Hulpverlener met scherpe ogen en een groot hart voor dieren

Dierenliefhebbers hebben het ongetwijfeld al opgemerkt: sinds drie maanden schrijft de Rijswijkse dierenambulancemedewerkster Anita Voortman een column voor Nieuwsblad Rijswijk. Op haar beurt nodigde ze een redacteur mee te gaan met één van haar wekelijkse ritjes. Een aanbod dat we uiteraard niet afsloegen.
Door: Marc Tangel
Anita werkt al dertien jaar bij de dierenambulance en daarvoor zette ze zich tien jaar in voor vogelopvang De Wulp. Ze is gek op dieren, maar met vogels heeft ze een speciale band. Al zo lang als ze zich kan herinneren: “Dat zit echt in me. Ik heb altijd al dieren geholpen of verzorgd. Toen ik een jaar of tien was kreeg ik het eerste vogeltje van mijn vader. Sindsdien heb ik altijd vogels gehad.”
Meeuwenseizoen
Haar voorliefde voor vogels komt in deze tijd van het jaar goed van pas. Het is nu het seizoen dat jonge meeuwen uitvliegen. Veel nesten bevinden zich op daken van hoge huizen. Voordat jonge meeuwen leren op te vliegen naar grote hoogte, lopen ze de eerste dagen na het verlaten van hun nest veel op straat. Met alle risico’s van dien. Bij de meldkamer van de dierenambulance zijn de bezorgde berichtjes over meeuwen momenteel dan ook niet van de lucht.
Piepjong kuiken
Ook voor ons zullen deze vogels vanavond de rode draad van de rit door Den Haag blijken. Bij aanvang van de dienst staan er al enkele klusjes in de wacht. Een gezin in de Stevinstraat heeft een piepjonge houtduif in de tuin gevonden. Het vogeltje is uit het nest gevallen en volgens de melding is het gewond aan één van zijn oogjes. Terwijl we onderweg zijn, zet Anita de ambulance stil op de Nieuwe Parklaan. In haar ooghoek heeft ze een jonge, dode meeuw langs de kant van de weg zien liggen en deze moet daar worden weggehaald. “Dat is een afspraak die we hebben gemaakt met de gemeente”, licht ze toe. Het beestje wordt in een zak gewikkeld en we vervolgen onze weg naar het meldadres. Aan de deur krijgt Anita een kartonnen doos overhandigd, waar inderdaad een klein, maar gewond houtduifkuiken in bivakkeert. Gelaten ondergaat het een eerste inspectie door de ambulancemedewerkster. “Deze gaat naar vogelopvang De Wulp”, besluit Anita en plaatst het vogeltje voorzichtig in een oranje container.
Familieprotest
Een paar straten verder is de volgende stop. Op een balkon vierhoog zit een jonge meeuw vast. Na twee korte sprintjes en enkele kreten van protest, laat het zich uiteindelijk in de armen van Anita glijden. Onder normale omstandigheden zou ze dit jong op een rustig stuk van de straat weer hebben losgelaten, maar als Anita de jonge meeuw nader onderzoekt, trekt ze een bedenkelijk gezicht. “Hij is veel te mager voor zijn leeftijd”, concludeert ze.
Ondertussen wordt er vanaf de daken van omliggende huizen flink naar ons geschreeuwd. Niet door bewoners, maar door de protesterende meeuwenfamilie waar dit kuiken kennelijk toe behoort. Toch laat Anita zich niet intimideren en na enig wikken en wegen besluit ze ook dit jong mee te nemen naar de vogelopvang.
Venijnig bijten
Voor we hier aankomen, manoeuvreren we de ambulance eerst nog over de boulevard van Scheveningen. Ter hoogte van de politiepost is een aalscholver aangespoeld en bij onze aankomst blijkt het dier zijn barre tocht niet te hebben overleefd. Terwijl ook deze vogel behoedzaam in een zak wordt gewikkeld, krijgen de dienstdoende agenten nog enkele tips als het gaat om het vangen van volwassen zeevogels. “Draag vooral handschoenen!”, benadrukt Anita. “Meeuwen, maar ook aalscholvers, kunnen venijnig bijten”. Na deze woorden zetten we koers naar De Wulp aan de Heliotrooplaan. Hier krijgen het gewonde houtduifkuiken en de magere meeuw de hulp die zij nodig hebben. Zowel bij de vogelopvang, als bij de meldkamer van de ambulance is het druk, dus beide partijen moeten snel door.
Mank pootje
Bij de Bierbrouwersgaarde treffen we na melding een volwassen mantelmeeuw die waarschijnlijk een flinke klap heeft gemaakt. Het dier oogt benauwd en geeft geen tekens van protest als Anita het oppakt en onderzoekt. “Dat is geen goed teken”, sombert ze en hevelt de vogel over in een container. Een paar minuten verder treffen we in een grote binnentuin een jong stel bij een kat. Zij hebben eerder die avond een filmpje gestuurd naar de meldkamer van een kat met een mank pootje. Na de beelden te hebben gezien, besluit Anita toch even ter plaatse te gaan kijken. De jonge kat laat zich de lekkernijen die de ambulancemedewerkster heeft meegenomen goed smaken en ondertussen controleert Anita met een chipreader of de kat gechipt is. Dat blijkt niet het geval. Wel is het beestje erg aanhankelijk en ziet er goed verzorgd uit. Toch vraagt Anita zich af of er niet naar dat pootje gekeken moet worden. Terwijl ze het beestje met nog meer lekkers probeert te overtuigen een vervoersmand in te lopen, gaat boven ons een balkondeur open. Een buurtbewoner blijkt de kat en zijn geschiedenis te kennen. Met een gerustgesteld hart en zonder kat wordt de ambulancerit voortgezet naar het laatste adres.
Niet laten lijden
Op een balkon aan de Laan van Meerdervoort worden we verwelkomd door een echtpaar dat een gewonde halsbandparkiet heeft gevonden. Het beestje heeft inderdaad wat bloedspetters bop de kop en rond de snavel, maar is verder levenslustig genoeg. Het vogeltje wordt in de ambulance geplaatst in een box naast de meeuw, die er duidelijk slechter aan toe is. In de overtuiging dat deze laatste de nacht niet door gaat komen, besluit Anita de vogel niet langer te laten lijden en koers te zetten naar de laatste dierenarts die rond dit tijdstip nog dienst heeft. “Euthanasie is soms de beste hulp”, licht ze toe. “Het is niet waarvoor je op pad gaat, maar een dier niet langer laten lijden, is óók een vorm van hulp bieden. En met dat in gedachte kan het ook dankbaar werk zijn.”
Handen vol in eigen tijd
Een half uur later dan gepland zit de dienst er op, maar voor Anita is dit werk eigenlijk nooit voorbij. Rond haar eigen huis in Oud-Rijswijk heeft ze de handen vol aan een jonge meeuw die onlangs is uitgevlogen en rond de straten van het centrum de meest gewaagde capriolen uithaalt. “Ik heb hem al drie keer op een veilige plek gezet, maar hij blijft maar wandelen”, merkt ze bij het afscheid op. En met zulke waakzame ogen, zijn de dieren in deze regio in goede handen.





Meer nieuws uit Rijswijk?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie