Op de Pijp met… Atiq Haidari

Nieuws
Afbeelding
(Foto: TON VAN ZEIJL)

Atiq Haidari

Atiq Haidari (54) is schoenmaker in Naaldwijk. Of misschien moet je eerder zeggen; schoenhersteller. Want echt schoenen maken, dat komt in Nederland nauwelijks meer voor. Tot verdriet van Atiq: “Je kunt als schoenmaker niet echt meer laten zien wat je eigenlijk kunt.” Atiq heeft drie kinderen en woont tegenwoordig, na tweeëntwintig jaar in Poeldijk, in Bergschenhoek.

Waar kom je vandaan?

Ik kom uit Herat. De op één na grootste stad van Afghanistan, gelegen in het westen van het land. Mijn vader had een bakkerij. Ik groeide daar op met mijn zes broers en drie zussen. Inmiddels is onze familie over de hele wereld verspreid. Mijn moeder en een broers wonen in Zweden, een andere broer in Californië, weer andere in Iran. Ik ben de enige van mijn familie die in Nederland woont. Contact is er wel, als is dat nu met Iran moeilijk vanwege die oorlog.

Wanneer ben je hier gekomen?

Rond 2000. Op de vlucht voor de Taliban. In Afghanistan heb ik eigenlijk nooit iets anders dan oorlog gekend. Vijftig jaar ellende. In mijn jeugd de Russische inval. Nadat die verdreven waren kwamen de Taliban op, die werden gesteund door Pakistan. Na 11 september kwamen de Amerikanen. Toen was er even hoop dat er echt iets zou gaan veranderen, maar in de twintig jaar dat ze in Afghanistan waren hebben ze eigenlijk niets voor de bevolking gedaan. Alleen van ons gestolen. Dat was een teleurstelling. Aan de andere kant, vrijheid kan ook niet door anderen worden gebracht. Dat moeten mensen zelf doen. Maar hoe?

Die voortdurende oorlog en onderdrukking maakt een land kapot…

Ja. In Afghanistan is er eigenlijk niets. Geen vrijheid. Geen toekomst. Er wordt niets gemaakt. Geproduceerd. Er zijn geen fabrieken. Ik kon ook niet naar school en moest al jong aan het werk.

In de bakkerij?

Nee. Dat wilde ik ook niet. Opstaan om 2.00 uur ‘s nachts, dat trok me niet. Ik ging werken bij een schoenmaker. In 2000 kwam ik dus naar Nederland met mijn toenmalige vrouw en onze twee kinderen. Een derde kind is hier geboren. Ik ben trots op ze. Zij hebben wel kunnen leren. Zijn naar het hbo gegaan en hebben allemaal een goede baan. Mijn zoon helpt mij met de administratie van de winkel.

Maar dat ging ook niet vanzelf neem ik aan…

Het was natuurlijk enorm wennen hier. Het weer. De gewoonten. Alles is anders. De taal vooral. De grammatica. De ‘G’ en de ‘ui’. Je moedertaal is dan ver weg. Maar ik deed mijn best. Als ik iets niet begrijp, dan vraag ik het, want het is belangrijk om elkaar te verstaan en te begrijpen. Een nieuw bestaan opbouwen in een vreemd land is echt helemaal opnieuw beginnen. In 2002 kwamen we naar Poeldijk, Een mooi dorp voor een nieuw leven. Ik vond de Poeldijkers aardig. Om de cultuur en de mensen te leren kennen werkte ik als vrijwilliger bij Wittebrug. Zo ben ik me een echte Westlander gaan voelen. Ik woon nu, door omstandigheden, in Bergschenhoek, maar ik zou liever in Westland wonen.

Je voelt je wel geaccepteerd?

Ja. Hoewel er door de jaren heen wel wat veranderd is. Discriminatie maak ik wel mee soms. Dat iemand de winkel inkomt en mij ziet en vervolgens meteen weer weg gaat. Dat is niet leuk, maar ik ben altijd positief en probeer het van de goede kant te bekijken. Het is ook moeilijk met het huizentekort en zo. Maar Nederland mag ook zeker trots zijn. In Afghanistan doet de overheid niets voor je. Hier wel.

Je bent ook in Nederland dus weer schoenmaker geworden?

Tot ik mijn definitieve verblijfsvergunning had mocht ik alleen vrijwilligerswerk doen. Daarna was ik eerst afwasser in een restaurant en daarna liep ik een paar weken stage bij een schoenmakerij in Rotterdam. Die nam mij in dienst. Dat heb ik bijna vier jaar gedaan. Maar ondernemen was voor mij altijd een droom. Een lege winkel vinden was in die tijd nog moeilijk maar in 2011 kwam dit pand in de Molenstraat in Naaldwijk vrij en kreeg ik de kans om het te huren. Via Marktplaats kon ik de nodige machines kopen. Deze is al veertig, bijna vijftig jaar oud. Maar is misschien wel beter dan nieuw. Moderne machines hebben veel computeronderdelen en als er een onderdeel stuk is moet je de machine soms al helemaal vervangen. Deze kan ik zelf repareren en kan er alles mee doen wat nodig is.

Vooral reparaties…

We noemen het nog steeds een schoenmakerij, maar echt nieuwe schoenen maken, dat komt niet meer voor in Nederland. Dat is gewoon te duur. Ik heb sinds Afghanistan niet echt meer schoenen gemaakt en dat vind ik jammer. Je kunt niet echt meer laten zien wat je eigenlijk kunt. En eerlijk gezegd, ook repareren van schenen wordt steeds moeilijker.

Waarom?

Slecht materiaal. In Nederland zijn echt goede schoenen haast niet meer te krijgen. Vroeger had je tien keer per week een klant met leren zolen. Nu misschien nog één keer per maand. Schoenen zijn meestal niet meer van leer, maar van kunststof. Plastic dus. En soms echt goedkope Chinese troep. Dat kun je niet meer repareren. Ik probeer het soms wel, maar ik ben er altijd eerlijk over als ik denk dat het de moeite niet waard is. Daarmee verlies ik werk, maar ik vind het wel belangrijk om goed werk af te leveren en eerlijk te zijn. Soms is iets op zich wel te repareren, maar zie ik dat het probleem toch weer terug zal komen: naden die uitscheuren, dat soort zaken. Ook dat geef ik dan eerlijk aan. Ik help mensen graag, maar niet alles is te doen.

Lukt het dan nog wel om de winkel draaiend te houden?

Ik zal niet zeggen dat het makkelijk is, maar ik ben wel tevreden. Ik kan rondkomen. Ik ervaar ondernemen nog steeds als vrijheid. De sleutelservice is in Nederland echt iets dat bij een schoenmakerij hoort en die is inderdaad heel belangrijk voor ons. Zonder dat zou ik het niet redden. We hebben ook te maken met andere veranderingen. In de 15 jaar dat ik hier nu zit heb ik de winkelstraat ook rustiger zien worden. Veel mensen gaan niet meer het dorp in maar bestellen.

Zou je ooit terug willen naar Afghanistan?

Dat weet ik eigenlijk niet. Ik heb daar geen familie meer. Mijn kinderen zullen zeker hier blijven dus wat moet ik daar dan nog? Ik hoop dat er ooit ook een toekomst is voor Afghanistan. Het is een mooi land met een rijke Perzische cultuur. Niet alles is hier beter. We hadden in Afghanistan niet veel, maar ook weinig stress. Als je hier een minuutje te laat bent; stress. Dat is wel iets dat Nederlanders misschien wel van ons kunnen leren; loslaten. Ontspannen. Ik denk niet in problemen. Blijf positief. Ook als er problemen zijn in de winkel; als ik de deur achter me dicht doe denk ik daar niet meer aan. Met boos zijn of gefrustreerd raken los je niets op. Vergeten is soms iets goeds. Ik geloof: dat wat je doet krijg je ook terug. Van klanten krijg ik soms complimenten of kleine cadeautjes, omdat ze blij met me zijn. Daar ben ik dan weer dankbaar voor. Zorgen maken heeft geen zin. Het leven is niet zeker, dus ik neem het dag voor dag. Wat morgen komt, dat zal ik dan ook wel weer oplossen!

Afbeelding
Afbeelding

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: