Toen & nu: Slotermeer bestaat 91 jaar (op papier)

Nieuws
Burgemeester De Vlugtlaan, hoek Burgemeester Fockstraat anno 1963 en anno nu.
Burgemeester De Vlugtlaan, hoek Burgemeester Fockstraat anno 1963 en anno nu. (Foto: Toen: Stadsarchief Amsterdam. Nu: Paul Fennis.)
Shirley Brandeis Redacteur

NIEUW-WEST - Stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren tekende samen met twee collega’s het Algemeen Uitbreidingsplan, die de stad richting het westen en zuiden zou uitbreiden. Op 18 juli 1935, deze week 91 jaar geleden, werd het plan door de gemeenteraad vastgesteld. Vier jaar later volgde een Koninklijk Besluit en waren onder andere de Westelijke Tuinsteden een feit. Althans, op papier. Maar… wie waren nu de allereerste bewoners?

Vanwege de Tweede Wereldoorlog begon men pas in 1950 met bouwen en op 7 oktober 1952 werd de eerste Westelijke Tuinstad Slotermeer feestelijk geopend. Na de onthulling van de plaquette op de brug wandelden koningin Juliana en burgemeester D’Ailly door de kersverse tuinstad Slotermeer naar de Walraven Van Hallweg 5. Daar vond een persmoment plaats: een bezoek aan een heel gewoon gezin, dat van Thea Reusch. De hoogheid at er een koekje, dronk er een kop thee en rookte een sigaret. Thea, haar man en de kinderen Reusch werden naar voren gebracht als de allereerste bewoners van Slotermeer. Maar dat is niet helemaal juist.

Onrechtvaardig

‘Dat waren mijn ouders,’ laat Ingrid van Poelgeest weten. ‘Alleen waren die niet katholiek, en dat had wel de voorkeur van de katholieke woningbouwvereniging Dr. Schaepman.’ Toen vader van Poelgeest hoorde wie er op bezoek was, heeft hij aangebeld. ‘Hij vond het een beetje onrechtvaardig en wilde gewoon laten weten dat zijn gezin net een dag eerder dan de familie Reusch daar was komen wonen.’ Juliana en gevolg vatten het goed op. Na het bezoek op nummer 5 gingen ze ook nog even langs op nummer 7.

Bewijs ervan is er niet meer. ‘Het fotoalbum is verdwenen, maar het is wel een familieverhaal dat ik altijd hoorde. Of het een nare nasmaak heeft? Ben je mal.’ Ook met de buren was het contact niet verstoord. Ze hebben nog jarenlang in goede harmonie naast elkaar gewoond.

’Er was daar niks’

Hoe de eerste bewoners, de pioniers dus, de nieuwe wijk Slotermeer en de verhuizing ernaartoe hebben ervaren? In 2012 stond in de Westerpost een reeks interviews met hen. Lenie vertelde: “Mijn moeder dacht dat ik in een negorij terecht zou komen. Er was daar niks. Voor je boodschappen moest je lopend helemaal naar de Burgemeester De Vlugtlaan.” Maar Lenie vond het hier ideaal: winkels, buren, parken en water. “Ik heb wat aan de Sloterplas gezeten met de kinderen.”

Ze waren de eersten met een telefoon en de trap. “Ze konden allemaal bij ons terecht. Dat deed je graag, er was nog saamhorigheid. Je hield ook een oogje in het zeil voor andermans kinderen en je leende spullen van elkaar. We waren gewoon één grote familie op die trap. Het was de leukste tijd van mijn leven.”

Hetty vertelde dat ze met tegenzin verhuisde. “De nieuwe buurt was ver van alles en iedereen. ‘Kind, je gaat emigreren! Ik zie je nooit meer!’ zei mijn moeder.” Haar ouders woonden aan de Frederik Hendrikstraat in West. Elke dag ging ze naar hen toe. “Lopend, want de kinderwagen kon niet in de bus. Anderhalf uur heen, anderhalf uur terug.”

Uitkijken bij storm

Slotermeer was in die tijd nog één grote zandvlakte. “Als het stormde moest je uitkijken. Je kon je ook nergens aan vasthouden. Mijn moeder is een keer omgewaaid. De dokter heeft haar gehecht. Daarna zei ze: ‘Ik kom hier nooit meer!’ Maar er kwamen meer huizen, de bomen groeiden en de rukwinden werden minder hevig.”

13.200 gulden

Tini vertelde dat de benedenverdieping van de woning aan de Burgemeester Vening Meineszlaan in het nieuwe Slotermeer net zo groot was als hun vorige woning aan de Nachtegaalstraat in Noord. “Het nieuwe huis was een zonnewoning volgens de brochure uit 1952. Het huis kostte 13.200 gulden en dat was in die tijd een enorm bedrag. Er kwam nog 65 gulden bij voor een dienstluik tussen huiskamer en keuken, en drie gulden voor drie extra legplanken met rekjes in de keukenkast. De erfpacht is tot 2028 afgekocht. Het is nu 2012, ik ben 87. Tegen die tijd doen mijn kiezen niet meer zeer.”

Deze en nog veel meer verhalen over de stad lees je in de serie Memorabele Mokumse Mikmak – www.mokumsemkikmak.nl.

Meer nieuws uit Amsterdam Nieuw-West?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: