
Voor tientallen Westlandse kinderen begon Dolle Dinsdag met een treinreis naar het onbekende.
De 5e september van 1944 ging de geschiedenis in als Dolle Dinsdag. Terwijl veel Nederlanders dachten dat de oorlog bijna voorbij was, begon voor tientallen Westlandse NSB-gezinnen juist een overhaaste vlucht. Hun kinderen begrepen vaak niet waarom ze plotseling alles moesten achterlaten.
door Philip van den Berg
De bevrijding leek nog maar een kwestie van uren. Op dinsdag 5 september 1944 deden de wildste geruchten de ronde. Britse tanks zouden de Nederlandse grens al zijn overgestoken. Duitse militairen sloegen massaal op de vlucht. Via Radio Oranje klonken hoopvolle berichten en overal werden voorzichtig de eerste vlaggen van zolder gehaald. Nederland hield de adem in.
Achteraf weten we dat de oorlog nog acht lange maanden zou duren. Maar op die dinsdag geloofden veel mensen dat de bezetting op instorten stond. Voor veel Nederlanders werd Dolle Dinsdag een dag van hoop. Voor een groep Westlanders begon juist een nachtmerrie.
Een bezetter op de terugtocht
Dat optimisme kwam niet uit de lucht vallen. Sinds de geallieerde landing in Normandië, drie maanden eerder, volgden de militaire successen elkaar in hoog tempo op. Parijs was bevrijd, Brussel viel in geallieerde handen en op 4 september werd ook de strategisch belangrijke haven van Antwerpen vrijwel onbeschadigd veroverd.
Tegelijkertijd trokken lange colonnes Duitse militairen vanuit België richting Duitsland. Soldaten sleepten meubels, fietsen, vee en andere buitgemaakte goederen met zich mee. Onderweg werden winkels geplunderd en burgers beroofd.
Voor veel Nederlanders kon dat maar één ding betekenen: de Duitse bezetter stond op instorten.
Zelfs de Nederlandse regering in Londen rekende op een snelle bevrijding. Premier Pieter Sjoerds Gerbrandy sprak via Radio Oranje over het naderende einde van de bezetting. De woorden voedden de verwachting dat Nederland ieder moment vrij zou zijn.
Achter gesloten gordijnen
Maar terwijl op straat de hoop groeide, voltrok zich achter sommige voordeuren een heel andere werkelijkheid. Binnen de NSB sloeg de paniek toe. Partijleden beseften dat een geallieerde doorbraak grote gevolgen kon hebben. Vanuit het hoofdkwartier van NSB-leider Anton Mussert gingen daarom haastige instructies het land in. Belastende administratie moest worden vernietigd. Vrouwen, kinderen en andere niet-weerbare partijleden kregen toestemming om te vertrekken. Veel mannen moesten juist achterblijven.
Ook het Westland bleef daarvan niet gevrijwaard. Via kringleider Ter Veer in Wateringen bereikte het bevel ook de plaatselijke groepsleiders in onder meer Naaldwijk en ‘s-Gravenzande. Dat de opdracht serieus werd genomen, blijkt uit verklaringen die na de oorlog tegenover de Politieke Opsporingsdienst werden afgelegd. De groepsleider van ‘s-Gravenzande vertelde dat hij rond Dolle Dinsdag allerlei documenten had verbrand. Niet alleen papieren verdwenen. Ook gezinnen maakten zich klaar voor vertrek.
Uit bewaard gebleven gespreksverslagen blijkt dat lokale NSB-bestuurders al op 4 september overleg voerden over de snel verslechterende situatie. Enkele Westlandse partijleden waren hun woonplaats zelfs al ontvlucht. Anderen wachtten gespannen af. Volgens een van de verslagen stond bij sommige NSB’ers "het huilen nader dan het lachen".
Buiten groeide de verwachting van de bevrijding. Binnen overheerste vooral onzekerheid. Voor veel gezinnen moesten in enkele uren beslissingen worden genomen die hun leven ingrijpend zouden veranderen. Wat neem je mee? Waar ga je heen? En wanneer kom je terug? Niemand wist het antwoord.
Door kinderogen
Voor volwassenen draaide Dolle Dinsdag om politiek, oorlog en overleven. Voor kinderen zag die dag er heel anders uit. Zij zagen ouders die haastig koffers pakten. Hoorden gefluisterde gesprekken die ze niet begrepen. Kregen te horen dat ze snel moesten vertrekken, zonder te weten waarom. Eén jonge Westlandse Jeugdstormer moest samen met zijn moeder en twee jongere broertjes mee op reis. Enkele jaren later vroeg een rechercheur van de Politieke Opsporingsdienst waarom hij destijds was vertrokken. Zijn antwoord was even kort als veelzeggend. "Waarom wist ik niet."
Die vier woorden zeggen misschien meer over Dolle Dinsdag dan lange beschrijvingen ooit kunnen doen. Terwijl Nederland de bevrijding dacht te zien naderen, begon voor tientallen Westlandse kinderen een reis waarvan zij de reden niet begrepen en waarvan zij niet konden vermoeden hoe ingrijpend de gevolgen zouden zijn.
Volgende week in deel 2: Op weg naar het onbekende
Via Hollands Spoor vertrekken meerdere/verschillende Westlandse vrouwen met hun (jonge) kinderen in open goederenwagons richting het noordoosten. Voor velen van hen begint een reis waarvan zij niet weten waar die eindigt.






Meer nieuws uit Westland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie