In Purmerend bouwden 177 gezinnen hun eigen wijk

PURMEREND – Eerst de bewoners, dan pas de architect en de aannemer. Met die ongebruikelijke aanpak ontstond vijftig jaar geleden de bijzondere buurt Gors-Zuid. Honderden gezinnen sloegen de handen ineen om eigen woningen te bouwen, tegen prijzen die ver onder de gebruikelijke nieuwbouwprijzen lagen. Arnold Langereis en Tom Garritsen stonden als raadsleden in de werkgroep van Gors-Zuid aan de wieg van het project. Een halve eeuw later wonen beiden er nog altijd.
In de jaren zeventig groeit Purmerend razendsnel. De stad moet van 20.000 naar 70.000 inwoners groeien, onder wie veel Amsterdammers. Overal verrijzen nieuwbouwwoningen. Maar een groep inwoners wil het anders aanpakken. Waarom bepalen ze niet zelf hoe ze wonen?
Arnold, destijds gemeenteraadslid, raakt samen met Tom betrokken bij dat idee. Ze verzamelen mensen met verschillende beroepen, richten een werkgroep op en zetten een stichting op. Arnold werd zelfs voorzitter van de stichting. Via advertenties in kranten nodigen ze belangstellenden uit voor bijeenkomsten in Amsterdam en Purmerend. Uiteindelijk melden zich driehonderd gezinnen aan.
Bewoners eerst
De vereniging krijgt toestemming om woningen te realiseren. Het plan is even eenvoudig als revolutionair: een aannemer bouwt alleen de betonnen skeletten en bewoners werken hun huizen vervolgens zelf af. Zogenoemde cascowoningen.
“Het unieke van het hele verhaal is natuurlijk dat we begonnen met de inwoners”, vertelt Arnold.
Ook voor de architect is dat wennen. Normaal ontwerpt hij woningen zonder te weten wie erin komen wonen. Nu moet hij jarenlang met toekomstige bewoners overleggen. Die beslissen samen hoe hun buurt eruit komt te zien.
Tom vertelt dat de toekomstige bewoners duidelijke wensen hadden: “Ik noem maar bijvoorbeeld geluidsisolatie. Dat vonden ze belangrijk. En warmte-isolatie”. Toch bleek niet alles mogelijk. “Dubbel glas viel bijvoorbeeld meteen uit. Veel te duur.”
De bewoners krijgen keuze uit vijf pakketten bouwmaterialen. Wie weinig zelf wil doen, beperkt zich tot het schilderwerk. Anderen plaatsen binnenmuren, leggen elektriciteit aan of installeren de centrale verwarming.
Van de 177 woningen die uiteindelijk verrijzen, zijn er volgens Arnold maar twee precies hetzelfde.
Groen in plaats van auto’s
De bewoners bepalen niet alleen hoe hun huizen eruitzien, maar ook hoe ze willen samenleven. Auto’s verdwijnen naar centrale parkeerplaatsen. Tussen de woningen komen wandelpaden, speelruimte en vooral veel groen.
“We wilden centrale parkeerplekken in de wijk”, vertelt de oud-voorzitter. “De huizen werden zo gebouwd dat we eigenlijk alleen maar speel- en wandelmogelijkheden hebben tussen veel groen.”
Die keuze bepaalt vijftig jaar later nog altijd het straatbeeld. Kinderen spelen zonder voortdurend op auto’s te hoeven letten. Volgens Arnold heeft de buurt daardoor veel meer groen dan andere woonwijken.
Ook financieel pakken de initiatiefnemers het groots aan. De vereniging leent volgens de voorzitter 23 miljoen gulden bij een bank en regelt zelf de financiering van de woningen. Zelfs de bestrating betalen de bewoners gezamenlijk. In plaats van standaard grijze tegels kiezen ze onder meer voor sierstenen en basaltkeitjes.
“We zaten met de verkoopprijzen 30 tot 40 procent onder datgene wat er verder in Purmerend gebouwd werd”, vertelt Arnold.
Tom wijst erop dat de bewoners ondanks het vele zelfwerk niet volledig aan hun lot werden overgelaten. Mocht iemand bijvoorbeeld door een gebroken been zijn woning niet meer kunnen afbouwen, dan moest de aannemer dat overnemen. “Eigenlijk had je helemaal geen risico”, vertelt hij.
Ideaal naar werkelijkheid
Toch blijft niet alles zoals de oprichters het graag zagen. Aanvankelijk zijn de bewoners lid van een coöperatie, die hun het recht geeft een woning te bewonen. Daarmee wil de vereniging voorkomen dat de goedkope huizen later voor hoge bedragen worden doorverkocht.
Maar na ongeveer twee jaar ontstaan meningsverschillen. Sommige bewoners wilden hun woning vrij kunnen verkopen. Ze hieven de vereniging op en de bewoners kregen individuele koopcontracten.
“We bouwden goedkope huizen en we wilden dat die goedkoop bleven, ook in de toekomst. Dat is helaas niet gelukt”, vertelt Arnold.
Arnold betaalde destijds 110.000 gulden voor zijn woning. Vorig jaar vertelde een makelaar hem dat die inmiddels zo’n 550.000 euro waard is. “Dat is een beweging waar ik niet trots op ben. Mijn huis is tien keer over de kop gegaan.”
Nog altijd thuis
Arnold woont inmiddels vijftig jaar op dezelfde plek. Aanvankelijk wilde hij helemaal niet in Gors-Zuid wonen. Maar zijn vrouw dacht daar anders over.
“Mijn vrouw zei: je gaat niet die wijk opzetten en dan met mij in die flat blijven zitten. Dat doen we niet.”
Inmiddels ziet hij weer meer jonge gezinnen naar de buurt trekken. De hechte gemeenschap van vroeger, waarin bewoners maandelijks samenkwamen om besluiten te nemen, is veranderd. Toch blijft het onderlinge contact volgens hem bijzonder.
“Het is nog wel steeds zo dat de mensen elkaar gedag zeggen als ze hier lopen.”
En zelf vertrekken? Daar denkt Arnold niet aan. “Ik woon hier prachtig.”
Tom denkt met plezier terug aan de activiteiten die bewoners samen organiseerden. Zo organiseerde de buurt vaker feesten waarbij ze zelf paling rookten. Op een gegeven moment moesten ze zelfs honderd pond paling regelen. “We maakten tot ‘s nachts, met geloof ik vijf of zes man, tot half vier die palingen schoon”, herinnert Tom zich. “Dat zijn leuke dingen om te onthouden.”







Meer nieuws uit Purmerend?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie