Column Annemiek van Moorst: uit beeld

Nieuws
Annemiek woont en schrijft in Rijswijk
Annemiek woont en schrijft in Rijswijk (Foto: Privé)

Wat als je kind morgen niet meer naar school hoeft? Geen volle klas, geen voortgangsrapportage gesprekken, geen schoolplein. Gewoon thuis. Aan de keukentafel. Dit klinkt voor sommige ouders goed, voor anderen als een nachtmerrie. Thuisonderwijs gebeurt steeds vaker.

Ongeveer 2500 kinderen in Nederland gaan niet naar school omdat hun ouders een vrijstelling van de leerplicht hebben gekregen op basis van hun levensbeschouwelijke of religieuze overtuiging.

Dat systeem staat onder druk. De gemeente Den Haag heeft in mei 2026 besloten deze vrijstelling niet langer automatisch toe te kennen. Meer dan honderd Haagse kinderen die nu thuisonderwijs krijgen, moeten waarschijnlijk na de zomervakantie alsnog naar school.

Aanleiding is een uitspraak van de Hoge Raad. Volgens de rechter bieden openbare scholen objectief onderwijs en staan zij open voor kinderen met uiteenlopende geloofs- en levensovertuigingen. Daarmee vervalt in veel gevallen de reden voor vrijstelling.

De redenen voor het kiezen van thuisonderwijs is verschillend. Sommige kinderen bloeien op doordat het onderwijs volledig wordt afgestemd op hun tempo en behoeften. Er is meer rust, meer flexibiliteit en ruimte voor talentontwikkeling.

Maar er is ook een andere kant van het verhaal.

Onder volwassen mensen die thuisonderwijs hebben gehad, zie je grote verschillen. Wie opgroeide in een open omgeving met veel contacten buiten het gezin kijkt vaak positief terug. Maar er zijn ook verhalen van jongeren die zich geïsoleerd voelden en sociale ervaringen hebben gemist. Juist dat maakt thuisonderwijs zo ingewikkeld.

Als voormalig leerkracht heb ik gemengde gevoelens over thuisonderwijs. Ik geloof best dat er ouders en communities zijn die het uitstekend organiseren. Er bestaan netwerken, activiteiten en ontmoetingen waar kinderen elkaar treffen en samen leren. Maar ik weet ook dat niet iedere ouder een leerkracht is. Niet ieder gezin beschikt over de kennis, tijd of middelen om jarenlang kwalitatief onderwijs te bieden.

En precies daar wringt het. De onderwijsinspectie houdt geen toezicht op wat deze kinderen leren. Niemand weet zeker of zij voldoende kennis opdoen of hoe hun ontwikkeling verloopt. Wat ontneem je een kind als het later wél naar school wil, maar een achterstand blijkt te hebben die moeilijk in te halen is?

Onderwijs is meer dan rekenen en taal. Het is ook ontmoeten, botsen, samenwerken en ontdekken dat de wereld groter is dan je eigen gezin. Daarom moeten we het debat over thuisonderwijs niet alleen voeren vanuit de rechten van ouders, maar vooral vanuit de kansen van kinderen. Hoe gaat de rest van Nederland dit oppakken?

Annemiek van Moorst

Meer nieuws uit Rijswijk?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: