er nu ook A0-ritten waar geen tijdsindicatie geldt. Daarbij zijn we overigens zo rond de 97,9 procent ook binnen de vijftien minuten.” Daarnaast is nog een aantal andere urgentie-categorieën opgesteld.

Niet meer meetellen

Doordat de centralist betere en andere vragen stelt, hoefde de ARR vorig jaar 6000 ritten minder te rijden wat helpt om de ambulance, een schaars goed volgens Wijten, zo goed mogelijk in te kunnen zetten. “Deze andere manier van uitvragen heet triage plus en houdt in dat er op de meldkamer naast een centralist, die ook verpleegkundige is, tevens een arts aanwezig is. Die kan ook op- of afschalen, wat een centralist niet mag. Wat er uit het systeem komt, moet hij eigenlijk volgen. En als het systeem zegt: het is A1, dan moet de ambulance gaan rijden. Maar het komt ook voor dat er A1 uitkomt maar de centralist van mening is dat dit niet nodig is.” Maar ook andersom kan voorkomen, aldus Wijten. “Dat er niet zo’n hoge indicatie uitkomt maar er geoordeeld wordt dat we er alsnog beter als een speer naartoe moeten.” De twee minuten van de melding maken overigens ook deel uit van de vijftienminutennorm. Volgens Wijten zou het beter zijn die daar geen onderdeel meer van zouden uitmaken. “En dat betekent dat er wel een wetswijziging aan zit te komen om die twee minuten van de meldtijd niet meer mee te tellen. Dat zou al een grote verbetering zijn, denk ik. Want dan wordt het allemaal wat realistischer.”

Beetje beteugelen

“Ik wil blijven bepalen waar een ambulance naartoe gaat want een ambulance is een heel erg schaars goed”, stelde Wijten verder, die daarnaast betoogde dat de ARR zijn werkwijze constant verbeterd en vernieuwd. “Eigenlijk hebben we maar drie problemen, zeg ik altijd: personeel, personeel en personeel. Dat betekent dat we enerzijds heel erg hard moeten blijven werven om ervoor te zorgen dat we die zorgvraag kunnen blijven beantwoorden. Maar anderzijds proberen we ook steeds om de zorgvraag een beetje te beteugelen.” Die vraag is te groot voor de ARR om de hele regio te kunnen behappen, weet Wijten. Het werven van nieuw personeel zou trouwens beter gaan doordat de arbeidsvoorwaarden zijn aangepast. Wijten: “Het loon is geen excuus meer om niet bij de ambulancezorg te gaan werken. Ondertussen gaat er bijna niemand meer weg bij ons, tenzij met pensioen. Maar de zorgvraag stijgt nog steeds. Daarom is het belangrijk om veel meer werk te maken van het terugdringen van die vraag.”

AED

ARR-directeur Arie Wijten is “ontzettend blij” met het levensreddende gebruik van AED’s door politie en brandweer maar zeker ook door burgerhulpverleners. Dat scheelt ambulanceritten, antwoordde hij op een vraag hierover van Astrid van der Houwen (ChristenUnie-steunraadslid).

Meer nieuws uit Maassluis?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: