Roy Flem is ruim 35 jaar vrijwilliger in Den Helder

Nieuws
''Vroeger vonden mensen het gek als ik vertelde dat ik vrijwilligerswerk deed, maar ik vind het hartstikke leuk'', vertelt Flem.
''Vroeger vonden mensen het gek als ik vertelde dat ik vrijwilligerswerk deed, maar ik vind het hartstikke leuk'', vertelt Flem. (Foto: Pers Bureau Dasbach)

DEN HELDER – Een bekend gezicht in Den Helder is de 73-jarige Roy Flem. Als vrijwilliger heeft hij zijn sporen verdiend met ruim 35 jaar bij het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers, vele jaren bij het KNRM Reddingstation Den Helder en de Traditiekamer van de Marineluchtvaartdienst op Maritiem Vliegkamp De Kooy. Roy heeft veel mensen zien komen en gaan, maar zijn passie voor vrijwilligerswerk blijft onverminderd. ‘’Dit blijft toch het mooiste en dankbaarste werk om te doen.’’

Een leven gewijd aan vrijwilligerswerk

In 1988 begon Flem met zijn vrijwilligerswerk bij het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers. ‘’Mijn frequente bezoeken leidden ertoe dat de medewerkers vroegen: ‘wil je misschien vrijwilliger worden?’ En zo geschiedde’’, glimlacht hij. ‘’Ik werkte toen nog wel, dus we spraken af dat ik ging helpen tijdens de zogenoemde werkavonden en zo rolde ik er langzaam in.’’ Zijn betrokkenheid groeide in de loop der jaren en momenteel werkt hij twee vaste dagen als vrijwilliger in het museum. ‘’Ik verricht allerlei hand- en spandiensten, maar ook houd ik mij bezig met het promoten van het museum. Ik zoek naar markten en evenementen waar wij kunnen staan met onze kraam. Dat kunnen evenementen in de regio zijn, maar ook verder weg.’’ Tijdens het seizoen, wanneer de markten in volle gang zijn, is Roy ook vaak in de weekenden op pad.

Koninklijke Onderscheiding

Een van de hoogtepunten van zijn vrijwilligerswerk kwam op 1 juni 2022 met de Koninklijke Onderscheiding als Lid in de Orde van Oranje-Nassau. ‘’Het was tijdens een festiviteit in het museum’’, vervolgt Flem. ‘’Ik merkte op dat het buiten best druk was. Ik zag wat collega’s van de traditiekamer en de KNRM lopen en dacht: ‘wat moeten die daar nou?’ Op een gegeven moment kwam de burgemeester binnen met mijn schoonzus erachteraan. Ze had een camera in haar hand. ‘Het zal toch niet’, schoot door mijn hoofd, dus ik hield me afzijdig. Totdat de burgemeester zijn speech begon en mij naar voren haalde. Mijn familie, vrienden en collega’s waren hierbij aanwezig. Het was een heel bijzonder moment en zal me altijd bijblijven.’’ Deze eer werd Flem toegekend voor zijn toewijding aan het vrijwilligerswerk bij het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers, KNRM Reddingstation Den Helder en bij de Traditiekamer MLD op Maritiem Vliegkamp De Kooy.

Roy, geboren in 1951 in Amersfoort, bracht zijn jeugd in de marinestad door aan de Helderse zeedijk. ‘’Dat was vroeger echt hét speelterrein voor mijn broer, twee zusjes en mij’’, vervolgt hij. ‘’Mijn ouders zijn afkomstig uit het voormalige Nederlands-Indië. Mijn vader zat bij de Marine en kreeg uiteindelijk een baan aangeboden op Vliegkamp De Kooy in Den Helder.’’ Geïnspireerd door zijn vader koos ook Roy voor een carrière bij Defensie. ‘’Het is een werkgever waar veel mogelijkheden zijn. In het begin van de jaren ’70 startte ik in ‘de bevoorrading’, nu beter bekend als logistiek.’’ Na enkele jaren vond een reorganisatie plaats en kreeg Roy de kans om in Londen te gaan werken als administratief medewerker voor de Marine Attache op de Nederlandse Ambassade. Het was een aanbod dat hij niet kon weerstaan.

Londen

‘’In ’77 vertrok ik naar Londen en na een jaartje kwam ook mijn vriendin Alma over. Ze wachtte het eerst nog even af’’, lacht hij. ‘’Ik vond het in Londen echter zo leuk dat ik tegen haar zei: ‘dit moet je ook meemaken!’ Niet lang daarna zijn we getrouwd. In Engeland werd mijn interesse voor het reddingwezen gewekt. Ik ontving informatie over de RNLI, de Engelse reddingmaatschappij. Toen ben ik daar lid van geworden, als een soort donateur zeg maar. Eenmaal terug in Nederland zag ik dat het hier ook kon. Zodoende ben ik donateur geworden voor de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij in Nederland en bezocht ik vaak het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers.’’

De tekst gaat door onder de afbeelding.


‘’Vroeger vonden mensen het gek als ik vertelde dat ik vrijwilligerswerk deed, maar ik vind het hartstikke leuk’’, aldus Flem. Foto: Pers Bureau Dasbach.

Samen met zijn echtgenote keerde hij in 1983 terug naar Nederland. ‘’Computers werden steeds meer in gebruik genomen. In Nederland werd alles al snel geautomatiseerd, maar in Engeland liepen ze nog wat achter. En dus wilde ik graag terug. Ik had links en rechts nog wat contacten in Nederland die mij vertelden dat er bij de Koninklijke Marine nog wat functies beschikbaar waren. Er volgde toen een dienstverband van drie jaar in het Kleding Distributiecentrum van de Marine in Weesp.’’ Al gauw merkte Flem dat er in Den Helder meer mogelijkheden waren. ‘’Daar kom ik tenslotte ook vandaan hè’’, grinnikt hij. ‘’Zo verzeilde ik opnieuw in Den Helder waar ik binnen verschillende bedrijven van de Koninklijke Marine allerlei functies bekleedde. Om uiteindelijk, zoals mijn vader, terecht te komen op Vliegkamp De Kooy. Daar heb ik mijn laatste jaren versleten tot 2011.’’

Traditiekamer Marineluchtvaartdienst

‘’De vrijwilligers van de Traditiekamer MLD zeiden al: ‘als je stopt met werken, kan je mooi bij ons komen.’ En zo ben ik in 2012 begonnen met vrijwilligerswerk in de Traditiekamer van de Marineluchtvaardienst op Maritiem Vliegkamp De Kooy. Elke woensdag verrichten we allerlei taken en werkzaamheden. Zo proberen we de geschiedenis in leven te houden. Ik houd me bezig met de documenten die binnenkomen. Ik kijk of we er al wat van hebben en waar het vastgelegd moet worden. Mensen die documenten willen aanleveren kunnen het beste van tevoren een afspraak maken. De woensdag is altijd een enorm gezellige dag. Soms ontvangen we bezoekers die een rondleiding willen en tussen de middag gaan we met z’n allen naar het bedrijfsrestaurant om de zogenoemde ‘blauw hap’ te eten. Ze hebben dan een hele rijsttafel met bami, nasi en noem maar op. Dat is vaste prik bij de Koninklijke Marine.’’

KNRM Reddingstation

Zijn betrokkenheid bij het KNRM Reddingstation Den Helder is een direct afgeleide van zijn passie voor het Nationaal Reddingmuseum. ‘’Wij tonen in het museum de geschiedenis van het reddingwezen in Nederland, maar specifiek die van de Koninklijke Nederlandse Reddingmaatschappij. En laten we ook een reddingstation in Den Helder hebben’’, vertelt Flem enthousiast. ‘’Een aantal vrijwilligers van het museum was toentertijd zelf ook redder bij het reddingstation. Ik ging diverse keren mee en voor je het weet zit je er zelf ook helemaal in’’, lacht hij. Flem is sinds 2008 vrijwilliger bij het KNRM als ‘Helper aan de Wal’. ‘’Ik ondersteun het reddingstation op allerlei manieren. Een van de taken die ik heb zijn de collectebootjes van het KNRM (bunkerbootjes) die overal uitstaan in Den Helder bijhouden. Ik haal de bootjes leeg en zorg dat het geld bij de penningmeester komt. Daarnaast ga ik ook op zoek naar nieuwe adressen waar we bunkerbootjes kunnen plaatsen.’’ De KNRM bestaat in 2024 maar liefst 200 jaar en dat wordt groots gevierd met diverse activiteiten en evenementen. ‘’Ik ben ontzettend trots op het feit dat de KNRM al zo lang bestaat en dat ik er deel van mag uitmaken!’’

Vrijwilligerswerk in Den Helder

‘’Vroeger vonden mensen het gek als ik vertelde dat ik vrijwilligerswerk deed, maar ik vind het hartstikke leuk. Zolang ik gezond ben en fysiek aanvoel dat ik dingen kan, wil ik het zolang mogelijk blijven volhouden.’’ Flem raadt iedereen aan om vrijwilligerswerk te doen. ‘’Heb je bepaalde ideeën of wil je je steentje bijdragen? Ga het dan gewoon eens proberen, maar kijk ook vooral waar je interesse of passie ligt. Voor je het weet ben je 35 jaar vrijwilliger’’, knipoogt hij.

Afbeelding

Meer nieuws uit Den Helder?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: