Van New York naar Amsterdam: STRAAT Museum toont graffiticultuur door de ogen van Henry Chalfant

NOORD - Beschilderde metro’s die voorbijrijden, muren vol kleurrijke graffiti en de sfeer van New York in de jaren zeventig en tachtig. Tot en met 13 maart is in STRAAT Museum op de NDSM-werf de tentoonstelling ART IS NOT A CRIME te zien. Centraal staat het werk van de Amerikaanse fotograaf en documentairemaker Henry Chalfant (1940), die de graffiticultuur uit New York wereldwijd bekend maakte. Zijn werk is voor het eerst op deze schaal in Nederland te zien.
De tentoonstelling neemt bezoekers mee naar een tijd waarin jongeren in de Bronx hun namen en kleurrijke ontwerpen op metrostellen spuitten. De stad verkeerde in een crisis, maar op de oude treinen ontstond een compleet nieuwe beeldtaal. Wat voor de ene New Yorker vandalisme was, groeide voor de ander uit tot een creatieve beweging die de wereld over zou gaan.
Metro’s die voorbijrazen
Bij binnenkomst lijkt het alsof bezoekers op een perron in New York staan. Op een groot scherm rijden levensgrote, met graffiti beschilderde metro’s binnen. Ze staan even stil en verdwijnen vervolgens weer uit beeld. Op nagebouwde banken, zoals die waarop graffitischrijvers vroeger in de Bronx zaten, kan het voorbijrijden van de kleurrijke treinen worden bekeken.
Een indrukwekkende fotowand van ruim 25 meter laat zien hoe de metro’s er in de loop van tien jaar uitzagen. Meer dan vijfhonderd foto’s vormen samen een lange rij treinen. Van dichtbij zijn de afzonderlijke beschilderingen goed te bekijken, terwijl van een afstand één groot geheel ontstaat. Ook zijn er afbeeldingen op ware grootte van metrostellen te zien. Daarmee wordt duidelijk hoeveel ruimte de kunstwerken innamen en hoeveel werk er in sommige beschilderingen zat.
Met de camera achter de metro aan
Henry Chalfant begon in de jaren zeventig met het fotograferen van de beschilderde metro’s. Zodra een nieuw werk op een trein verscheen, probeerde hij die zo snel mogelijk vast te leggen. De metro’s werden namelijk regelmatig schoongemaakt door de vervoersmaatschappij. Wie de graffiti wilde bewaren, moest er dus snel bij zijn.
Met zijn camera kon Chalfant niet in één keer een complete trein fotograferen. Daarom maakte hij een reeks foto’s die hij thuis met de hand aan elkaar plakte. Zo ontstonden de lange beelden die nu in het museum te zien zijn. Op de vloer geven voetafdrukken aan hoe hij destijds langs de metro liep om de verschillende foto’s te maken.
Hoe graffiti zich verspreidde
Naast de foto’s zijn er schetsboeken, oude flyers, krantenknipsels en spuitbussen te zien. Ook klinken er opnamen uit de radioshow van dj Red Alert, die Chalfant destijds op cassette bewaarde. Het materiaal laat zien hoe jongeren elkaar inspireerden en hoe graffiti zich verspreidde in een tijd waarin internet nog niet bestond.
Chalfant legde zijn ervaringen ook vast in boeken en documentaires. Samen met Tony Silver maakte hij de documentaire Style Wars uit 1983. Met Martha Cooper publiceerde hij Subway Art (1984), gevolgd door Spraycan Art (1987), samen met James Prigoff. Die boeken werden wereldwijd een belangrijke inspiratiebron voor graffitischrijvers.
Van New York naar Amsterdam
Ook Amsterdam speelt een belangrijke rol in het verhaal. In 1984 exposeerde Chalfant zijn foto’s bij galerie Yaki Kornblit aan de Willemsparkweg in Amsterdam-Zuid. Een groep tieners uit de buurt zag daar voor het eerst hoe de graffiticultuur in New York eruitzag.
Foto’s van de tentoonstelling werden gekopieerd en onder jongeren verspreid. Via graffitischrijvers bereikten de beelden vervolgens andere Europese steden. Zo hielp Amsterdam mee aan de verspreiding van de Amerikaanse graffiticultuur in Europa.
Ruim veertig jaar later keert het werk van Chalfant terug naar de stad. Een deel van de tentoonstelling belicht de invloed van zijn foto’s op de eerste generatie Nederlandse graffitischrijvers. Ook zijn er ongeveer driehonderd foto’s te zien die niet eerder zijn gepubliceerd. Daarop staan niet alleen metro’s uit New York, maar ook beelden uit Europa, waar Chalfant in de jaren tachtig zijn werk presenteerde.
Ook buiten de tentoonstelling van alles te doen
ART IS NOT A CRIME is te bezoeken tot en met 13 maart. Bij de tentoonstelling hoort een uitgebreid programma met rondleidingen, gesprekken met gasten en creatieve activiteiten voor jong en oud.
Elke zaterdag en zondag begint om 15.00 uur een gratis rondleiding van een uur. Op zondagmiddag kunnen bezoekers tussen 14.00 en 16.00 uur zelf aan de slag met graffitiletters en andere creatieve opdrachten. Tijdens de herfstvakantie, van 10 tot en met 18 oktober, zijn er ook extra activiteiten op woensdag en vrijdag.
Vanaf 15 oktober blijft STRAAT Museum ook iedere donderdag open tot 21.00 uur. Tijdens deze avondopenstellingen is het museum sfeervol verlicht en krijgen de voorbijrijdende metrobeelden een extra bijzondere sfeer. Een avondticket kost 15 euro; jongeren van 13 tot en met 18 jaar betalen 8 euro. Vanaf 17.00 uur zijn ook alle activiteiten van die avond toegankelijk.
Op 7 november staat het museum in het teken van Museumnacht Amsterdam. Tussen 19.00 en 02.00 uur zijn er onder meer graffiti- en breakdanceworkshops, gesprekken met gasten, dansoptredens en hiphopmuziek.
Meer informatie over de tentoonstelling en het activiteitenprogramma staat op straatmuseum.com.











Meer nieuws uit Amsterdam-Noord?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie