Plaspoelpolder zit in de lift dankzij transformatie

Zakelijk
Werner van Damme bij de luchtfoto waar de Plaspoelpolderzaal in het Huis van de Stad zijn naam aan te danken heeft.
Werner van Damme bij de luchtfoto waar de Plaspoelpolderzaal in het Huis van de Stad zijn naam aan te danken heeft. (Foto: Gemeente Rijswijk)

Niet iedereen zal bij de Plaspoelpolder direct denken aan de omschrijving ‘een verborgen parel in Rijswijk’. Toch is dit bedrijventerrein een levendig gebied aan de rand van de stad. Elsevier Weekblad plaatste het vorige maand zelfs in de top 50 van Nederlandse toplocaties. Werner van Damme: “Ik vind dat echt een prestatie van alle ondernemers en investeerders die actief zijn in dit gebied.”

Door: Marc Tangel

De wethouder Economie is blij met de waardering die de Plaspoelpolder landelijk heeft gekregen. Het onderzoek in Elsevier wordt jaarlijks uitgevoerd in samenwerking met onderzoeksbureau Louter. “In vergelijking met de één-na-laatste publicatie zijn we 21 plekken gestegen”, constateert Van Damme tevreden. Toch moet ook hij toegeven dat dit bedrijventerrein geen open boek voor hem is. “Ik woon daar al sinds 2006 in de buurt en als ik er doorheen fiets denk ik weleens ‘wat gebeurt hier nou eigenlijk allemaal?’. Ook ik lees vaak alleen over de negatieve dingen die hier plaatsvinden: een brand of inbraak, bijvoorbeeld. Als wethouder heb ik echter de kans om bij veel bedrijven op bezoek te gaan en dan kom je er pas écht achter wat voor mooie en gave projecten er eigenlijk plaatsvinden.”

Transformeren

Als voorbeeld noemt Van Damme het gebied rond De loods aan de Treubstraat. “Dat is het eerste deel wat is aangepakt vanaf 2018”, doceert hij. “Daar is de visie voor de Plaspoelpolder toegepast om dit gebied te transformeren naar een plek die echt behouden blijft voor bedrijvigheid. Dat is een goede keus geweest, omdat je landelijk ziet dat vanuit zowel het ministerie van Economische Zaken en Klimaat als ook vanuit de provincie de druk op bedrijventerreinen toeneemt. Dit vanwege de grote vraag naar woningen. Maar als die mensen hier gaan wonen, dan moeten ze ook ergens werken. Dat betekent dat je verstandig naar je ruimtegebruik moet kijken. Dat is wat we hier doen.” Daarnaast ligt de focus volgens de wethouder op de zorg om de juiste bedrijfsvorm op de juiste plek te creëren. “Momenteel is er veel behoefte aan meerlaagse bedrijvigheid”, constateert Van Damme. “Denk aan twee of drie bedrijven in één gebouw. Onze manier van werken is de laatste jaren anders geworden. In plaats van één bedrijf op één plek zie je nu gebouwen met meerdere bedrijfjes erin, die echter wel behoefte hebben aan bijvoorbeeld een gezamenlijke ruimte voor ontspanning. Aan die ontwikkeling wordt nu alle ruimt gegeven.”

Uitdagingen

Dat het gebied in de lift zit, blijkt ook wel uit de leegstandcijfers. In 2017 was nog een kwart van de gebouwen in de Plaspoelpolder per direct beschikbaar. Inmiddels is dit teruggelopen tot zestien procent. Daarnaast benoemt Van Damme de investeringen die de laatste jaren zijn gedaan om zowel het ondernemersklimaat als de veiligheid op het terrein te verbeteren. Toch ontkent de wethouder niet dat er nog steeds de nodige uitdagingen zijn. “Samen met het industrieschap Plaspoelpolder (IPP) hebben we als gemeente en ondernemers afgesproken om nog een forsere inhaalslag te maken in de verblijfskwaliteit van het gebied”, vertelt hij. “Het is bijvoorbeeld wel een plek waar sprake is van hittestress in de zomer. Als gemeente hebben we, samen met het IPP, aardig wat geld beschikbaar gesteld om samen met de ondernemers daar een inhaalslag in te maken.” Eén van de kanszones die Van Damme hierbij noemt is het gebied rond het oude Arbounie gebouw.

Vintage

Ondanks dat er de komende jaren nog wat puntjes op de i gezet moeten worden, voorziet Van Damme in een glorieuze toekomst voor het industriegebied. “De Plaspoelpolder is een naam met een historie. Het heeft in het verleden misschien een imagoprobleem gehad, maar je merkt dat de belangstelling voor dit soort vintage bedrijfsterreinen nu juist toeneemt. Voor de toekomt verwacht ik dat dit gebied echt ‘the place to be’ wordt voor ondernemers.”