Expositie 'De Visscherij' laat Marker vishistorie zien

MARKEN - 'De Visscherij' is de titel van de seizoenstentoonstelling in het Marker Museum. Onlangs werd de tentoonstelling officieel geopend door Ad van Hassel, in het bijzijn van het bestuur van de 'Vereniging Historisch Eiland Marken', genodigden en vele vrijwilligers. Het Marker Museum kijkt met deze tentoonstelling terug op de Marker visactiviteiten door de jaren heen.
"Negentig procent werkte in de visserij"
De Visserij was ten tijde van de Zuiderzee de grootste bron van inkomsten op het voormalig eiland Marken. "Van de beroepsbevolking van vierhonderdvierendertig mensen waren er rond 1900 vierhonderd werkzaam in de visserij", meldt Cor Visser, voorzitter van het museum. "Dat is zo'n negentig procent. Met de tentoonstelling 'De Visscherij' laten we via veel fotomateriaal en diverse scenes zien hoe het vroeger ging."
Een voorbeeld hiervan is het spiering vangen in de winter. Een tafereel in het museum beeldt dit uit. "Dit deden ze in de winter. Ze maakten een wak in het ijs en stopten hun netten eronder", aldus Cor. Een grote slee, vismanden en materialen van vroeger ontbreken niet, zoals bijlen voor het hakken van de wakken en de kleding die de mensen droegen in die tijd. Er zijn vishandelaren met mandjes, er is een jongen die lijnen maakt om aal mee te vangen, allemaal in klederdracht. Het museum krijgt jaarlijks veel kleding geschonken en doet ook aankopen, zodat het publiek een goed beeld krijgt van hoe het er vroeger op Marken uitzag.
Dat is niet het enige. Er is een vooronder van een botter nagebouwd met originele spullen. Er staat een vuurduiveltje; een klein kacheltje, er hangt netmateriaal, een barometer, een olielampje en ook de bijbel ontbreekt niet. Daarbij komt de bezoeker de plaatselijke visboer tegen die vroeger op Marken stond en bekend stond als 'Dirk de visboer'. "We kregen de spulletjes van zijn zoon", knikt Cor. "De vis werd op botters gevangen. Dat waren de boten die de Marker vissers voeren, ze zijn een slag kleiner dan de Volendamse Kwakken." Uit de collectie van het Zuiderzeemuseum heeft het Marker museum een botter te leen gekregen. Het is de laatste zeilbotter van Marken (MK53), waarmee gevist is tot 1962, daarna werd het schip voor de pleziervaart gebruikt.
Volgens Cor bleven de Markers vooral rond Marken vissen. Toch monsterden veel visserlui na de Pinkster aan op loggerschepen voor de haringvangst. "Loggerschepen voeren vanuit bijvoorbeeld Vlaardingen of IJmuiden de Noordzee op. Door deze reizen kwamen vissers regelmatig op de Shetlandeilanden in Engeland of ze voeren naar Frankrijk. Vandaar namen ze allerlei souvenirs mee naar hun thuisland. "We hebben een grote vitrine staan, vol spulletjes die ze meenamen op de boot uit die landen. Zoals barnstenen kralen, hondjes die naar elkaar kijken, gebreide mutsen enzovoort. Er zijn trouwens heel wat Markers begraven op de Shetlandeilanden. Je komt daar grafstenen tegen met namen als 'Schipper', 'Visser' en 'Zeeman', want tijdens deze reizen overleden of verdronken er natuurlijk ook een aantal."
Van Hassel woont bijna tweeëntwintig jaar op Marken en houdt van het 'eilandgevoel'. Hij leerde dit kennen op Schiermonnikoog. "Ik word nooit een Marker, maar ik voel mij wel Marker." De voormalig leraar Nederlands vertelde tijdens de opening van de expositie over het ontstaan van kwakken en botters. Na zijn betoog bracht het Mannenkoor het lied 'Visser van de Zuiderzee' en sloot af met 'Ons Marken'. Hierna blies Cor op een schalmei, wat in vroeger tijden voor communicatie op de visserij werd gebruikt, waarmee de expositie werd geopend.
Het Marker Museum aan de Kerkbuurt 44-47 is dagelijks geopent tot en met 31 oktober. Openingstijden tot en met september van 10.00 tot 17.00 uur, in oktober van 11.00 tot 16.00 uur, op zon- en feestdagen van 12.00 tot 16.00 uur.








Meer nieuws uit Waterland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie