Zestien jaar achter slot en grendel: cipier Marco Mienis vertelt zijn verhaal

NIEUWE NIEDORP - Marco Mienis (46) uit Nieuwe Niedorp hing per 1 oktober zijn sleutels van de gevangenispoorten aan de wilgen, na zestien jaar werken als Bewaarder/Penitentiair inrichtingswerker. Zijn volgende avontuur leidt hem naar het volwassenenonderwijs, waar hij als docent beveiliging in Hoofddorp toekomstige beveiligers zal opleiden. Terwijl hij vooruitkijkt naar zijn nieuwe rol als docent, blikt hij terug op zijn tijd als bewaarder en deelt hij zijn inzichten over het gevangenisleven, met een kritische blik op enkele aspecten van het huidige gevangeniswezen.
Door: Sandra Ooms
Ik behandel gedetineerden als mens
Isolatiecel achterhaald
Het gevangenisleven bestaat uit het belonen en straffen volgens Marco. “Er zijn zoveel mensen met zulke verschillende achtergronden. Mensen uit gebroken gezinnen, een drugsverleden, iemand die de verkeerde vrienden tegen is gekomen of gewoon totaal andere normen en waarden heeft. Je vindt het hier allemaal. Wij proberen ze te houden aan wat, maatschappelijk gezien, verwacht wordt als een respectvolle manier in omgaan met anderen, ook al strookt het niet met het gedrag dat ze gewend zijn. Ze weten dat ze een probleem hebben als ze het gedrag niet aan gaan passen. Dan volgen er sancties. Ze krijgen bijvoorbeeld AP (apart programma) waarin ze minder buiten hun cel mogen. Of hun tv wordt afgepakt. Dat zijn nog de mildste straffen. Heftiger is de isolatiecel. Als je een handgemeen hebt met andere gedetineerden dan krijg je minimaal vijf dagen isolatiestraf. Persoonlijk vind ik de isolatiecel achterhaald, want ik ken geen één gedetineerde die daar beter uit is gekomen dan hij/zij erin is gegaan. Isolatie is wel geschikt voor mensen die suïcidaal zijn, de isoleercel is ‘hufterproef’, en met cameratoezicht, ze kunnen zichzelf geen pijn doen.”
De gevangenis is geen hotel
Soms lees je weleens op social media dat mensen de gevangenis ‘net een hotel’ vinden. “Daar ben ik het niet mee eens”, stelt Marco, “Ja natuurlijk, de cellen in Nederland zijn beter dan de gevangenissen in Thailand en Mexico. Ze hebben een eigen douche, tv, magnetron en radio. Maar vergeet niet dat hun totale vrijheid is afgenomen, en vaak terecht, laat daar geen onduidelijkheid over bestaan. Wij sluiten de deur en wij bepalen voor jou wanneer je werkt, op welke tijd het licht uitgaat of wanneer je naar buiten gaat. Zelfs om toiletpapier moet je vragen. Ze zijn afhankelijk van ons. Dat is best zwaar, kan ik je zeggen.” De gedetineerden werken in de gevangenis voor zo’n 60 á 70 cent per uur. Sponsjes inpakken of schroefjes in elkaar draaien bijvoorbeeld. Ze werken vier uur per dag, vijf dagen in de week. Hiervan moeten ze in hun levensonderhoud voorzien. Dat is zo’n twaalf euro per week. Daarom zijn veel gevangenen ook afhankelijk van geld van hun familie. Als basis ontvangen ze een pakket met brood, koffie, suiker, melk en hagelslag.”
Rellen en smokkelen
Marco onthult ook enkele van de donkere kanten van het gevangenisleven. “Het aantal telefoons dat geprobeerd wordt om naar binnen te smokkelen is groot”, zegt hij. “Vorige week alleen al vlogen er nog zes telefoons over de muur heen, in een pakket, mooi verpakt met gras eromheen. Alsof het dan minder opvalt”, lacht Marco. Vrouwen kunnen er ook wat van. “Vrouwen nemen vooral heel veel mee in hun lichaam. Onze poortjes gaan af op metaal. Drugs wordt dan niet gedetecteerd. Vaak staat er een drugshond welke het nooit fout heeft. Gedetineerden zeggen weleens gekscherend: ‘er is meer drugs binnen deze muren dan buiten’. Gelukkig is dit grotendeels alleen Hasj. Een afdeling bestaat uit dertig gedetineerden en twee cipiers. Dus we zien niet altijd maar alles wat er gebeurt. Er zijn in die zestien jaar dat ik hier werk wel een aantal mensen neergestoken. Ik heb zelfmoorden gezien of iemand die zijn cel in de fik steekt. Grote vechtpartijen zijn het ergste. Ook gedetineerden die er niets mee te maken hebben lopen dan gevaar. We moeten er dan tussen springen en het enige dat wij hebben is een pieper, geen pepperspray, wapens of handboeien. Het is niet slim om een wapen binnen te dragen, want als wij overmeesterd worden hebben zij ons wapen. Gelukkig springen wij als collega’s altijd zo snel mogelijk bij. Ook vinden we tijdens controles best wel schokkende dingen. Zelfgemaakte wapens bijvoorbeeld. Een tandenborstel die zo scherp is gesneden dat het een mes wordt. Er is recht voor mijn neus weleens een gedetineerde neergestoken. Dat is heftig. Een gedetineerde kan overlopen van de adrenaline, ze worden dan ineens heel sterk en soms zijn er tien beveiligers nodig om één iemand in bedwang te houden, maar wij winnen altijd.”
Verwerken
Marco legt uit: “We hebben het COT (Collegiale Opvang Teams). Hier kun je met mensen praten, dat helpt enorm. Daar zou eigenlijk meer aandacht voor moeten zijn. Ik merk dat de leden van het COT afnemen. Er heerst een machocultuur binnen het gevangeniswezen en collega’s voelen zich niet snel genoodzaakt om bij iemand aan te kloppen. Dat past niet binnen hun ego. Dan voelen ze zich zwak, maar het is juist dapper om om hulp te vragen.”
Dominantie
Marco vertelt dat hij er niet is om gedetineerden opnieuw te straffen. Hij heeft wel collega’s gehad die zich als haantjes gedroegen en gebruik maakten van hun dominantie. “Ik zeg dan altijd dat dit niet de juiste houding is. Hier wordt dan minachtend op gereageerd. Totdat ik uitleg dat deze gedetineerden ooit weer vrij komen. En dan weten ze je altijd wel te vinden. Je moet gewoon sterk in je schoenen staan, zodat je geen slachtoffer wordt van afpersing, bedreiging of omkoping. Soms lijkt het wel op een kat en muis spel. ‘Soms winnen wij en soms winnen jullie’, zeg ik weleens tegen een gedetineerde. Maar het blijven mensen, ja, ook de pedofielen. Die zitten trouwens wel apart van de andere gevangenen, anders worden ze aangevallen, dat is algemeen bekend. Jaren geleden werden ze nog niet apart gehouden. Ik heb weleens een pedofiel gevonden waarbij ik het bloed van zijn gezicht moest vegen om te herkennen wie het was. De grootste boef vinden ze beter dan een pedofiel.” Sommige gedetineerden zitten volgens Marco ook niet op de juiste plek. “Ik had een kindsoldaat uit Senegal onder mijn hoede. Eigenlijk zou hij naar de PPC (Penitentiair Psychisch Centrum) moeten. Die jongen was psychisch zo van de wereld, zat al een paar dagen in een psychose. Nog maar 21 jaar. Hij is totaal niet geholpen met een gevangenisstraf. Dat komt vaker voor. De maatschappij is aan het veranderen, de drugs neemt toe. En dat zie je binnen het gevangeniswezen. Het ziet er totaal anders uit dan pakweg tien jaar geleden.”
Het Masterplan van Fred Teeven
Marco is kritisch over de personele bezetting in gevangenissen, die volgens hem is aangetast door bezuinigingen. Hij wijt dit in eerste aanleg aan het beleid van voormalig staatssecretaris Fred Teeven. Hij is van mening dat de grootschalige gevangenissen de persoonlijke band tussen cipiers en gedetineerden hebben verzwakt, wat gevolgen heeft voor de veiligheid binnen het gevang. “Er is een enorme bezuinigingsronde geweest en goed geschoold personeel verdween volgens het principe ‘last in, first out’. Met de bouw van de megagevangenis in Zaandam is gewerkt aan zijn ‘paradepaardje’”, zegt hij spottend. “Veel kleinschalige gevangenissen zijn verdwenen en de grote gevangenisfabrieken namen dit over. De hele band met de gedetineerde is komen te vervallen. Ze krijgen allemaal een tablet. Met die tablet regelen ze zelf hun bezoek. Hiermee krijgen ze veel vrijheid en het is veel te onpersoonlijk. Ze zijn zelfredzamer maar dit gaat absoluut ten koste van het stukje veiligheid, je weet niet meer wat er speelt in het hoofd van een gedetineerde. Minder gesprekken, dus minder controle.”
Hiërarchie
Het gevangeniswezen kent ongeschreven regels aangaande de rangorde binnen de gevangenis. Marco legt uit: “Als grote boef heb je autoriteit, je bent bekend binnen het criminele circuit. Wij vinden dat wel prima, zij houden de andere gevangenen in toom. Er kwam een keer een jochie van 23 binnen, met een ontzettend grote bek. Natuurlijk zat óók hij onschuldig vast. Dat zitten ze bijna allemaal naar hun eigen zeggen. Deze jongen bracht ik naar zijn cel en hij had een grote bek tegen mij. Op dat moment kwam de imposante, levenslang gestrafte, naar ons toelopen en zei tegen hem: ‘Hey, nu kappen, want als je aan Marco komt, dan kom je aan mij’. En stil was hij. Op dat moment weet je dat je je werk goed uitvoert. Zij zijn zich ervan bewust dat ze zonder de cipiers niets voor elkaar krijgen. We hebben elkaar nodig. Ook gedetineerden die een levenslange straf uitzitten zijn niet moeilijk. Die willen geen gezeik. Zij kennen geen einde. Daar bouw je dan best een band mee op als cipier. Het is bijna vriendschap, je ziet ze elke dag. Maar je moet altijd je grenzen in de gaten houden. Ze kennen niet mijn achternaam of adres. Toch heb je soms mooie gesprekken, ook al heeft zo’n man drie moorden op zijn naam staan. In de gevangenis worden ze bij lange straffen veelal iemand anders. Zo’n grote vent kan compleet breken als we het hebben over zijn familie of gezondheid. Je ziet bij sommigen ook spijt. Als iemand gratie krijgt na dertig jaar zitten, weet hij totaal niet meer hoe de wereld in elkaar steekt, hij is op dat moment geen gevaar meer voor de maatschappij.”
Terwijl Marco zijn tijd als cipier afsluit, blijft hij vastbesloten om gedetineerden als mensen te behandelen en te helpen bij hun re-integratie in de samenleving. Hij is zich bewust van de uitdagingen en risico’s die het werk met zich meebrengt, maar gelooft dat begrip en empathie van onschatbare waarde zijn in binnen het gevangeniswezen. Met zijn nieuwe rol als docent hoopt Marco zijn ervaring en inzichten over te dragen aan de volgende generatie beveiligers en zo een positieve bijdrage te leveren aan de wereld buiten de gevangenismuren.
![]()
De gevangenis is absoluut geen hotel. - (Foto: Adobe Stock)






Meer nieuws uit Hollands Kroon?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie