Groene Jeroen: KOOLMEESTE

Column
Jonge stadskoolmees op eigen pootjes.
Jonge stadskoolmees op eigen pootjes. (Foto: Jeroen Verhoeff )

Vroeger nestelden veel soorten vogels in natuurlijke boomholten en spechtengaten. Maar bomen zijn er natuurlijk in de eerste plaats vooral van ons en wij houden niet van krom gegroeide, beschadigde en dode bomen, dus tegenwoordig zijn boomholtes nogal zeldzaam in ons land.

Maar aan de andere kant vinden we het vaak ook weer leuk om beestjes te helpen, dus hangen we graag nestkastjes en allerlei soorten voer op voor onze favoriete soorten vogels. Hierdoor is de koolmees meestal onze meest algemene mees. Dat is helemaal niet erg, want ze zijn allemachtig prachtig met hun blauwige vleugels, groene rug, gele buik en borst, zwarte kop en friswitte wangetjes.

Koolmezen hebben geen makkelijk leven, want na het overleven van de winter dienen ze hun nestbouw en eileg precies af te stemmen op het moment dat er allemaal van die kleine groene rupsjes tevoorschijn komen die ze dan aan hun kroost kunnen voeren. Door ons enthousiaste verwarmen van de aarde vervroegt dat tijdstip echter steeds, waardoor de koolmees het nogal lastig heeft wat betreft het bepalen van de ideale timing.

Na het redelijk ontspannen broeden in hun keurig op maat gemaakte bouwmarkthouten minibungalow zit de rust er echter voorlopig op. Want dan zijn de papsen (herkenbaar aan de bredere zwarte borst- en buikstreep) en de mamsen namelijk eindeloos druk in de weer met het aanvoeren van de vele duizenden rupsjes en insecten voor hun soms wel tien jongen en ook met het weer afvoeren van hun keurig in vliesjes verpakte poepjes.

Zo druk, dat ze vaak niet eens tijd hebben om hun eigen verenpak te verzorgen, waardoor er ze vaak nogal verfromfraaid uit zien.

Als de jongen uitgevlogen zijn begint het ouderpaar nondeju meteen al weer opnieuw aan een tweede leg. Want voor je het weet zijn er van die tweeëntwintig meeskes een jaar later nul komma nul over, want winters overleven valt niet mee en huiskatten en sperwers lusten graag een mezenboutje.

Triest genoeg zorgt ons rijkelijk bemesten van ons landschap met stikstofverbindingen er bovendien voor dat de bodem verzuurt, waardoor veel mamamezen zo weinig calcium via hun voedsel binnen krijgen dat de pootjes van hun jongen vaak al in het nest breken. Daarnaast is ook ontdekt dat ons huis- en tuin gebruik van gif (bijvoorbeeld anti-buxusmotgif en anti-vlooien/tekengif voor honden en katten) er waarschijnlijk voor zorgt dat veel tuininsecten en dus ook veel mezenjongen sterven. Vetbollen en nestkastjes versus poep en gif: we zijn blijkbaar meestal goed en slecht tegelijk.

Groen Jeroen

Meer nieuws uit Vlaardingen?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: