Tien vragen aan… Kien Hertoghs: ‘Castricum heeft de mooist denkbare achtertuin’

Nieuws
Kien Hertoghs.
Kien Hertoghs. Foto: aangeleverd

CASTRICUM - In de rubriek ‘De tien vragen aan...’ komen bewoners of bekenden uit de gemeente Castricum aan het woord, zij beantwoorden tien vragen en nomineren een volgende inwoner. Deze week aan het woord: Kien Hertoghs.

Openingsvraag van Jiska Bours: Wat was het grootste keerpunt in je leven, en hoe heeft die ervaring je veranderd?

Er waren verschillende belangrijke keerpunten in mijn leven, maar het was toch de dood van mijn moeder die de diepste indruk maakte. Ik was 11 en bleef met mijn twee jongere broertjes achter bij een veel te strenge vader. Over mijn moeder, noch over haar dood, werd ooit gesproken. Eigenlijk was ik vanaf toen op mijzelf teruggeworpen. Dat heeft mijn karakter gevormd: ik leerde op mezelf te vertrouwen en te doen wat ik zelf dacht dat goed was. Daar kun je de rest van je leven kracht uit putten.

Wie ben je?

Ik ben Kien Hertoghs, beeldend kunstenaar. Ik heb de lerarenopleiding gedaan in de vakken tekenen en handvaardigheid, maar gaf nooit les op een school. Wel veel cursussen en workshops, onder andere in mijn atelier in Weesp. Aan kinderen vanaf 6 jaar, tot aan volwassenen en senioren. Creativiteit is van levensbelang! Toen ik naar Spaarndam verhuisde werd ik fulltime kunstenaar. Daarnaast heb ik tien jaar als vrijwilliger de programmering gedaan van het theater in Weesp en was ik hier in Castricum een aantal jaren taalcoach voor statushouders.

Waar en wanneer ben je geboren?

Ik ben in 1957 geboren in Maastricht waar ik heb gewoond tot ik 16 was. Omdat mijn beide ouders overleden ben ik bij mijn oudere zus ingetrokken die in Koedijk woonde. Zo ben ik in Noord Holland terecht gekomen. Ik ging op kamers in Alkmaar en verhuisde naar Amsterdam toen ik ging studeren.

Wat maakt jouw band met de gemeente speciaal?

Mijn band met Castricum is nog niet heel sterk: ik woon hier pas sinds 2017. Ik ben hier komen wonen omdat we op zoek waren naar een huis dat op te splitsen was in twee volwaardige wooneenheden, omdat we met onze dochter en haar gezin een kangoeroe-eenheid wilden vormen. Het werd Castricum, vanwege de geschikte woning, maar vooral vanwege de nabijheid van het duingebied.

Wat is de mooiste plek in de gemeente?

Theo Versteegen zei het al, Castricum heeft de mooist denkbare achtertuin. Het duingebied, de bossen en het strand bieden onderdak aan de grootste biodiversiteit van Nederland. De mooiste plek kan ik niet kiezen, wel de fijnste: mijn eigen achtertuin. Er wonen kikkers, padden, salamanders en een egel. Dagelijks komen er mussen, mezen, merels, vinken, roodborstjes en zelfs koperwieken. Ik doe mijn best zoveel mogelijk insecten te trekken door inheemse planten neer te zetten.

Welke herinnering aan je woonplaats is jou dierbaar?

Ik heb op veel plekken gewoond en allemaal hadden ze iets bijzonders. Alkmaar, Amsterdam, Weesp, Haarlem, allemaal plaatsen met veel geschiedenis. Dat ik hier nu woon, in Castricum, naast mijn dochter, schoonzoon en twee kleinkinderen is mij heel dierbaar. Maar Maastricht zit diep in mijn hart, dat slijt niet.

Wat is je advies aan de burgemeester?

De burgemeester zou ik vragen door te gaan op de ingeslagen weg: voeling houden met de bewoners, in gesprek gaan met iedereen en met alle groeperingen. Knelpunten opzoeken en luisteren. Vooral luisteren. De afstand tussen politiek en burgers is een gapende kloof geworden. Ik ben groot voorstander van het burgerberaad: wat zou het fantastisch zijn als ook Castricum in de voetsporen zou treden van onder andere Amsterdam, Den Haag, Haarlem, Utrecht, Amersfoort en steeds meer plaatsen in Nederland. Met name op het gebied van klimaat moet dringend actie worden ondernomen.

Wat is het beste advies dat je zelf ooit kreeg?

Eigenlijk was dat een advies aan mijzelf: mijn zelfgekozen benoeming tot kunstenaar. Veel mensen die zich creatief uiten vinden al snel van zichzelf dat ze kunst maken, maar ik mis daar vaak enige mate van zelfkritiek. Ik had drempelvrees en last van het ‘imposter-syndrome’. Dat heeft lang geduurd, maar intussen heb ik mijn sporen wel verdiend. Mijn werk heeft al op veel plekken in Nederland gestaan en staat nu ook in de museumwinkel van Kranenburgh in Bergen. De achterliggende gedachte van mijn werk is zichtbaar maken dat de natuur door de mens in een keurslijf wordt gedwongen en altijd ten dienste moet staan. Rechte, geschaafde kastjes en tafeltjes krijgen bij mij grillige takkenpoten om in herinnering te brengen dat in de natuur niets recht is. De schilderijlijsten doen er nog een schepje bovenop; daar breekt de natuur met de opgelegde orde van de mens en wringt zich uit het kader. (Nieuwgierig? www.kstudio.nl)

Wat is het meest avontuurlijke dat je ooit hebt gedaan?

Wat voor mij een grote stap was is de verhuizing naar Amsterdam geweest. Ook toen, in 1977, was de woningnood groot, met name onder studenten. Ik heb mij aangesloten bij de kraakbeweging en ben ingetrokken in een woning die op de nominatie stond gesloopt te worden. Dat slopen heb ik daar niet mee verhinderd, maar dat zou nog een paar jaar duren. In de tussentijd gaf het woonblok aan veel jonge mensen onderdak. Daar is mijn politieke bewustzijn echt wakker geworden. Logisch; ik zat er middenin. Overal stonden panden leeg, in bezit van project ontwikkelaars die er op magische wijze veel geld aan verdienden. Toen ben ook ik, met mijn medekrakers, op de barricades gaan staan.

Wat moeten mensen écht van jou weten?

Toen ik in Castricum kwam wonen ben ik een cursus Natuurgids gaan volgen aan het Natuurinstituut in Alkmaar. Niet om gids te worden, maar om mijn nieuwe omgeving beter te leren kennen. Daar heb ik heel veel geleerd over alles wat leeft in en om het duingebied, ongelooflijk waardevol. Maar ook werd ik geconfronteerd met het schokkende feit dat we dat waardevolle leven razendsnel verliezen. Onze insecten zijn al met ruim 70 procent verdwenen; cruciaal als voedselbron voor vogels en andere dieren en met een essentiële rol in bestuiving. Een hele grote dominosteen die al is omgevallen en ALLE andere stenen in beweging zet. Ik voelde de noodzaak om mensen te alarmeren en te doordringen van de noodzaak in actie te komen. Het tij kan m.i. niet gekeerd worden, maar wel degelijk vertraagd. Daarom heb ik de ‘Parade van Verlies’ gemaakt: een 5 meter breed doek, dat gedragen wordt door drie personen, waar dieren op staan die ernstig bedreigd worden of al verdwenen zijn. Onze dieren, geen exotische. Egel, konijn, haas, hermelijn, vleermuis, heel veel vlindersoorten, duinpieper, grauwe kiekendief, tuimelaar, velduil, grote karekiet en nog gruwelijk veel meer. Met het doek gaan we de straat op bij demonstraties, of andere acties. Soms gewoon op de markt. Niks doen is geen optie.

Wie volgt jou op in deze rubriek?

Documentairemaker Jennifer Pettersson neemt het stokje van mij over. Ze komt uit Zweden, maar woont al eenentwintig jaar in Nederland. Ze maakte een podcastserie waarin ze drie natuurbeschermers volgde over een periode van bijna drie jaar: ‘De weg van de dodo’, over de haast onmogelijke opdracht om de natuur te redden van de mens. Dat maakte veel indruk op mij. Mijn vraag aan haar is: Wat verwachtte jij van het leven als kind? Waar droomde je van, wat wilde je worden?

Meer nieuws uit Castricum?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: