
Mijn groene vingers heb ik waarschijnlijk van mijn opa Weterings, die begin 1900 kwekerij Noorderwijk beheerde aan de Creutzberglaan, die toen nog de Zwarte Weg heette.
Hij teelde hier in een broeikas onder andere druiven, pruimen, vijgen en perziken. Mijn vader, die noodgedwongen ook ‘in de tuin’ terechtkwam, was meer van de traditionele teelt: tulpen, narcissen en gladiolen. Later kwam daar ook wel wat groenteteelt bij, maar de hoofdzaak bleef een bloembollenkwekerij. Geen rare vruchten meer; die kwamen inmiddels veel goedkoper uit het buitenland.
Na de Pius X heb ik eerst vijf jaar in de tuin gewerkt om mijn vader te helpen, die door zijn kwakkelende gezondheid het bedrijf niet meer alleen kon runnen. Personeel was simpelweg te duur. En ik wist toen toch nog niet wat ik wilde worden als ik groot was, dus dat kwam goed uit. Ook toen al vond ik het leuk om te proberen bijzondere planten te kweken. Pitten van appels, sinaasappels, citroenen, avocado’s (tip: dat gaat erg makkelijk) enz. verdwenen in een potje met aarde. De ene plant deed het goed, de andere wat minder. Wietzaadjes groeiden als kool, maar een kokosnoot is me nooit gelukt.
Ruim tien jaar geleden nam mijn collega Mauro pijnboompitten (Pinus pinea) voor mij mee van zijn ouders uit Sardinië. Eerst stonden ze op kantoor en toen ze wat te lang werden, zijn ze achter in onze tuin geplant. Veel water in het begin en daarna afwachten welk effect de ‘koude winters’ in Nederland zouden hebben. Heel snel groeit de pijnboom niet, maar inmiddels is hij toch al zo’n vijf meter hoog. Toen ik Mauro onlangs vroeg wanneer ik mijn eigen pijnboompitten kan oogsten, zei hij: “Over een jaar of veertig!” Even geduld dus.





Meer nieuws uit Heemskerk?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie