Niet dumpen, niet slopen, niet verplaatsen, wel melden

Nieuws
Het gevaar van invasieve exoten moet je niet onderschatten.
Het gevaar van invasieve exoten moet je niet onderschatten. (Foto: EvE)

De lente is begonnen en de natuur komt weer tot leven. Genieten! Maar met alle planten die weer uitlopen en dieren die weer actief worden, duiken ook de ‘invasieve exoten’ weer op, en dat is geen goed nieuws. Waar komen ze vandaan en wat moet je doen als je ze tegenkomt?

Dit artikel verscheen eerder in Rodi Wonen Westland.

door Esdor van Elten

Invasieve exoten, daar zit het woord ‘invasie’ in en dat is niet voor niets. Invasieve exoten zijn uitheemse planten en dieren die via menselijk handelen in Nederland zijn gekomen, zich snel verspreiden en schadelijk zijn. Bekende voorbeelden zijn de Aziatische hoornaar, de Amerikaanse rivierkreeft, de Japanse Duizendknoop, de Grote Waternavel, de Watercrassula en de halsbandparkiet. Maar op de zogenaamde Unielijst staan wel 112 soorten.

Waar vandaan?

Zoals gezegd: invasieve soorten komen hier door menselijk handelen. Zo komt de Aziatische Hoornaar oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië. In 2004 is een koningin, waarschijnlijk verstopt in een lading aardewerk uit China, in Frankrijk terechtgekomen. Verspreiding ging snel: in 2017 werd het eerste nest in Nederland gevonden.

Rivierkreeft

De Amerikaanse rivierkreeft is bewust uit Noord-Amerika ingevoerd voor consumptie, aquaria en sportvisserij. Vervolgens heeft hij zich via ontsnappingen in de natuur snel verspreid en veroorzaakt hij ecologische schade en verdringing van inheemse soorten.

Duizendknoop

De Japanse Duizendknoop is in de 19e eeuw door botanici en plantenverzamelaars naar Europa gehaald, als sierplant en als bodemversteviger langs spoorlijnen, wegen en dijken. Maar doordat de plant extreem makkelijk opnieuw groeit: een stukje wortel van enkele centimeters kan al een nieuwe plant vormen, werd deze al snel een probleem omdat ze door asfalt, funderingen en riolen groeien en andere planten verdringen De plat heeft wortels van bijna drie meter diep en zeven meter breed. Als je ‘m eenmaal in je tuin hebt krijg je ‘m er niet snel meer uit.

Waterplanten

Watercrassula en de Grote Waternavel komen respectievelijk uit Australië/Nieuw-Zeeland en Amerika en kwam in Nederland via de vijver- en aquariumhandel. Maar omdat mensen de planten ook in sloten of plassen dumpten kwamen ze in de vrije natuur terecht, waar ze door hun snelle groei een groot probleem vormen. Ze blokkeren de waterafvoer en gemalen, verdringen inheemse waterplanten en zorgen voor minder zuurstof en licht in het water

Gevogelte

De halsbandparkieten tenslotte zie je ook in steeds grotere getale. Deze vogels zijn bewust ingevoerd als kooivogel. In de jaren ’60 en ’70 ontsnapten er een aantal of werden ze vrijgelaten, en sindsdien hebben zich vaste kolonies ontwikkeld. De schade die ze aanbrengen is nog beperkt maar de inheemse vogels hebben er wel last van als er een kolonie in hun buurt zit.

Wat zijn de regels?

In Nederland gelden strenge regels rondom invasieve soorten, Voor soorten die op de unielast staan geldt dat dat je geen planten of dieren van deze soorten mag verkopen, ruilen of vrijlaten. Bij overtreding kunnen er hoge boetes worden opgelegd

Hoe herken je ze?

Bij planten kun je bijvoorbeeld letten op grootte, groeivorm, bladeren en bloemen. De reuzenberenklauw bijvoorbeeld is veel groter dan inheemse berenklauwsoorten. De Japanse duizendknoop groeit rechtop met brede bladeren en stevige stengels die vaak in bundels zitten. Bij de grote waternavel of Watercrassula vallen de dichte, drijvende matten op. Je vindt ze zowel onder water als op de oever. De Aziatische hoornaar is groter en donkerder dan de gewone Europese hoornaar en heeft een oranje kop. De rode Amerikaanse rivierkreeft is opvallend roodbruin en kan holen graven die de oevers beschadigen, iets wat Europese rivierkreeften minder doen, terwijl de wilde grasparkiet te herkennen is aan zijn felgroene kleur en rode snavel.

Wat moet je doen?

Wat je beslist niet moet doen is zelf gaan proberen om de exoot te verwijderen of te verplaatsen, omdat dit de verspreiding juist kan bevorderen. Wat je wel moet doen is de waarneming melden bij de juiste instanties. Bij voorkeur met een foto en de exacte locatie, zodat experts de melding kunnen controleren. Voor planten kan dit bijvoorbeeld via het landelijke meldpunt invasieve exoten of bij de gemeente waar de soort is aangetroffen, terwijl voor dieren zoals de Aziatische hoornaar of een invasieve rivierkreeft vaak de gemeentelijke milieudienst, waterschap of een gespecialiseerde natuurorganisatie kan worden ingeschakeld. Er bestaan ook apps en websites van organisaties zoals FLORON, RAVON of de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) waar je soorten kunt opzoeken, vergelijken en melden. Een goede app is ook Buitenbeter. Daar kun je voor veel verschillende gemeenten meldingen doen over de buitenruimte en dus ook over een eventuele invasieve exoot die je gespot hebt. Het is daarnaast belangrijk om niets van de soort mee te nemen of weg te gooien in de natuur, omdat zelfs kleine fragmenten van planten of dieren kunnen uitgroeien tot nieuwe populaties.

En dat laatste geldt natuurlijk ook voor de bijzondere plant of dier die je zelf in huis, tuin of aquarium hebt: het dumpen ervan kan tot grote problemen leiden. Niemand die zijn afgedankte waterplanten dumpte of zijn vogeltje vrijliet zal hebben verwacht wat de gevolgen waren. Maar die bleken groot. Niet doen dus. Meer weten?
www.invasieve-exoten.info.

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: