UITGEESTER OORLOGSVERHALEN

Tilly (82) vluchtte in Tweede Wereldoorlog van Uitgeest naar Schermerhorn: ‘Duitse soldaten sliepen op onze verstopte wapens’

Historie
Tilly Molenaar maakte de oorlog als klein meisje mee.
Tilly Molenaar maakte de oorlog als klein meisje mee. (Foto: vdvfoto.nl/Loed Veth)

UITGEEST - Als 2-jarig meisje alles achter moeten laten om met je gezin te vluchten voor de oorlog. Het overkwam Tilly Molenaar-Willemse (82) in september 1944. Met haar ouders en negen broers en zussen vertrok zij met een boot van Uitgeest naar Schermerhorn.

‘‘Binnen drie dagen moesten we ons huis verlaten’’, begint Tilly haar verhaal. ‘‘Er hingen plakkaten dat iedereen het dorp uit moest, omdat de bevrijding dichtbij zou zijn. Frankrijk was bevrijd en de Duitsers verwachtten dat Nederland zou volgen. Dit zou volgens hen vanaf de westkant gebeuren.’’

De enige optie die het gezin had, was reizen met een boot. ‘‘Het was een zeilschip, dus als er geen wind stond kon je niet varen. Als je dan toch weg wilde, moest je langs het water lopen en de boot met een leren tuig om je schouders voorttrekken. In de oorlog gebeurde dit vaak, omdat er geen brandstof was. Je moest ook een vaarvergunning hebben om olie te mogen tanken. Als de schipper die ons hielp geen vergunning had gehad, hadden we niet weg gekund.’’

Het mag volgens Tilly een wonder heten dat de schipper niet gecontroleerd werd tijdens de vaartocht. ‘‘Hij werd in de gaten gehouden door de Duitsers. NSB’ers probeerden hem een paar keer te verraden.’’

Twaalf mensen plus huisraad op scheepje

Tilly vervolgt: ‘‘In Schermerhorn woonde mijn oom, de broer van mijn vader. Op een of andere manier heeft mijn vader kunnen vertellen dat wij kwamen. Dat was bijzonder, want er waren eigenlijk geen communicatiemiddelen.’’ Met een boot - De Gezusters - vertrok het gezin naar Schermerhorn. Twaalf mensen plus de huisraad moest worden vervoerd.

‘‘We hadden van alles mee: matrassen, dekens en kleding. Je kon wel ergens een slaapplek zoeken, maar je moest zelf zorgen voor beddengoed. De luiken moesten van de boot af om de huisraad in het ruim te leggen. Luiken er weer op en dáár zaten wij. Wonder boven wonder is er op de heenweg niemand in het water gevallen’’, lacht Tilly.

‘Oom Henk zorgt voor ons’

Het hele gezin moest onderdak hebben, maar Tilly heeft altijd vertrouwen gehad in haar vader, zoals hij het volste vertrouwen in zijn broer had. ‘‘Mijn vader zei: ‘We gaan naar oom Henk, hij zorgt voor ons’. Mijn vader, moeder en de twee jongste kinderen - mijn broer en ik - bleven bij onze oom en tante. De andere acht kinderen werden in de omgeving ondergebracht.’’

Dat Tilly’s vader zoveel vertrouwen in zijn broer had, kwam niet uit de lucht vallen. ‘‘Hun moeder is jong gestorven. De jongens hadden een enorm sterke band.’’

Werken in plaats van kattenkwaad

Oom Henk was staalsmid en hoefsmid en daardoor erg handig. Als er iets kapot was, maakte hij het. “Hij stond voor iedereen klaar en toen wij hem nodig hadden stond hij ook voor ons klaar. Dát was wat je nodig had: hulp. Oom Henk zorgde ook dat mijn oudere broers zichzelf bezig konden houden. Ze werkten bij een boerenbedrijf. Ze onderhielden de tuin en zorgden voor de dieren. Ze waren pas 10, 11 en 13 jaar oud, maar ze konden wel iets doen. Als zij zich gingen vervelen, zouden ze kattenkwaad uithalen. Dat wilden mijn ouders niet. De boer bij wie ze werkten, was ook een klant van mijn oom. Hij kwam er met zijn paarden. Van zulke lijntjes moest je het hebben.’’

Gezin herenigd in kleuterschool

Zes weken na vertrek van Uitgeest naar Schermerhorn begon de herfstvakantie. Het gezin van Tilly miste het samenzijn. In de buurt stond een kleuterschool leeg. Er was geen geld om de kachel te stoken. ‘‘Mijn vader stapte naar het schoolhoofd en vroeg wat er met de school ging gebeuren. Omdat het gebouw leeg bleef, mochten wij er als gezin verblijven zodat we samen konden zijn. Na toestemming van de ouders van de leerlingen, was het geregeld. We werden met open armen ontvangen. Het was heel klein: vijf bij acht meter. Daar moesten we eten, slapen en leven, maar we waren in ieder geval bij elkaar.’’

Creatief als de vader van Tilly was wist hij de kachel ook weer aan de praat te krijgen. ‘‘Hij stookte met het hout van bomen die achter de school stonden. Elke dag hadden we een beetje meer uitzicht, want elke dag werd een boom gekapt om de kachel te stoken. Het was de perfecte oplossing, want geld voor kolen was er niet.’’

‘Duitse soldaten sliepen op verstopte wapens’

In de tijd dat het gezin in Schermerhorn bivakkeerde, waren er ook twee Duitse soldaten ingekwartierd bij Tilly’s oom en tante. ‘‘Dat was spannend, want mijn oom hielp ook in het verzet. Na de dropping van wapens moesten die verstopt worden. Dat kon in een magazijn boven de smederij, maar hier sliepen ook de Duitse soldaten. Ze sliepen op een matras dat op een kist lag. In die kist lagen de gedropte wapens verstopt.’’

Om te voorkomen dat de soldaten zonder medeweten van oom Henk binnen zouden komen, had hij een truc. ‘‘Mijn oom stond erop dat de soldaten hun laarzen uittrokken voordat ze naar binnen gingen. Hij had als smoes dat er allemaal elektriciteitsdraden lagen en dat dit gevaarlijk zou zijn als ze er met zware laarzen op zouden staan. Stiekem was dit natuurlijk om te kunnen weten wanneer ze er wel en niet waren.’’

Wapens die verstopt werden, werden met magneten opgespoord door de bezetter. ‘‘Mijn oom vertelde de soldaten: ‘Als er ooit iemand binnenkomt met een magneet hebben we een probleem. Laat ik het niet merken, want dan maak maak ik ze af!’. Er is nooit iemand met een magneet komen zoeken naar wapens.’’

‘Nooit honger gehad’

‘‘We hebben nooit honger gehad in die tijd’’, vervolgt Tilly. ‘‘Er was allemaal landbouw en we woonden naast een bakker. Die bracht elke ochtend brood bij ons. Ik weet nog steeds niet hoe hij dat elke keer ongezien voor elkaar kreeg. Mijn moeder kookte tussen de middag iets en ‘s avonds kregen we een warme maaltijd van mijn oom en tante. Soms haalden mensen uit de buurt eten in de gaarkeuken en dan namen ze ook voor ons mee. We kregen drie keer per dag heerlijk te eten.’’

‘Hij trok hem aan zijn haren uit het water’

In juli 1945 kon het gezin terugkeren naar Uitgeest. Dit deden ze met dezelfde boot waarmee ze tien maanden eerder naar Schermerhorn vluchtten. ‘‘Alles moest weer mee op de boot. Dat was nog een hele uitdaging, maar het lukte. De boot was maar negen meter lang, dus het was puzzelen.’’

Waar op de heenreis niemand in het water belandde, gebeurde dit op de vaartocht terug naar Uitgeest wel. ‘‘Eén van mijn broers stapte mis en viel letterlijk tussen wal en schip. Mijn oudste broer zat al in de boot en trok hem aan zijn haren uit het water. Mijn moeder was boos, want ze had net alles netjes ingeladen en nu was hij kleddernat. ‘Hoe kun je nou in het water vallen?!’ riep ze.’’

Vrienden voor het leven

Na de oorlog bleven de oom en tante van Tilly in Schermerhorn wonen. ‘‘We kwamen er later nog steeds als gezin. Ik heb daar vrienden voor het leven gemaakt, in oorlogstijd. Als kind heb ik er nog vaak gelogeerd en veel verhalen gehoord over wat er zich heeft afgespeeld in de Tweede Wereldoorlog. In die jonge jaren at ik die verhalen op. Ik vond het zó spannend.’’

Jaren later heeft Tilly de hele vaartocht samen met haar man nog een keer gemaakt. ‘‘We voeren precies dezelfde route, samen met de oudste van de schipper destijds. Dat was een hele beleving.’’

De boot waarmee de familie van Uitgeest naar Schermerhorn ging.
Het gezin van Tilly.

Meer nieuws uit Uitgeest?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: