Economisch plan voor Noord ‘met een sausje van Yassmine’

Nieuws
Yassmine el Ksaihi
Yassmine el Ksaihi (Foto: Tom Feenstra Fotomatic)

Stadsdeelbestuurder Yassmine el Ksaihi bracht 24 mei de Economische Agenda Noord in bij de vergadering van de stadsdeelcommissie. De komende tijd spreken de commissieleden en ondernemers over de urgente kwesties die spelen, als de woningopgave waardoor bedrijven noodgedwongen vertrekken, de openstaande vacatures en de hoge jeugdwerkloosheid. Wat betekent de agenda voor de toekomst van het bedrijfsleven van Noord? Wat kunnen ondernemers verwachten van het stadsdeelbestuur? Een gesprek met de opsteller van de Agenda: portefeuillehouder Yassmine el Ksaihi.

Hoe kwam uw Economische Agenda ’22-’26 tot stand?

“In het eerste jaar van mijn bestuurstermijn praatte ik veel met ondernemers om te horen wat er speelt. Van bedrijvenvereniging VEBAN en het A-Lab, tot ondernemers op het Cornelis Douwesterrein, winkeliersvereniging Banne Centrum en zzp’ers die opkomen voor de empowerment van jongeren. De Economische Agenda is een handreiking aan ondernemers in Noord. Hiermee laat ik weten dat ze gehoord en gezien zijn. Voor mijn tijd waren ondernemers sporadisch samenwerkingspartners van de gemeente. Dat verandert nu.”


“Let wel, de Economische Agenda is geen beleidsstuk, maar een document dat de leidraad vormt voor de toekomst. Hierin combineer ik het beleid van het centrale stadsbestuur, met de punten uit de gesprekken met Noordse ondernemers en met een sausje van Yassmine. De komende jaren besteden we aandacht aan de maakindustrie, het MBO-onderwijs en verbeteren we de aansluiting tussen opleidingen en het werkveld.”


Wat is dat sausje van Yassmine?
“In mijn vorige functie als gemeenteraadslid zag ik de maatschappelijke meerwaarde van ondernemen. Ik ontmoette ondernemers die van betekenis zijn voor hun omgeving, door mensen te helpen die dat nodig hebben. Ik zag hoeveel kracht hen dat gaf. Daarnaast merkte ik hoe belangrijk werk is. De eigenwaarde van mensen groeit als ze een baan hebben. Een sociale manier van ondernemen is van grote toegevoegde waarde voor de stad.”

Door de woningdruk verdwijnt de maakindustrie uit Noord. Wat kan het stadsdeel daaraan doen?

“Het stedelijk beleid richt zich op verdichting. Het idee is meer woningen realiseren in woon-werk gecombineerde wijken. In de praktijk zien we dat ondernemers in de knel komen. De MKB’ers kunnen zich de hogere huur niet veroorloven en de behoeftes van bijvoorbeeld bouwgerelateerde en technische bedrijven matchen niet met de bedrijfsruimtes in de plinten van woontorens. Zij trekken weg en dat is een grote zorg.”


“Ik twijfelde of ik dit op moest nemen in de agenda en besloot om dat wel te doen, omdat de gevolgen zichtbaar zijn binnen mijn portefeuille. Tegelijkertijd heb ik er weinig invloed op. De meeste investeringsnota’s voor Noord zijn tien, vijftien jaar geleden opgesteld en goedgekeurd. Projectontwikkelaars voeren de plannen al uit, dan is een geschikte ruimte vinden een gepasseerd station. Voor de toekomst stellen we de vraag: wat bouwen we en voor wie? Maar voor de Appie en Sen’s is het te laat.”


“De realiteit is dat we niet alle ondernemingen kunnen huisvesten. Er is vrijwel geen ruimte meer waar we invloed op kunnen uitoefenen, omdat de grond niet van ons is. En bij de ontwikkeling van het Hamerkwartier, waar nog wel wat speelruimte is, praten we met projectontwikkelaars over een verzamelgebouw voor creatieve maakbedrijven. Uit onderzoek blijkt dat 70 tot 80 procent binnen tien jaar uit Noord vertrekt omdat de huur te hoog wordt. Dat is onacceptabel. Het is goed als de ondernemers zich uitspreken. Dan kan ik de geluiden overbrengen op het college.”


De grotere maakbedrijven zorgen voor een hoop werkgelegenheid in Noord. Dat is essentieel voor de leefbaarheid in de stad. Houdt u ze niet liever in Noord, in plaats van dat u ze verwijst naar het Westelijk Havengebied met een voorrangsregeling? 

“In principe wel. De scheepswerven zitten bijvoorbeeld in het DNA van Noord. Tegelijkertijd moeten grotere bedrijven voldoen aan allerlei wettelijke eisen, ten aanzien van verduurzaming bijvoorbeeld. Er komen steeds meer regels bij. Ondernemers komen hierdoor in de knel. Het centrale stadsbestuur en de projectontwikkelaars draaien aan de knoppen, daar ga ik niet over.”

“De focus in de Economische Agenda voor Noord ligt op de kleinere maakbedrijven, zoals timmerlieden, fietsenhandelaren en garagehouders, omdat hun slagkracht groter is. Een bedrijf als Albemarle heeft een internationaal werkveld en lobbyt bij de landelijke overheid voor hun bestaan. Die redt het wel. Een fietsenmaker daarentegen heeft niemand die voor ‘m op komt.”

Een ander onderwerp is het MBO-onderwijs en de aansluiting met het lokale bedrijfsleven. Hoe is die mismatch tussen beide ontstaan?
“De jeugdwerkloosheid is gigantisch in Noord. Van heel Amsterdam hebben we de op een na hoogste werkloosheidscijfers van de stad bij jongeren. De oorzaak hiervan ligt in hun leefomgeving. Toen ik jong was had ik mijn eerste baantje op het Buikslotermeerplein, dat in die tijd floreerde. Mijn zusje is acht jaar jonger en ging werken in de binnenstad. Onze leefwereld is enorm vergroot. Toch zie je ook dat jongeren langs etnische lijnen in zelfde kringen blijven hangen. Als ze van hun ouders horen dat beveiligingsbeambte een goed beroep is en ze kennen drie vrienden die dit werk doen, dan is de stap naar deze functie gauw gemaakt. Veel is onbekend. Ik stimuleer dat jongeren vroeg in aanraking komen met diverse MBO-beroepen.”

Dus toch een techcampus?

“Het probleem is niet zozeer het aanbod, maar de jongeren interesseren voor beroepen met een negatief imago. Ze denken dat je in de bouw en techniek lange dagen maakt, smerig werk verricht en minder verdient. Wij ondersteunen met de regiodeal scholen, ondernemers en maatschappelijke organisaties die campagnes en projecten opzetten waarmee leerlingen hun horizon verbreden, doordat ze met ervaringsdeskundigen praten uit voor hun onbekende vakgebieden, of een dag in een bedrijf meelopen zodat ze merken wat bij ze past. Ik hoop dat we hiermee de leerlingen intrinsiek weten te motiveren en dat ondernemers zien welke talenten ze hebben.”

Hoe verder?
“Ik ben een doener en draag graag bij aan tastbare ideeën die van een toegevoegde waarde zijn. Zoals het stadsbos dat mogelijk bij het Cornelis Douwesterrein komt. Laten we als gemeente de kracht en de energie van de ondernemers met dit soort ideeën faciliteren. Als ik met een ondernemer praat die goede ideeën heeft, dan word ik daar blij van. Ik probeer ondernemers en Noorderlingen zoveel mogelijk bij elkaar te brengen. Daarom is het ook fijn dat we er vroeg bij zijn om onze MBO-opgeleide jongeren te inspireren en te koppelen aan enthousiaste ondernemers. Ik zet me graag op een positieve manier in voor Noord.”