Op de pijp met Michel van Zwet: ‘Een mede-veteraan heeft vaak maar een half woord nodig’

Stichting Veteranen Westland organiseert bijeenkomsten waar veteranen elkaar kunnen ontmoeten en verhalen uitwisselen. Michel van Zwet stond aan de wieg van de stichting. “Hier vind je een luisterend oor.” Michel woont met zijn vrouw Silvana in Monster. Samen hebben ze twee kinderen en twee kleinkinderen.
Waar kom je vandaan?
Ik ben een geboren Hagenees. In 1994 zijn Silvana en ik in Monster komen wonen. Een dorp waar we kennis mee maakten vanwege de schietvereniging daar en dat we heel interessant vonden. Geen moment spijt! Overigens heb ik wel Westlandse wortels want mijn vader was een Wateringer. Hij is indertijd voor zijn nummer in Nederlands-Indië geweest en is daar ook twee keer gewond geraakt. Daar praatte hij zelden over. Hij was wel heel trots toen ik marinier werd. Hij heeft altijd als bouwvakker gewerkt. Mijn moeder werkte bij Nationale Nederlanden.
Hoe kwam jij bij Defensie?
Na de lagere school en de mavo werkte ik een tijd bij Maison Kelder, bekend van de hazelnoottaarten. Een collega daar had een vriend bij het Korps Mariniers en dat sprak me wel aan. In 1978 ben ik als beroeps opgekomen in Rotterdam. Bij de Mariniers. Het was het reizen dat me aanspraak. Dat gebeurde ook wel, maar in de opleiding is het toch vooral een kwestie van luisteren, gehoorzamen en leren. Nadat ik Marinier 1Een (1e klasse) was geworden werd ik naar de opleiding pelotonsverpleger gestuurd. Dat was niet wat ik wilde, maar daar werd niet naar gevraagd. “Een marinier gaat waar hij gezonden wordt”.
En je wérd gezonden…
Door de jaren heen ben ik verschillende keren uitgezonden. De eerste keer naar Curaçao. Als pelotonsverpleger. Man, dat was bijna vakantie. In de ochtend had je dienst en daarna kon je doen waar je zin in had. Na 9 maanden keerde ik terug en werd meteen de berg- en wintertraining ingestuurd. In Schotland en Noorwegen.
Van een koude kermis thuis…
Dat is even omschakelen. Maar dat is ook het mooie van het Korps: altijd wat anders. Daarna heb ik de korporaalsopleiding gevolgd en werd ik gestationeerd op Valkenburg als antitankschutter. Vervolgens wéér iets anders; een zeilwedstrijd met de Urania, het zeilend opleidingsschip van de Marine. Van Den Helder naar Bermuda. REen fantastische reis. Vervolgens weer een tijd Curaçao. In 1985 kwam ik terug naar Nederland en deed ik de scheepsduikersopleiding.
Wat houdt dat in?
Als scheepsduiker doe je onderzoek naar de bodem van marineschepen. Of er schade is. Check van de schroeven en het roer… Eigenlijk wilde ik daarna de ‘kikkeropleiding’ doen. Dan wordt je specialist in het opereren op de grens van land en water. Uiteindelijk moest ik daar om gezondheidsredenen mee stoppen, maar ik heb jarenlang als scheepsduiker gediend. In ‘89 werd ik baksmeester. Ik was inmiddels korporaal. In die hoedanigheid hield ik me bezig met de opleiding van nieuwe rekruten. Dat beviel me wel. Het opleidingsspel spelen.
Opleidingsspel?
Een beetje schudden aan de boom. Niet iedereen die begint is geschikt om marinier te worden. Er zijn fysieke eisen, maar ook mentale; je moet tegen een stootje kunnen. Je gezond verstand gebruiken. Niet alleen maar uitvoeren.
Er volgden uiteindelijk meer uitzendingen…
Ik ben op allerlei missies geweest. Dat begon met de VN-operatie in Cambodja. In de aanloop naar de verkiezingen moesten we daar de rust bewaren. Vlak daarvoor was ik snel met Silvana getrouwd zodat, als er iets zou gebeuren, het juridisch allemaal geregeld was. Dat voelde toch behoorlijk anders dan curaçao. Je bent 24/7 op je hoede. In 1995, inmiddels sergeant, werd ik ad hoc uit Engeland teruggeroepen voor een uitzending naar Bosnië. De kranten stonden op dat moment vol met de oorlog in voormalig Joegoslavië en Silvana was niet blij. Ik heb daar 6 maanden gezeten, o.a. rondom Sarajevo, als rekenaar voor ondersteunend vuur met de mortieren. Na terugkomt werd ik weer bij de opleidingen geplaatst en bevorderd tot sergeant-majoor. Met die rang vertrok ik in 2000 naar Eritrea. Ook een VN missie om de vrede tussen Ethiopië en Eritrea te bewaken. De laatste veldslag was in 2000 en de sporen daarvan… Dan zie je echt verschrikkelijke dingen. In 2001 kwam ik terug en werd op het hoofdkwartier in Rotterdam geplaatst. Dat vond ik echt helemaal niks. Het leverde me na twee jaar wel de bevordering tot adjudant op. In 2005 ging ik naar Afghanistan. Als P&O adviseur en ik bleef daarna bij personeelsdiensten tot ik er in 2009 helemaal klaar mee was en om een individuele uitzending vroeg.
Wat houdt dat in?
Dan ga je niet met een hele eenheid, maar alleen. Je wordt dan bij een ander onderdeel geplaatst. In mijn geval werd ik militair observer in Soedan, waar ik o.a. verkenningsteams aanstuurde. Ik werkte samen met allerlei nationaliteiten: een Egyptische kolonel, een Russische majoor… Uiteindelijk heb ik de uitzending niet afgemaakt omdat ik terug moest. Er was kanker bij mijn linkernier geconstateerd. Die is eruit gehaald en het kwam allemaal goed. De laatste jaren voor mijn pensioen heb ik volgemaakt als communicatieadviseur. Schitterende functie was dat. De pers meenemen en laten zien wat we allemaal doen. Per 1 december 2012 ben ik als als Kapitein der Mariniers met Functioneel Leeftijd Ontslag (FLO) gegaan. Het eerste halfjaar heb ik effe helemaal niks gedaan. Dat was wennen voor Silvana, die natuurlijk een heel eigen leven had opgebouwd omdat ik altijd weg was. Maar dat kwam goed. En uiteindelijk vond ik toch weer genoeg bezigheden.
Waarom ben je met Stichting Veteranen Westland begonnen?
We hebben in Westland zo’n 400 veteranen, maar daar werd weinig voor gedaan. Bij de Viskeet in Ter Heijde ontmoette ik Geert Pakvis en ik deelde met hem het idee voor een veteranencafé. Later werd ook Kees Verkade betrokken. We committeerden ons voor tien jaar en richtten een stichting op. De eerste jaren waren we een soort Roma: zwervend van locatie naar locatie. Maar in 2018 kregen we onze eigen basis achter De Terwebloem in Poeldijk. Een ruimte die we met behulp van sponsoren helemaal konden inrichten.
Wat doen jullie daar?
We zijn een ontmoetingsplek voor veteranen. Van Niew-Guinea, Libanon, Bosnië, Afghanistan… Overal waar Nederlanders heen gezonden zijn. Iedereen beleeft zo’n uitzending op zijn of haar eigen manier en hier vinden ze een luisterend oor en begrip: een mede-veteraan heeft vaak maar een half woord nodig om te begrijpen wat je bedoelt.
Zware gesprekken?
Soms. Maar láng niet altijd. Niet iedere veteraan heeft ptss! Wij gaan hier ook geen artsje of loogje spelen. Maar het is wel belangrijk dat mensen hun verhaal kwijt kunnen. Maar we doen gewoon ook veel leuke dingen. Drie keer per maand hebben we een bijeenkomst. Twee keer per jaar gaan we op excursie, zo gaan we in oktober naar de ONSE bunker in Hoek van Holland, we hebben een jaarlijkse barbecue, besteden aandacht aan Kerst, Pasen en Sinterklaas. Af en toe is er een presentatie, zo hadden we er pas geleden één over etiquette. Heel gevarieerd dus.
Heeft Westland genoeg aandacht voor veteranen?
We hebben de lokale Veteranendag. Burgemeester Arends is onze beschermheer. We komen verder niet zo vaak in beeld. Jongere veteranen zitten vaak ook niet zo op ons te wachten. Die staan vol in het gewone leven. Maar ze zijn welkom. Eigenlijk is iedereen welkom die belangstelling heeft, en we staan ook open voor de andere ‘uniformberoepen’ zoals politie, brandweer en ambulance. Wie van verhalen houdt, zal er hier heel wat vinden. Wie interesse heeft in ons mag binnenkomen. De deur staat open! ww.veteranenwestland.com.





Meer nieuws uit Westland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie