Sandra van de Waart: ‘Ik had graag nog meer willen doen’

De nieuwe coalitie in Rijswijk betekent niet alleen nieuwe namen voor de wethouderportefeuilles, maar ook afscheid van bekende gezichten. Nieuwsblad Rijswijk gaat bij hen op de koffie, weg uit de schaduw van het stadhuis.
Door: Marc Tangel
Ze wilde graag iets betekenen voor de stad waar ze woont, dus sprong Sandra van de Waart eind september 2024 in het gat dat haar voorganger Armand van der Laar als wethouder stadsontwikkeling achterliet. Ruim anderhalf jaar later is dit avontuur voorbij, maar Sandra blikt tevreden terug: “Ik had graag nog meer willen doen, maar dit is wat het is.”
Hoe zien de dagen er nu uit?
“Anders dan eerst, want ik had een heel gestructureerd, druk leven. Het is nu anders dan een volle agenda van zestig uur per week die voor je volgepland wordt. Daar moet ik nu zelf wat meer structuur inbrengen. Natuurlijk moet ik weer solliciteren en ik ben fractievoorzitter, dus het is gelukkig niet dat ik nu niets te doen heb.”
De agenda blijft zich dus gewoon vullen?
“Dat gaat sowieso heel snel. In de verkiezingsperiode heb ik een hoop niet kunnen doen en mensen weten nu dat ik weer tijd heb. Dus worden er weer afspraken gemaakt en lopende projecten opgepakt. En ik heb een gezin, dus de tijd vult zich altijd. Mijn fractievoorzitterschap van D66 is een nieuwe rol en we moeten er over nadenken hoe we dat gaan aanpakken. Na twaalf jaar coalitie zit D66 nu in de oppositie. Dat is toch een andere vorm van politiek.”
Een ander geluid, of ga je door op dezelfde manier?
“Ik heb zelf nog nooit in de raad gezeten, dus voor mij is het sowieso anders. Als raadslid in de oppositie kan ik echt het D66 geluid laten horen. Als wethouder ben je wethouder van de hele stad. Je zit in de coalitie, in het college. Dat is een andere rol.”
Heb je dan het idee dat je jezelf niet hebt kunnen laten zien de afgelopen anderhalf jaar?
“Ik ben altijd mezelf. Mensen die mij al kennen zullen dat beamen. Maar als bestuurder heb je soms dingen uit te voeren die je zelf niet hebt bedacht en toch moet je het met flair en charme brengen. Dat maakt wel verschil.”
Hint je nu op de doseersluis?
“Dat is wel het meest voor de hand liggende dossier. Die sluis was een compromis. Er lag een opdracht van de raad en die heb ik uitgevoerd. Dat de raad er uiteindelijk niet blij mee was en het toch anders wilde, is dan ook aan de raad. Het is niet dat ik persoonlijk die doseersluis heb bedacht. Sterker nog: er waren andere opties die ik, als je het mij had gevraagd, waarschijnlijk liever had gekozen. Maar mijn rol was om de opdracht van de raad uit te voeren en een compromis te zoeken met de andere partijen. Er was een overgrote meerderheid die in principe wilde dat élke auto de Van Rijn- en Van der Kooyweg kon blijven passeren. Daarom is de keuze gevallen op de doseersluis. Natuurlijk had ik gehoopt dat dit project wel was geslaagd, dan hadden we een maatregel gehad die lukte. Wat de toekomst brengt is aan de volgende wethouder. Ik wens hem er vooral heel veel succes mee.”
Je stapte halverwege de vorige coalitieperiode in, met het risico dat je anderhalf jaar later weer op straat zou staan. Is dat nog een overweging geweest om niet voor deze baan te kiezen?
“Wethouder zijn is altijd een tijdelijk avontuur. Je kan ook na twee maanden een motie van wantrouwen aan je broek krijgen en weg zijn. Dat heb ik me altijd gerealiseerd. Ik had me aan het begin voorgenomen om knetterhard te werken en mijn uiterste best te doen voor de toekomst van Rijswijk. Ook als dat maar voor een jaar en negen maanden zou zijn. Ik kan mijn kinderen in de ogen kijken en zeggen dat ik echt mijn best heb gedaan. En laten we eerlijk zijn: als partij hebben we een prachtig resultaat behaald. Toen die verkiezingsuitslag er lag, waarbij zoveel coalities te vormen waren met D66 erbij, had ik wel hoop dat ik door mocht gaan.”
Waar kijk je met tevredenheid op terug?
”Op het gebied van mobiliteit hebben we flinke stappen gezet in lokale en regionale dossiers. Doorstroom wil iedereen en bijna geen volwassene die graag betaald parkeren wil, totdat mensen de auto niet meer in de straat kwijt kunnen. Ik begrijp het, maar het onderliggende probleem is natuurlijk gewoon teveel auto’s. Daarom heb ik mij zo hard heb gemaakt voor het snel realisteren van station Rijswijk Buiten, was ik zo blij met een extra bushalte en stond ik regelmatig op de foto met een fiets.
Een verhaal waar ik mee thuis kon komen bij mijn dierenliefhebbende tieners was dat over de Ransuil in Pasgeld. Dat we ransuilen hebben in Rijswijk zegt iets over ons groen en biodiversiteit. Maar deze zat op een ongelukkige plek. Niet voor de uil, maar wel voor diegene die er woningen wilde ontwikkelen. De hele situatie zoals ik hem aantrof, was een reeds genomen bestuurlijk besluit met veel juridische procedures. Dat veranderde toen Annelien van Natuurlijk Delfland zei: ‘Huub denkt dat hij de uil kan verhuizen’. En Huub is een man die er verstand van heeft. Ik dacht gelijk: Ja, dát wil ik!’. Goed voor de uil zorgen én door met de huizen. En nu wordt er samengewerkt. Niet tegen elkaar, maar met elkaar. En de uil heeft inmiddels een nieuw plekje gevonden in het Wilheminapark en daar ook jongen gehad.
Dus ik denk dat ik in dat jaar en die negen maanden best wat voor elkaar heb gekregen. Ik had graag nog meer willen doen, maar nu het afgelopen is, kijk ik met veel plezier terug.”






Meer nieuws uit Rijswijk?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie