Wilma van de Slotermeerschool zwaait na 35 jaar af: ‘Bij mij kon je ook stoom afblazen’

SLOTERMEER – Volgende maand wordt ze zeventig en werkt ze 35 jaar op de Slotermeerschool. Wilma Angenent neemt na dit schooljaar afscheid en blikt terug op haar werkzame leven. “De babyfoon en box stonden op m’n werkkamer.”
door: Shirley Brandeis
Al plannen?
“Ik ga genieten van m’n kleinkind, van m’n katten en m’n hondje. Ik ga lekker wandelen en legpuzzels maken. Ik ben erg saai.”
Ik hou ook van puzzelen.
“Duizend stukjes zijn mijn favoriet. Dat past op mijn mat.”
Wat wilde je vroeger worden?
“Kapster. Maar dat ging niet omdat ik allergisch was voor kappersproducten. Ik verhuisde van Nijmegen naar Amsterdam en toen…”
Ho, stop, waarom?
“De liefde. Ik werd hoteldebotel op een Amsterdammer. Op mijn negentiende ben ik getrouwd. Ik keek hier mijn ogen uit. Van een eengezinswoning kwam ik op driehoog in West bij mijn schoonouders terecht. Ik vond de huizen kleine hokjes. Ons eerste eigen huis was in de Bijlmer. Dat was wat ruimer.”
Wanneer kwam je op de Slotermeerschool werken?
“In Amsterdam heb ik me bij een uitzendbureau aangemeld. Zo kwam ik 43 jaar geleden op de administratie bij de Van Tellegen Mavo – toen onderdeel van de Scholengemeenschap Westelijke Tuinsteden – aan de Noordzijde in Slotermeer terecht.
Ik zat daar met de conciërge en adjunct op een kamer, we hadden een fantastische tijd. Mijn eerste kind lag in een ledikantje op zolder. De babyfoon stond naast me, en een box. Dat kon gewoon in die tijd. Staat de kerk daar nog?”
Die wel, de rest is een woonwijk nu.
“Ja, het schoolgebouw werd afgebroken. Toen ben ik op verzoek van Jan Nabuurs, hoofd personeelszaken, overgestapt naar het lager onderwijs. Twee dagen op de Goeman Borgesius in Geuzenveld en drie dagen hier op de Burgemeester Fockschool, zoals de naam toen was. Later ben ik hier fulltime gaan werken. Ik kreeg de taak de leerlingenadministratie op de computer in te voeren. Het was 1991 en ze werkten hier met kaartjes. Hele kleine kaartjes met informatie over de leerlingen. Ik heb het allemaal handmatig ingevoerd, in Esis. Hoe ik wist hoe dat moest? Gewoon doen. Ik kreeg wel een cursus, maar het was erg veel zelf uitzoeken. Wie had er toen verstand van computers? Directeur Ronald Pater niet. Die hield alles over de leerlingen nog bij in van die grote schriften. De klassen hadden nog geen computers, laat staan een digibord.”
Goeie ouwe tijd.
“Een leuke tijd. Met juf Hennie Kat, die elke donderdag tussen de middag door leerlingen Turkse pizza’s liet halen voor het personeel. Later met directeur Lia, die erg omkeek naar de school en ook naar mij en Wim, de conciërge. ‘Wilma en Wim’, we waren echt een setje op school. Hij is nu anderhalf jaar weg, ik mis hem nog elke dag.”
En nu ga jij ook weg.
“Ik ben langer dan gepland gebleven. Wim ging al weg, en er overleed een juf in groep 8. Ranu en ik waren heel erg goed bevriend. Kijk, daar hangt haar foto. Ze is hier als klassenassistent begonnen en heeft zich helemaal opgewerkt. Gut, wat mis ik haar. Ze reed toen ze ziek was altijd met me mee. Ze wilde per se naar school. In de auto namen we de dag en het leven door. Ze is in de herfstvakantie van dit schooljaar overleden. Een onrustige tijd. Ik besloot het schooljaar af te maken voor ik dan ook wegga.”
Zal je het werk missen?
“Ja en nee. Er verandert veel op school, ik vind het mooi geweest. In een gewoon schooljaar werkten Wim en ik nog een week in de vakantie door. Hij zorgde dat de lokalen op orde waren, ik deed de laatste administratie. De school was dan helemaal leeg en samen genoten we van die laatste dagen. Dit keer stop ik de laatste schooldag meteen.”
Ze zullen je hier missen.
“Naast de administratie is dit ook het hok om stoom af te blazen. Even binnenrennen, je verhaal kwijt kunnen en door. Mét een snoepje uit de snoeppot. Die staat hier al mijn hele werkzame leven. Vroeger was er een directeur die dat niet vond kunnen, maar ik betaalde het altijd zelf. Hij wilde ook geen rode multomappen. Sinds de verbouwing moest alles grijs zijn. Dan ga ik toch mijn eigen gang. Dus zie je hier rode mappen én de snoeppot. De huidige directie vindt het prima, hoor.”
Wat zit dat raam eigenlijk hoog.
“De verbouwing van veertien jaar geleden heeft niet goed uitgepakt voor deze ruimte. De ramen zitten te hoog. Ik kan de leerlingen niet op de gang zien lopen en om het raam voor wat frisse lucht te openen moet ik op het bureau klimmen. Ja, dat kan ik zeker nog. Ik ben nog net geen zeventig, hè.”





Meer nieuws uit Amsterdam Nieuw-West?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie