100 jaar terug in tijd met Gerrit van de Velden uit Purmerend

Nieuws
Afbeelding
(Foto: Enny Smit)
Enny Smit Correspondent Purmerend

PURMEREND - Beeld je in, 100 jaar terug in tijd, kun je dat voor je halen? Dat je 3 cent betaalde voor een zoute haring, 10 cent voor een brood, 25 cent voor een bak met mosselen en ga zo maar door. Gerrit van de Velden wel. Hij blies recent honderd kaarsjes uit.

Onlangs stapte ik binnen bij de heer Gerrit van de Velden en hij bereikte 10 september de respectabele leeftijd van 100 jaar. De ballonnen honderd hingen nog in de woonkamer. Het is groots gevierd met de familie.

Gerrit werd geboren in Amsterdam-Noord, dat men het Blauwe Zand noemde. "Noord was opgespoten met blauw zand", legt hij uit. Hij kwam uit een gezin met zeven kinderen. De huur van een woning bedroeg toen 4,75 gulden per maand. Een zoute haring kostte 3 cent, een brood 10 cent en een bak mosselen 25 cent.

Steeds meer van haar houden

Gerrit, zoals ik hem mag noemen en tutoyeren, woont ruim 30 jaar in Purmerend in de woning waar hij nu woont. Hij woonde daar met zijn vrouw Ans, die door ziekte hem helaas in 2025 is ontvallen. “Mijn vrouw had een stoma en dat was zeker niet makkelijk en het mooie was.” Hij laat een korte stilte vallen. “Ik ging steeds meer van haar houden.” Ik vind het ontroerend. Hij zegt: “Dat kan ook niet anders. We zijn 74 jaar getrouwd zijn geweest.”

De bel gaat

De bel gaat. De buurvrouw komt even langs om te kijken hoe het haar buurman vergaat. Dit doet zij elke dag, vertelt Gerrit. Hij vindt dat geweldig.

“Belangrijk is dat als je ergens woont”, zegt Gerrit, “dat de mensen je kennen, dan wil ik me geven, vrijwilligerswerk, werk, er zijn voor anderen. Ook mijn vrouw Ans deed dat in haar leven. Zo was zij. Zij voelde dat ook zo.”

Vrijwilliger, koorzanger en kassier

Gerrit was vrijwilliger in het Purmerends Museum. Hij zong Latijns in het Katholieke Kerkkoor in de Koepelkerk, tot het koor stopte omdat er te weinig leden waren. Hij werkte als kassier bij De Nederlandsche Bank. Door de ziekte van zijn vrouw stopte hij eerder. Hij maakte reisjes met haar en zorgde liefdevol voor haar. "Liefde en gezondheid, dat gaat het om", vertelt Gerrit.

Met de caravan trokken ze naar het plaatsje Eén (uitspreken als Un) bij Norg in Drenthe. Daar fietsten ze graag. "En niks elektrisch he", zegt hij lachend. "Je moest trappen."

Handen uit de mouwen

Een man van het bankwezen. Ook zijn zoon en dochter werken in het bankwezen. Zij hebben een mooie baan. Gerrit vertelt dat het goed gaat met zijn gezin. Voordat zijn vrouw overleed, zei ze: "We hebben het goed gedaan. Ik heb het fijn bij je gehad." "Ja", zegt Gerrit, "we waren verstrengeld met elkaar."

Hij vindt het belangrijk om ‘nee’ tegen je kinderen te zeggen, omdat dat hen vormt. ‘Ja’ zeggen is makkelijker. Wie ergens aan begint, moet het afmaken, zegt hij. Dat geldt voor werk, vrijwilligerswerk en privé.

Een man van stavast die niet wars was van ook elders de handen uit de mouwen te steken. Gerrit stak ook elders de handen uit de mouwen. Bij familie in een banketbakkerij in Delft nam hij twee of drie snipperdagen op. Dan maakte hij boterletters, paaseieren en ander lekkers.

Onderduiken in oorlogstijd

Dat was anders in de oorlogstijd waar hij onderdook bij een boer. Tijdens een razzia in de stad dook hij onder de toonbank van een winkel. Daarna meldde hij op zijn werk dat het zo niet langer kon en dat hij moest onderduiken. Zo kwam hij bij een boer terecht, waar hij meehielp met het werk. Razzia’s bleven ook daar niet uit. "Je kon de Duitsers aan horen komen, met hun laarzen en pinnen eronder." De vrouw van de boer ging snel melken. Dat was volgens de Duitsers niet zoals het hoorde, maar zo leidde ze hun aandacht af van het zoeken.

De boer, zo inventief als de beste man was, had in een hooiberg een holle ruimte gemaakt. Daar doken de jongens dan in. Gleden naar beneden en kwamen uit naast de koeien, naast een bedstee in de stal. Vroeger sliep de boerenknecht in de stal. Nu waren de bedsteden gevuld met bieten en zaten de jongens erachter verborgen, in angst. Zo overleefden ze.

“In oorlogstijd gebeuren andere dingen die je je nu niet voor kan stellen, ook erna niet. Toen moest ik direct naar Engeland toe, studeren en toen als de bliksem naar Rotterdam toe.” Schepen moesten via de Westerschelde komen, maar daar werd nog gevochten. De haven van Antwerpen werd daarom de aanlegplaats. In een loods lag oorlogsmateriaal. Daar werkte Gerrit anderhalf jaar aan het bijhouden van de inboedel. Ook tien NSB’ers werkten er, onder toezicht van militairen. "Daar bemoeide ik mij niet mee."

Spertijd en honger

“Dit zijn nog maar een paar verhalen”, zegt hij, “De leeftijd die ik heb, het is niet te achterhalen. Zo een andere tijd. Op mijn klompen moest ik een paar kilometer verder in Amsterdam vier broden halen á 1 cent per brood, goedkoper dus. Of volle melk halen bij de boer met een geëmailleerde emmer. Heen ging prima, terug was een andere loop met een emmer vol melk.”

Even terug naar het kind zijn, na 20.00 uur mocht niemand nog naar buiten, spertijd. Dat liet je ook, want stel een granaat trof je straat, dan spatte deze uit elkaar en de gevolgen waren desastreus. Huizen die instorten door geweld een zo heeft hij als jonge knul een moeder met vijf kinderen eruit gehaald, allen waren overleden. "Dát alleen al zit in je geheugen, staat op je netvlies."

Armoede en eetzalen

"Allemaal hadden we armoede, ook in ons gezin met zeven kinderen", vertelt Gerrit. Na de oorlog had men in feite geen kapitaal. Stenen van gebombardeerde, beschadigde huizen werden verzameld. Men sloeg de specie eraf om weer te bouwen.

In Amsterdam waren eetzalen waar kinderen tussen de middag gratis te eten kregen. De ouders konden ‘s avonds aanschuiven voor 5 cent. Daar werd gretig gebruik van gemaakt. Het eten werd uit grote ketels opgeschept.

Boodschap voor de jeugd

Een man van bijzondere woorden, woorden uit het verleden, uit zijn jeugd, zijn kind-zijn, zijn gezin en het liefdevolle huwelijk met zijn vrouw Ans. Maar ook de oorlog wordt genoemd en dat is toch wel een tijd wat diep geworteld zit. Je wellicht maakt tot wie je nu bent.

Gerrit laat weten dat je nu leeft in een mooi land. “Probeer dat zo te houden!”, roept hij. “Doe je best en ik zou zeggen, als je een goed stel hersens hebt, gebruik ze. Gebruik die saamhorigheid, zoals Koningsdag dat laat zien. De volgende dag wil dat vaak anders zijn.” Mensen leven te snel, geeft hij aan. “Kijk naar elkaar, naar wie je lief hebt, je tegen komt, wie met je meeloopt in je leven. Herinneringen die je samen maakt, zijn uiteindelijk veel waardevoller dan alle technische snufjes die ik voorbij heb zien komen.”

Meer nieuws uit Purmerend?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: