Wandeling door Rijswijk onthult vergeten verhalen en geheimen

Een prachtige en zonnige zondag. Een mooi moment om verhalen te onthullen over Rijswijkers die Rijswijk meer dan honderd jaar geleden bewoonden. Zo’n dertig dorp(stads)genoten verzamelen zich voor het woonhuis van Hendrik Tollens in de Herenstraat. Onder aanvoering van Tollenskenner Ruud Poortier en natuurgoeroe Geert van Poelgeest gaan ze op weg.
Door: Robert Heijdemann
Over Rijswijk zijn veel bijzondere verhalen van lang geleden te vertellen. En nog zijn er veel vraagtekens. “Rijswijksers zijn goed in het vertellen van mooie verhalen”, vertelt Ruud Poortier. Vooral bij de kapper hoort hij aparte anekdotes. Onderweg gaan we ook nog op zoek naar de overblijfselen van het oude kasteel De Burgh. In de Middeleeuwen waren er in Rijswijk vier echte kastelen met kantelen en gevechtstorens. Den Burgh, Te Blotinghe, Te Werve en Steenvoorde.
Het volkslied
De wandeling gaat over een deel van de Strandwal. Dat is reeks oude duinen, een soort Waddeneilanden die hier vroeger hebben gelegen hebben. In een tijd dat de zee nog tot Nootdorp kwam. Er lag een smalle strook, de strandwal, van Voorschoten, Leidschendam, Voorburg en Rijswijk, tot het Endezant. “Na het jaar 1000 besloten de graven het gebied te ontginnen. Zo is Rijswijk ontstaan. Op de strandwal staan we hoger dan elders. De Oude Kerk ligt op hoogste plek”. Na deze vertelling draagt Ruud een gedicht voor van Hendrik Tollens, later volgen er meer, ook van de dichter Willem Levinus Penning.
Bedelbrief voor armen
Hendrik Tollens woonde tien jaar van zijn leven in het pand voor de kerk, het huidige museum. Hij schreef hier veel gedichten. In Rijswijk, en dan hebben we het over de krochten (de stegen) bij de Torenstraat en de Schoolstraat, heerste veel armoe. “Tollens schreef een bedelbrief die werd verkocht voor 5 cent per stuk. De opbrengst van 1200 gulden kwam ten goede aan de armen”, horen we van Ruud. Tollens was een nationale beroemdheid die ook het eerste volkslied schreef, de voorloper van het Wilhelmus. Dat begon met de tekst: ‘Wien Neêrlandsch bloed door d’aderen vloeit’. Geert wijst de wandelaars op de afgezaagde stam van de kastanjeboom op Museumplein. “Die heeft Tollens nog gekend. De boom ging dood door honingzwam.” Eén van de wandelaars vertelt dat er nog stekjes van de boom zijn gehaald. Niemand weet dat er hiermee is gebeurd. Misschien leuk om op de plaats van de oude boom te zetten.
Wubbenplein
Wanneer de groep richting de Schoolstraat loopt, passeren we het Tollensplein. Dat is de naam die de bevolking aan het plein heeft gegeven, want officieel is het plein naamloos. “Hier is mijn vader Kees Wubben geboren”, merkt wandelaarster An op Zij vervolgt: “Zijn vader Koos had er een groentewinkel, terwijl Kees met paard en wagen langs de huizen ging.” Spontaan ontstaat het idee om het plein de naam Wubbenplein te geven. Hier staat overigens ook een rij Lindebomen. “Onder aan de stam komen uitlopers, die zijn lekker in de sla”, onthult Geert. “Haal het er maar af, anders moet de gemeente het toch snoeien”.
Minnaressen
De graaf van Holland, Albrecht van Beieren, had een jonge minnares, genaamd Aleid van Poelgeest. Zij werd in 1392, op 22-jarige leeftijd vermoord. Ruud: “De graaf was woest en dacht dat Dirk van Hogenpijl, de bewoner van Kasteel te Blotinghe, de dader was. Dirk maakte zich verdacht door er vandoor te gaan. Graaf Albrecht liet het kasteel slopen. Maar na een paar jaar waren ze weer vrienden en kon er een nieuw kasteel komen”. Ook over buitenhuis Welgelegen zijn aardige verhalen te vertellen. Het werd gekocht door Koning Willem de Derde, maar hij ging er niet wonen. Waarom dan wel deze aankoop?” “Koningin Sophie was overleden en Willem had zijn oog laten vallen op een Franse opera zangeres. Emilie D’Ambre. Die moest ergens wonen. De Koning kocht Welgelegen. haalde uit allerlei paleizen meubelen om het aan te kleden. Ook was er een hoge heg omheen, zodat Rijswijkers niet zagen wat er gebeurde. Toen wilde hij met haar trouwen, maar dat mocht niet van de regering. Na twee jaar vertrok Emilie weer naar Frankrijk.”
Koeler Julialaantje
Wanneer we op het Julialaantje langs de landgoederen lopen zegt Geert: “Voelen jullie dat het hier met alle bomen en struiken veel koeler er is dan toen we in het dorp op het trottoir tussen de stenen huizen liepen?” Hij vertelt ook over de tellingen die nu worden gehouden naar de Gierzwaluw in de regio. “Vorig jaar waren het er 350. Deze vogel landt niet op de grond. Ze doen alles in de lucht. Slapen en eten. Het nestelen gebeurt in de boom, zodat ze zich uit het nest laten vallen om weg te vliegen”. Naast lindebomen telt Rijswijk ook veel ligusterheggen. “Liguster is familie van de sering, de bloemen ruiken lekker. Maar ze komen vaak niet tot bloei omdat ze veel worden gesnoeid en dan knip je de knoppen weg. Dat is jammer want de bloemen zijn belangrijk voor bijen en vlinders. En uitgebloeid geven ze bessen, daar houden de vogels van”, horen we van Geert. Op de weg terug heeft Ruud nog een vraag: “Hoe komt het Julialaantje aan haar naam. Woonde Julia in Rijswijk? Dat is uitgezocht, maar in die periode stond er geen Julia in de burgerlijke stand ingeschreven. Komt het van Romeo en Julia omdat het laantje wel bekend stond als een liefdeslaantje. maar waar is Romeo dan. En Juliana kan het ook niet zijn, want die was toen nog niet geboren Tot op heden weten we niet wie Julia was.”






Meer nieuws uit Rijswijk?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie