Het raadsel rond de naam ‘Roemer’

Nieuws
Jan Bulthuis, topografisch tekenaar, schetste in 1795 dit gezicht op Oostzaan vanaf de Roemersloot, dat hij verlevendigde met menselijke figuren en dieren.
Jan Bulthuis, topografisch tekenaar, schetste in 1795 dit gezicht op Oostzaan vanaf de Roemersloot, dat hij verlevendigde met menselijke figuren en dieren. (Foto: Aangeleverd)

OOSTZAAN - De Roemersloot speelde vroeger een belangrijke rol voor Oostzaan. Deze sloot begon bij de Gouw in Zaandam, het vroegere Oostzaandam, zoals dat vóór 1711 werd genoemd. Aan het einde van de Hanenpadsloot stond de Roemersloot in verbinding met de Zaan via een sluis. Van daaruit liep hij helemaal door tot aan het Luijendijkje, tussen Oostzaan en Den Ilp. Maar wie was eigenlijk die ‘Roemer’ van de Roemersloot?

Tot op de dag van vandaag blijft die vraag onbeantwoord. Wie Roemer precies was, is door het verstrijken van de tijd volkomen in de vergetelheid geraakt.

Langs de sloot waren veel bedrijven gevestigd. Zo stonden er onder andere stijfselfabrieken, vismeelfabrieken en opslagplaatsen voor veevoer, onder meer aan het Oosterstijfselmakerspad, de huidige Dr. Scharfstraat. Ook bevonden zich hier kuiperijen.

Bij de stijfselmakerijen maakten ze uit tarwe stijfsel voor het stijven van hemden, rokken en andere kledingstukken. Dan bleef het beter in model. Deftige burgers droegen grote, witte gesteven en geplooide kragen om hun nek. Dat was een symbool van rijkdom en ze lieten zich ermee portretteren. Zo werden ze vereeuwigd op die oude schilderijen. De wevers maakten er hun linnen en katoenen stoffen stevig en glanzend mee, wat de verkoop weer ten goede kwam. De stijfselindustrie werd een van de oudste en belangrijkste bedrijfstakken in de Zaanse economie.

Er stroomde schoon water door de Roemersloot, wat nodig was voor het wassen van het stijfsel. Het water was helder, want de sloot was nog niet vervuild door het afval van de traankokerijen uit die tijd.

Omdat de vraag naar stijfsel steeg, werd het daar steeds drukker op het water. Smalle pramen gleden door de sloot, volgeladen met zakken graan om verwerkt te worden.

Het maken van stijfsel was intensief, waarbij het schudden van bakken met zetmeelkorrels (hussen) een belangrijk onderdeel was. Daarna werd het ontwaterd en gedroogd, waarna het in blokken werd gesneden en verpakt voor de verkoop. Alles ging in die tijd handmatig, er was dus een hoop te doen en veel dorpsbewoners vonden werk in de stijfselproductie.

De zemelen die overbleven, gingen naar de varkens en het pluimvee, die zich er lekker dik aan konden vreten. Het vlees en de eieren werden dan weer goed doorverkocht in Amsterdam. Oostzaan leefde toen van water en handel en de Roemersloot speelde een grote rol in de graan-en stijfselketen van de streek. Amsterdam was een belangrijk afzetgebied voor stijfsel. Per pond werd het op de markt verkocht en in kisten verpakt, werd het ingeladen en verscheept.

Ook een belangrijk product dat via de sloot werd vervoerd, was pulp, een restproduct van suikerbieten. De boten werden op de Zaan geladen en voeren via de Sluis richting Oostzaan. Daar werd de pulp gelost bij de Kuiperijbrug, waarna het als veevoer voor de koeien diende.

Niet alleen voor de industrie was de sloot van belang. Ook de kermisboten vonden hun weg via de Zaan en de Roemersloot naar de Kuiperijbrug, waar zij werden gelost.

Maar wie was toch die Roemer? Is de sloot vernoemd naar een persoon met de achternaam Roemer, die in de graanhandel actief was? Of stond hij aan het roer van een schip dat met een lading stijfsel naar Engeland of Amerika voer? Was hij eigenaar van een perceel aan de Roemersloot? Staat hij vermeld in oude schepenregisters met de naam ‘Roemer’? Was er misschien een hele familie ‘Roemer’ die graanhandelaren waren? Waren er stijfselmakers die ‘Roemer’ heetten? Of was hij een gewone vent die de hele dag aan de slootkant zat te vissen?

Jammer genoeg is er niets anders bekend over die beroemde sloot, dan dat er fris, helder water doorheen stroomde. Schijnbaar was dat het aller belangrijkste, al dreef er hier en daar heus wel een drijfsijssie (drol) voorbij. Maar ach, als je maar hard genoeg doorliep, zag je ze niet.

Toch… laat het ons niet los.

Hoe zit het met de Roemersloot, een naam die al eeuwen door de dorpsmond gaat, maar waarvan niemand meer precies weet waar hij vandaan komt? Het blijft een raadsel. Wie Roemer precies was, is in de nevel van de tijd verdwenen.

 

Sonja Duba en Siem Meijn

 

Meer nieuws uit Oostzaan?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: