Op de Pijp met... Perry van der Meer

Veertig jaar is Perry van der Meer (64) inmiddels keurmeester voor groente en fruit. Iets waar hij zoveel plezier in heeft dat hij het, letterlijk, uit kon zingen. “Effe keuren bij die tuinder. ” Perry is getrouwd met Carla. Samen hebben ze twee zoons, twee lieve schoondochters, twee kleinzoons en een kleindochter is op komst. Ze wonen in Monster.
Waar kom je vandaan?
In 1951 vertrokken mijn ouders met mijn oudste broer naar Canada. Mijn vader ging daar werken bij DuPont. In ‘63 kwamen ze met zeven kinderen, waaronder ik, terug naar Nederland. Met name omdat mijn moeder heimwee had. In Nederland kwamen er nog twee kinderen bij. Ik heb vier broers en vier zussen, waaronder twee tweelingen. Best wel bijzonder eigenlijk.
Je hebt dus geen echte herinneringen aan Canada?
Nee, niet uit mijn kindertijd. Maar in Canada ligt wel mijn hart. We zijn er ook veel geweest. Mijn kinderen hebben ook bewust Engelse namen: Jeffrey en Glenn. Begin jaren ‘80 hebben we serieus even aan emigreren gedacht, maar door omstandigheden kwam het er niet van.
Het bleef dus Westland…
Mijn moeder kwam van de Heij. In eerste instantie kwamen we naar Monster. Mijn vader ging werken in de groenvoorziening. We woonden naast het gebouw van Openbare Werken. Toen die wilde uitbreiden en wij daar dus weg moesten, verhuisden we naar de Piet Heinstraat in Ter Heijde. Daar heb ik 17 jaar gewoond. Ik heb in Ter Heijde een geweldige jeugd gehad. Na ons trouwen verhuisden we weer naar Monster. Maar ook met Ter Heijde heb ik echt wat. Zeker nu ik wat ouder wordt. Dan ga je toch meer over vroeger nadenken.
Wat wilde je worden toen je klein was?
Eigenlijk wilde ik gaan varen. Op de wilde vaart. Maar het kwam er niet van. Daar ga ik verder niet over uitweiden, maar af en toe doet dat nog steeds pijn. Ik sta graag te kijken bij de Nieuwe Waterweg. Op de Rehobothschool en de Morgenster mavo was ik een modelleerling. Ik heb school altijd leuk gevonden. Maar na de mavo verdaagde ik al snel in de tuin. Het losse werk; sla snijden per kist. Radijs oogsten per bos. Dat betaalde goed. Al gauw nam ik meer geld mee naar huis dan mijn vader, en ja, als je geld ruikt, dan is dat toch een stuk verleidelijker dan school.
Je bent tenslotte keurmeester geworden…
Mijn vriend Frank Lamers wees me op een advertentie van de KCB (Kwaliteits Controle Bureau voor groente en fruit) . Die zochten een kwaliteitscontroleur. Ik kwam in eerste instantie op veiling Westerlee terecht. Later zat ik op op Veiling Noord in Poeldijk en Veiling Zuid in ‘s-Gravenzande. In de winter was het rustig bij ons op de veilingen en daarom maakte ik een uitstapje naar de fruitveiling in Geldermalsen.
Daar bleef ik niet alleen op de veiling, ik ging ook letterlijk de boer op om te keuren.
Mijn hart ging daar echt open. maar mijn verzoek om in de zomer op de veiling te werken en in de rustigere winterperiode in het fruit werd afgewezen.
Hoe lang heb je bij KCB gewerkt?
Tien jaar, van 1984 tot en met 1993. Vervolgens ging ik naar de handel, bij Waling van Geest. Dat was echt een andere wereld. We hadden voornamelijk met Engeland te maken. Onder andere Sainsbury was een klant van ons. Daar kon ik mooi mijn Engels gebruiken en ook daar mocht ik op pad en kwam ik op allerlei plekken. Toen Waling van Geest werd overgenomen door The Greenery verhuisde ik mee naar het nieuwe pand van Disselkoen, waar nu Kraaijeveld gevestigd is en werkte vijf jaar voor Greenery UK. Maar dat bedrijf werd me te groot. Te log. Ik ben iemand die, als er een probleem is, dat meteen op wil lossen. En niet dat het over vijf schijven moet. In 2006 stapte ik over naar TNI, nu Harvest House.
Wat is Harvest House?
Een coöperatie die is opgezet door kwekers. Simpel gezegd: wij verkopen hun producten. Wereldwijd. Alles bij elkaar de oogst van ruim 1200 hectare die verkocht moet worden; tomaten, komkommer, paprika.
Echte Westlandse producten…
Néderlandse producten. Waarin het Westland helaas een steeds kleinere rol gaat spelen. En dat gaat hard. Den Haag rukt op naar Monster. ‘s-Gravenzande nadert Naaldwijk… het wordt straks één grote stad en dat doet me pijn. Ik hou van de kassen. Daar groei je in op. Ik vind het mooi. Dit zijn wij. Klaar!
Wat houdt jouw werk nu in?
Ik ben teamleider kwaliteit buitendienst. We gaan dus veel op bezoek bij tuinders. Ook voor de internationals, want ik keur ook voor onze exporttakken TNI, Rainbow International en Global Green Team. Ik keur alles wat er maar is. In die 40 jaar heb ik 21 landen bezocht, waaronder Mexico, Spanje, IJsland, de VS, Israël, Rusland en natuurlijk Canada. Tijdens deze bezoeken deed ik audits bij bedrijven, claims afhandelen en werkbezoeken.
Wat maakt een goede keurmeester?
Naast kennis van het product en de kunst van het overtuigen is de vertrouwensband het belangrijkste. De tuinder moet er blind op kunnen vertrouwen dat als Perry zegt dat het niet goed is, het dus echt niet goed is. En vergeet niet: ik ben er niet trots op als ik iets af moet keuren. Want ik weet wat dat betekent voor een kweker. Maar eerlijkheid dwingt respect af.
Gebeurt dat vaak?
Het gaat in periodes. We hebben te maken met een natuurproduct hè. Dus weersinvloeden zijn essentieel. Die droogte en vervolgens weer die regen in Spanje? Die zie je direct in het product terug.
En dan?
Vroeger keurde je af en dat was het dan. Tegenwoordig ga je verder; met de tuinder in gesprek over hoe het beter kan. Je bent meer kwaliteitsbegeleider. We moeten met elkaar de naam van Nederland hoog houden. We mogen meer naar buiten brengen waar we goed in zijn. En met elkaar scherp zijn, want één tuinder die het fout doet verpest het voor honderden anderen die het wél goed doen.
Nederland hééft toch een voorsprong?
Nou… Ja. Maar er zijn landen die het óók goed doen. Dus we moeten er wel aan trekken om goed te blijven. En dat is met de schaalvergroting van nu niet makkelijk. Andersom: toen de tomatentelers met het ToBRFV-virus te maken kregen,waren onze veredelaars in staat om binnen een paar jaar rassen te ontwikkelen die resistent zijn tegen dit virus. Dat is wel de kracht die we hebben. En de innovatie gaat steeds door. De oogstrobots en de bladplukrobot komen eraan. Dat schept hele nieuwe mogelijkheden. Misschien maak ik dat nog net mee.
Want je hebt nog maar even te gaan…
Twee jaar. Dit jaar zit ik veertig jaar in het vak. Ter gelegenheid daarvan heb ik een foto-boek gemaakt en samen met mijn vriend Uwe van der Laan heb ik een liedje gemaakt op de wijs van Una Paloma Blanca: ‘Effe keuren bij die tuinder’. Het is helaas geen hit geworden. (lacht).
Ben jij zo’n zanger?
Ik heb op Musica gezeten, het koor van Gerard Breas. Meegedaan met The Young Messiah van Tom Parker The New London Chorale en Vicki Brown. Plaatopnames, TV-opnames. Optreden. Het was geweldig. Maar na acht jaar ben ik daarmee gestopt. Toen was ik begin 30. Vervolgens heb ik nog 21 jaar bij Brandweer Monster gezeten. Veel gezellige avonden, maar ook grote branden zoals de Woutershof, en soms ernstige dingen die je meemaakte. Maar daar kon ik goed tegen. Ik ben er ook trots op dat ik na 21 jaar vrijwillige Brandweer door burgemeester van der Tak ben geridderd tot Lid in Order van Oranje Nassau.
En als je straks pensioen hebt?
Ik heb een mooie sloep in Schipluiden liggen, dus dat varen komt er toch nog een beetje van (lacht). Dat is mijn grootste hobby, naast klaverjassen in het Vrondel in ter Heijde. Zoals ik zei: naarmate je ouder wordt ga je meer terug naar je roots. Meer tijd voor familie.
Voor de kleinkinderen. En natuurlijk, als het kan af en toe naar Canada!
Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar
redactie.westland@rodi.nl.








Meer nieuws uit Westland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie