Wat gebeurt er écht bij Wildopvang Krommenie? Van ‘piepers’ tot egels achter de schermen

Een gewonde hoender, luid piepende jonge duiven en een verzwakte gierzwaluw: bij Wildopvang Krommenie begon de ochtend meteen volop.
Door Dirk Karten & Katina Gruijs
KROMMENIE - Achter de schermen wordt iedere dag hard gewerkt om wilde dieren weer sterk genoeg te krijgen voor een terugkeer naar de natuur. De dierenambulance komt aangereden met een gewonde hoender die door een kat is gepakt. Coördinator Nina van Hest-Schouten kijkt rustig toe. Met acht jaar ervaring bij de wildopvang en een opleiding in de vogelkunde weet ze precies wat er nodig is.
"Laat hem eerst maar even bijkomen. Hij is al genoeg geschrokken.” Van noodlocatie naar nieuwe toekomst Wildopvang Krommenie werd in 2018 officieel onderdeel van de Dierenbescherming. Inmiddels werkt de opvang al zo’n twee jaar vanuit een noodlocatie. Het oude pand ernaast, waar Jan en Ann van Briemen tot 2011 het Vogelopvancentrum Zaanstreek runden, is te gevaarlijk geworden. "Hopelijk kunnen we hier blijven zitten”, vertelt Nina. "Maar het zou mooi zijn als we ooit een stuk weiland kunnen bezitten. Dan kunnen de dieren buiten baden en kunnen we betere en ruimere volières maken.”
Piepers en een gierzwaluw
In de noodlocatie worden onder andere vogels en egels opgevangen. Boven zit een kooi vol jonge duiven, door de medewerkers liefkozend ‘piepers’ genoemd. Ze zijn nog kaal onder hun vleugels en kunnen daardoor niet vliegen. Na een paar dagen, wanneer de veren zijn aangegroeid, kunnen ze weer terug naar de plek waar ze gevonden zijn. Ook een verzwakte gierzwaluw krijgt tijdelijk onderdak. "Gierzwaluwen zitten eigenlijk bijna nooit op de grond, behalve om te broeden”, legt Nina uit. "Na het broedseizoen vliegen ze weer naar Afrika.” In Krommenie wordt de vogel eerst letterlijk ‘opgevet’.
Vooral eenden, duiven, meeuwen en kauwen worden naar de opvang gebracht. De warme zomer zorgde voor extra werk.
"Veel kauwen raken door de hitte verzwakt. Jonge kauwen verlaten soms te vroeg het nest en komen dan uitgeput op de grond terecht.” Op een normale dag werken er ongeveer zes mensen. Vandaag zijn dat er door zieke vrijwilligers maar drie. En er moet flink worden aangepakt. Alle hokken worden dagelijks schoongemaakt en ieder dier wordt gewogen om te controleren of het goed eet. "Elke drol wordt opgeschreven”, zegt Nina lachend. Ieder dier heeft een eigen patiëntenkaart.
Frankrijk
Veel vogels krijgen een wetenschappelijke ring. Daarmee kan later worden achterhaald waar een dier is gevonden of opnieuw wordt gesignaleerd. De blauwe reiger ‘Sjakie’ werd bijvoorbeeld eerst in Krommenie gevonden en later in Castricum. "Dat houden we hier allemaal bij op het bord aan de muur.” Soms komt een melding zelfs uit het buitenland. Een vogel kan zomaar in Frankrijk worden gevonden.
Tachtig dieren per dag
In het laagseizoen komen er ongeveer twintig dieren per dag binnen. In het hoogseizoen kunnen dat er zeventig tot tachtig zijn. De opvang is daarom vrijwel iedere dag open. Alleen met kerst en oud en nieuw wordt een halve dag gewerkt. Buiten staan kleine en grote volières waar de dieren verder kunnen herstellen. Zo wordt bijvoorbeeld gekeken of een vogel alweer van de ene naar de andere kant van een plasje kan vliegen. Pas als het dier zelfstandig genoeg is, komt de vrijheid weer in zicht.
Wie een gewond wild dier denkt te zien, moet volgens Nina vooral één ding doen: bellen. "Pak het dier liever niet zelf op. Het is een wild dier en geen hond of kat.” De landelijke meldkamer is bereikbaar via 144. De Dierenambulance Zaanstreek-Zaanstad is bereikbaar via 075 – 615 66 66. Volgens Nina is meer voorlichting welkom.
"Het zou fijn zijn als mensen beter weten wat ze moeten doen als ze denken dat een dier hulp nodig heeft.” Soms blijkt een melding overigens helemaal geen noodgeval. Zo belde ooit een vrouw vanwege een vreemd, kreunend geluid bij egels. Ze deed het geluid na als een soort ‘gekreun’. Geen zieke egel, zo bleek: het was gewoon paartijd.
Zestig vrijwilligers
De opvang draait voor een groot deel op zo’n zestig vrijwilligers. Zij helpen met voeren, schoonmaken, tuinonderhoud en bijvoorbeeld de receptie. Zelfstandig kunnen werken en vier uur kunnen staan zijn belangrijke voorwaarden. Ook stagiairs zijn welkom. Regelmatig zijn er twee of drie stageplekken, onder meer voor studenten van Vonk. Binnenkort komt er bovendien een vacature voor iemand die één keer per week wil helpen met schoonmaken. De kosten voor voer, verzorging en dierenartszorg lopen ondertussen gewoon door. Daarom blijft financiële steun belangrijk.
50-jarig bestaan
Wildopvang Krommenie kijkt ondertussen vooruit. Tijdens de open dag in april willen de medewerkers iets bijzonders organiseren vanwege het 50-jarig bestaan. Tot die tijd gaat het dagelijkse werk gewoon door. Van een gewonde hoender tot een piepende jonge duif: het uiteindelijke doel blijft hetzelfde. Zorgen, herstellen en de dieren daarna weer terugbrengen naar de vrijheid.
Dit bericht is ook gedeeld via ons WhatsApp-kanaal van Zaanstad. Ook razendsnel het laatste nieuws in je app? Volg het Rodi-kanaal nu (anoniem) via deze link.








Meer nieuws uit Zaanstad?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie