Column Marcel van Stigt: Nooit vergeten

Column
Afbeelding
(Foto: Pixabay)

Meestal staat de krant vol ellende, van overstromingen en bosbranden tot grensoverschrijdende gevallen en bomaanslagen, want goed nieuws is geen nieuws. Maar toen ik afgelopen vrijdag het AD opensloeg, stuitte ik op een vrolijk stemmend bericht: de populatie olifanten in zuidelijk Afrika is licht gegroeid! 

Kijk, hier word ik nou blij van. Olifanten zijn immers mijn favoriete dieren, meer nog dan honden, katten en goudvissen. 

Dat was al zo toen ik vroeger met ouders en broers door Artis liep. Dan rende ik meteen naar de olifanten om daar de rest van de dag te blijven staan. Alleen de belofte van een ijsje halen bracht me op andere gedachten. 

Waarom ik olifanten zo leuk vind? Geen flauw idee. Ik vind het gewoon prachtige dieren. Zo’n enorme grijze lobbes, die trage tred, die slagtanden, die slurf. Ik kijk op televisie vaak naar natuurdocumentaires en dan hoop ik dat er vooral olifanten in beeld komen.   

Ben trouwens ook dol op olifantenpaadjes. 

Volgens mij zijn olifanten intelligente dieren, met een geheugen om jaloers op te zijn. Ken je die Rollo-reclame nog? Erg leuk.

Zelf weet ik nauwelijks nog wat ik een uur geleden heb gedaan, om nog maar te zwijgen over namen en huisnummers. Niet zelden moet ik, op weg naar een interview, tien keer kijken op welk adres ik ook alweer moet zijn. En dan nog is de kans levensgroot dat ik ergens op huisnummer 34 aanbel, terwijl ik bij nummer 43 moet zijn. 

Maar goed, terug naar de olifant. 

Daarmee ben ik ooit op één dag twee keer – letterlijk – in aanraking gekomen. Dat gebeurde tijdens mijn reis door Zuid-India, lang geleden. In een van de tempels die ik bezocht konden bezoekers worden gezegend door een olifant. Werkelijk waar. Zo’n kans wilde ik niet zomaar voorbij laten gaan. 

Ik telde wat roepia’s af, gaf ze aan de olifantenbegeleider en ja hoor, daar ging ik. Twee stappen naar voren, hoofd buigen en daar voelde ik hoe de ruwe slurf van de olifant over mijn bolletje streek. Ik was gezegend en daar heb ik na al die jaren nog altijd profijt van. 

Toch leek het er in eerste instantie op dat mij direct daarna een groot onheil zou treffen. Bij het verlaten van de tempel liep ik linksaf een hoek om richting een poort. Daar wilde ik doorheen, maar precies op dat moment kwam van de andere kant een gigantische olifant aansloffen, met op zijn nek een streng kijkende fakir met een tulband op zijn hoofd. Ook hij wilde er doorheen, maar sámen met mij – dat ging niet. 

Nu ben ik best brutaal als ik met mijn auto een smalle brug nader en vanaf de andere kant een tegenligger hetzelfde wil. Dan duw ik soms een beetje door. Maar in dit geval leek me dat allerminst verstandig. Er zijn momenten dat je je plaats moet weten. Dit was zo’n moment. 

De olifant passeerde mij op een decimeter afstand en ik hield angstvallig mijn adem even in. Wát een gevaarte.  

Ik ben dit nooit vergeten. En die olifant, met zijn ijzeren geheugen, misschien ook niet.

Meer nieuws uit Oostzaan?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: