Museum Geervliet toont rijkdom en leven van de boerenstand in de regio

Rozenburg wordt niet specifiek genoemd, maar de boeren hadden op het agrarische eiland iets kenmerkends gemeen met de boeren van Voorne-Putten en de Hoeksche Waard. Dat had te maken met typische aspecten in de klederdracht.
Door Kor Kegel
In het voormalige stadhuis van Geervliet is een alleraardigste expositie gewijd aan de boerenstand in deze regio van anderhalve eeuw geleden. Welgestelde boerenfamilies investeerden niet alleen in land, vee en werktuigen, maar maakten hun rijkdom ook zichtbaar in huisraad, kleding en sieraden. Gemeenschappelijk voor de gegoede boerengezinnen op Rozenburg en Voorne-Putten was dat de vrouwen een keuvel met één of twee oorijzers droegen: een kanten muts met versierselen van gouden krullen.
De kledij sloot een beetje aan op de stadse mode, maar kreeg met die keuvel en de oorijzers een streekgebonden karakter. “Er was hier geen streekdracht zoals in Friesland of Zeeland en toch was dit typerend voor deze streek. Dat maakt deze expositie ook interessant voor Rozenburgers,” zegt Adriaan Herweijer van Rodenburg, voorzitter van Stichting Oud-Geervliet.
Museum Stadhuis Geervliet, gevestigd aan de Kaaistraat 2, wordt beheerd door vrijwilligers van de stichting en heeft een lokale en regionale functie.
Als zoon van een hereboer kon Adriaan veel bewaard erfgoed voor de tentoonstelling inzetten. De bezoeker krijgt een beeld van de kruiken en potten en de karn die in de keuken werden gebruikt, van het imposante serviesgoed, zilverbestek en kristallen glazen waarmee lange tafels op damasten tafelkleden werden gedekt en van zorgvuldig gekozen kleding en sieraden. De boerenstand van de negentiende eeuw liet graag zien ‘goed geboerd’ te hebben. De boerderij was behalve een plaats van arbeid ook een plaats van representatie.
Oudere Rozenburgers herinneren zich dat boerenleven wel. Het eiland strekte zich uit van de rivier Botlek tot aan de Noordzee en lag tussen Het Scheur en de Nieuwe Waterweg aan de noordzijde en de Brielse Maas aan de zuidzijde. Dat was lang voordat de Botlek en de Europoort geïndustrialiseerd werden en het Calandkanaal en het Hartelkanaal dwars door het eiland heen werden gegraven. De boeren werden uitgekocht. Ze konden elders met hun weelde gaan pronken.
Het is een rustige zaterdagmiddag. Er zijn in het museumstadhuis van Geervliet geïnteresseerde bezoekers geweest en als ze vragen hadden, waren deze enthousiast beantwoord door de ‘suppoosten van dienst’, bestuurslid Johan de Graaf en oud-secretaris Berry Konings. De expositie geeft een beeld van het boerenleven vóór de opkomst van de melkfabrieken, toen melk nog op de boerderij zelf werd verwerkt tot boter en kaas. In dat werk had de boerin een centrale rol. Samen met de meiden hield zij het huishouden draaiende, zorgde zij voor de zuivelbereiding en bewaakte zij de orde in huis en op het erf. Het boerenleven stond ver af van het hedendaagse gemak. Er was geen elektriciteit, geen stromend water en geen centrale verwarming. Water kwam uit de regenput of uit de wel, voedsel werd ingemaakt of gezouten, en koken, wassen, schoonmaken en zuivel bereiden vroegen dagelijks schoon, zorgvuldig en nauwkeurig werk. Terwijl de boer op het land werkte en het bedrijf naar buiten vertegenwoordigde, was de boerin binnenshuis en op het erf de spil van een groot deel van het boerenbedrijf. Zij deelde, letterlijk en figuurlijk, de lakens uit. Die positie gaf haar ook invloed.
Ze volgden wat de gegoede burgerij in de stad zich aanschafte. Meubels in Rococo-stijl, later in Biedermeier- en Willem III-stijl, glanzend gepolijst hout, massieve eikenhouten linnenkasten, het mocht er allemaal wezen. Marmeren gangen en schoorsteenmantels, gestucte plafonds, nette voorkamers en representatieve eetkamers hoorden bij een wooncultuur waarin ontvangst, aanzien en orde belangrijk waren. Op de leestafel ligt toepasselijke lectuur, waaronder de dikke pil die Jan Zeelenberg in 2001 liet verschijnen: ‘Boerderijen en hun bewoners van Voorne-Putten, Rozenburg en de Welplaat’. Veel bezienswaardigheden staan in fraaie vitrinekasten, die Stichting Oud-Geervliet mocht ontvangen toen de Oudheidkamer van Oostvoorne sloot.
Vijf maanden hebben vrijwilligers van Stichting Oud-Geervliet gewerkt aan de tentoonstelling door onderzoek te doen, objecten te selecteren en bruiklenen samen te brengen. De tentoonstelling ‘De boerenstand, een stand apart’ is te bezoeken tot en met zondag 13 september. De tentoonstelling is alleen geopend op zaterdag en zondag van 13.00 tot 17.00 uur. Toegang is gratis; een donatie aan Stichting Oud-Geervliet wordt op prijs gesteld.





Meer nieuws uit Rozenburg?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie