Bewoners RijswijkBuiten enthousiast over nieuw station

Nieuws
Nu rijdt de train Rijswijk Buiten nog voorbij. Rond 2040 is hier een eigen station.
Nu rijdt de train Rijswijk Buiten nog voorbij. Rond 2040 is hier een eigen station. (Foto: Robert Heijdemann)

Een nieuw station in Rijswijk Buiten, waar zes keer per uur in beide richtingen een City Sprinter stopt, met een frequentie die tot 12 keer per uur kan worden verhoogd. Ruim vijftig inwoners uit alle delen van de wijk doen deze donderdagavond mee aan een meedenksessie van Prorail. Zonder uitzondering zijn ze enthousiast over de komst van een eigen station.

Door: Robert Heijdemann

Wel is er discussie over wat de beste plek voor het nieuwe station is. Bij de spoortunnel van de Laan van ‘t Haantje, bij de Grote Vuurvlinderstraat of bij het Wilhelminapark. Vooral de bereikbaarheid van het nieuwe station komt aan de orde. RijswijkBuiten zorgt, wanneer de woningbouw klaar is, voor zo’n 10.000 nieuwe Rijswijkers. Onder hen heel veel ov-reizigers.

400.000 inwoners

Al sinds 1847 verbindt de Oude Lijn de steden Leiden, Den Haag, Delft, Schiedam, Rotterdam en Dordrecht met elkaar. Een hele regio verbonden door dat eeuwenoude spoor. En deze regio, de Zuidelijke Randstad, groeit de komende jaren fors. Economisch, in bevolking en in gebouwen. Er komen tot 2040 in de steden langs de Oude Lijn zo’n 400.000 inwoners bij. Daarvoor worden zo’n 170.000 nieuwe woningen gebouwd. “Dat proberen we zo min mogelijk ten koste te laten gaan van het groen in de regio. Om de regio te kunnen laten groeien, moet ook de bereikbaarheid meegroeien. Dat helpt met een goed OV”, stelt Anne Zwiers, projectmanager City Sprinter en nieuwe stations van Prorail.

Participatie

Behalve Rijswijk Buiten komen er in dit project nog drie nieuwe stations bij. Rotterdam Van Nelle, Rotterdam Leerpark en Schiedam Kethel. Ook hier zijn meedenksessie geweest. Anne Zwiers: “Wij willen uw inbreng. Die is belangrijk, U kent de omgeving. U weet wat zich hier afspeelt, U weet wat nodig is om het OV beter te maken. Deze inbreng komt in een rapport voor de bestuurders. Op 4 april is er een bijeenkomst om de rapportage te toetsen bij de bewoners.” Voor de bijeenkomst in het Informatiecentrum RijswijkBuiten, aan de Van Rijnweg, waren twee tafels ingericht voor de discussie over het nieuwe station en een drietal over de infrastructuur, alles rondom het station. En dat in twee rondes, zodat iedereen aan beide onderwerpen een bijdrage kan leveren. Naast het nieuwe station komen er ook aanvullende voorzieningen, zoals een fietsenstalling en een aanpassing van de stationsomgeving.

Vier-sporig traject

Rijswijk heeft een kleine voorsprong op de andere steden aan de Oude Lijn. Immers, het traject tussen Delft en Rijswijk is al vier-sporig. Voor beide richtingen dus twee sporen. Aan de buitenkanten de Intercity en aan de binnenkant de City Sprinter. In Rijswijk Buiten komen twee eiland-perrons. Via een brug of een tunnel kom je op deze perrons. Deze perrons hebben een afmeting van 11 bij 220 meter. De meeste discussie ging over de plaats van het nieuwe station. Ter hoogte van het Wilhelminapark heeft als nadeel dat hier, vooral in de avond, weinig sociale controle is. De spoortunnel bij de Laan van ‘t Haantje is goed bereikbaar en ook vlakbij DSM waar 7.000 nieuwe arbeidsplaatsen komen. Of bij de Grote Vuurvlinderstraat, waar de aanwezigheid van winkels voor meer levendigheid zorgt.

2040 station gereed

Op dit moment bevindt het project zich in de verkenningsfase. Een besluit valt in 2024/25. Daarna volgt de planning en studie om tot een voorkeursbesluit te komen. Dat kost zes tot acht jaar. De aanleg en realisatie zal ongeveer zo’n zelfde periode in beslag nemen. In 2040 zouden de werkzaamheden gereed moeten zijn.

Wethouder Armand van de Laar was ook aanwezig bij de meedenksessie: “Dit betekent voor Rijswijk dat we nu echt werk gaan maken van een idee wat al langer een grote wens is: de ontsluiting van RijswijkBuiten met een snelle spoorverbinding. Met de aanleg van een halteplaats krijgen de inwoners van RijswijkBuiten veel beter toegang tot openbaar vervoer.”