Purmerender Bert Koopman (93) blikt terug op zijn jeugd in oorlogstijd: ‘Vrijheid is niet vanzelfsprekend’

PURMEREND - De naam Bert Koopman zal velen niet onbekend in de oren klinken. Een bekende Purmerendse naam, die al vijf generaties lang in Purmerend een gerenommeerd familiebedrijf runt en zelfs tweemaal tot Hofleverancier is benoemd. Maar Bert is meer dan een Koopman.
Door Enny Smit
Onlangs zat ik om tafel met Bert Koopman, 93 jaar. Eenmaal in gesprek kwamen de mooiste verhalen naar boven. Zijn dochter Miriam aan de andere kant van de tafel en liefdevol vertelt zij over over haar vader. Duidelijk is dat er goede zorg is voor haar vader. Door zijn leeftijd komt hij niet echt vaak meer in de binnenstaf zelf, maar als je over het verleden begint dan weet de Heer Koopman data, namen, plaatsen en zoveel meer.
Straat tegen straat
Bert Koopman geboren in de Willem Eggertstraat in Purmerend. Zijn speelterrein was de oude stad, met kinderen uit de straat. “Het was vaak straat tegen straat”, zegt Koopman. “Het enige verschil was het geloof. De ene straat ‘vocht’ tegen de andere straat en je kwam echt niet in een straat waar je ‘niet hoorde’. Daar zaten niet echt je vriendjes.”
Tijden van oorlog
De speeltijd was echter van korte duur. Al snel begint Koopman te vertellen over de oorlogstijd in Purmerend. De oorlogsjaren lieten diepe sporen na. Als kleine jongen fietste Koopman in 1944 en 1945 naar boeren in Broekermeer, vlakbij Broek in Waterland. Toen klapte hij zo hard tegen een handkar dat hij kilometers naar huis moest lopen, met spullen in de fietstas en al.
Zijn vader zette blokken onder zijn trappers en zo mocht hij weer op pad. Goed genoeg om die week ook naar de Wormer te fietsen, naar de boeren Bertus en Piet Knook en Alie Koning, kennissen van zijn ouders, voor boter en melk.
Ook werd hij naar Oostzaan gestuurd, naar de grootste eierhandel van Noord-Holland. Alles ging per fiets, ook zonder banden. "Wat nu per auto of post gaat, ging toen per fiets of lopen."
De familie Koopman haalde zo eten op voor zichzelf, maar ook voor andere families en werknemers. Zo werd alles bij elkaar gesprokkeld.
Een goede nachtrust
In de Bultstraat stond naast Huisman de Slager een grote schuur, gehuurd door onder anderen zijn vader. Amsterdammers kwamen er met een karretje vol eten, overnachtten in de schuur en reisden de volgende dag verder. De familie bood onderdak zodat reizigers een goede nachtrust hadden.
Radio achter de landkaart
Zijn vader bezat een radio, verboden in oorlogstijd, maar uiterst vindingrijk gevonden van de beste man. De familie had twee panden naast elkaar in de Bultstraat en de Willem Eggertstraat. De verbinding tussen die twee huizen werd slim gebruikt. Aan de ene muur hing een landkaart en daar werd van alles op gemarkeerd met zwarte stippen. Twee van die kleine zwarte stippen waren twee ijzeren pooltjes die geprikt waren in die landkaart. Onherkenbaar tussen al die andere stippen. De twee pooltjes gingen door de muur naar het andere huis waar een radio stond en zo werd met de juiste bedrading verbinding gemaakt en kon men radio luisteren. Dan nog moest je alert zijn met wie aanbelde of binnenstapte. Er waren vaste bewoners die langs kwamen om dit ritueel mee te maken, te beluisteren.
Op een dag liep de jonge Bert de trap op en hoorde hij de transformator brommen. Op dat moment stapten er Duitsers binnen. Zonder na te denken, totaal geen verstand hebbend van wat hij deed, trok hij de draden uit de radio. Het gebrom hield op. "Dat was een moment wat anders had kunnen aflopen."
Goud uit tafelpoten
Duitsers kwamen ook in de winkel van de familie Koopman om cadeaus te kopen voor vrouw en kinderen. Ze betaalden met suiker, een gewild artikel in de oorlog. Deze suiker kwam van een schip uit Marken wat was gestrand. En de inhoud werd buit gemaakt. In plaats van te delen met de bevolking, waar geen sprake van was, werd het gebruikt voor eigen aankopen.
Bij café Engel Hooijberg in Purmerend speelde zich een andere scène af. Wie dacht er rustig zijn tijd door te brengen, zag de Duitsers binnenstappen op basis van een tip. Ze braken alle houten tafelpoten doormidden. Uit elke holle poot rolden tientallen gouden tientjes. Ze dronken een biertje, betaalden en weg waren ze met het goud. De eigenaar werd met rust gelaten.
Eten brengen op het dak
Zo praten we verder over deze tijd en daar kun je pagina’s mee vullen. Ook met verhalen over vader Koopman. Zijn vader zat in oorlogstijd met andere mannen op het dak van de ING in Purmerend. Hun taak was bijhouden hoeveel vliegtuigen er overvlogen en welk type het was. Een onveilige klus. De jonge Bert bracht zijn vader eten, dat via een touw in een rieten mandje omhoog werd getrokken.
Dit alles heeft indruk gemaakt als kind. Je werd met je neus op de feiten gedrukt. Er was geen tijd voor voetbal op straat, geen speeltijd voor kinderen, je moest meewerken en overleven. Niks geen mobiele telefoons, sociale media of meer. Niks van nu.
Voor de jongere generatie
Bert Koopman rijdt nog regelmatig door de Beemster en door Purmerend. Alle plekken uit zijn oorlogsjaren herkent hij nog. Het heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten. Het werd ooit geprent in het hoofdje van destijds een kind nog.
Hij sluit het gesprek af met een boodschap: "Leer een muziekinstrument, pak je boeken, ga leren. Het leven kan zomaar ineens anders zijn. Zeg nooit nooit, want vrijheid is niet vanzelfsprekend. Ik ben geboren in tijd van vrede in 1933 en die jaren oorlog overkomt je, raakt je, vormt je, maakt dat je herinneringen krijgt die je niet zou willen hebben. Dus leef samen."
Met zijn 93 jaar staat hij op en pakt een klein, oud fotoboek met zwart-witfoto’s. Hij wijst zijn ouders aan, zijn familie en zichzelf als klein kind. We konden nog uren zo samen praten.







Meer nieuws uit Purmerend?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie