Op de pijp met... Cariny Fransen

Algemeen
'Tuinders en schippers hebben verrassend veel gemeen.'
'Tuinders en schippers hebben verrassend veel gemeen.' (Foto: Ton van Zeijl)

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met:  Cariny Fransen.

Schippersdochter Cariny Fransen (73) heeft van huis uit niet veel met ijs. “Als je vastvroor verdiende je niks.” Toch is ze enthousiast schaatster en gids bij het Westlands Schaatsmuseum. Ze houdt ook van zingen en tuinieren. Cariny is getrouwd met Joop en woont in ‘s-Gravenzande. Ze hebben vier kinderen, drie kleinkinderen, vier bonuskleinkinderen èn een bonusachterkleinkind. (3x woordwaarde).

Mooie naam, Cariny…
Het komt van Catharina. Ik ben vernoemd naar mijn oma.

Waar kom je vandaan?
Ik was een schipperskind, eentje van vier. Dus eigenlijk kom ik van nergens. Maar onze thuishaven was Dordrecht, daar was ons postadres bij opa en oma. Mijn vader had een eigen schip en vervoerde allerlei soorten lading. Auto’s, hout, grind, kolen, suiker of ijzer… alles waar hij wat aan kon verdienen. In vergelijking met nu was ons schip niet groot, maar voor toen was het aardig aan de maat. Ik groeide op aan boord tot mijn zesde en toen ging ik naar het internaat in Oudenbosch.

Dat lijkt me moeilijk voor een kind…
Je kreeg in je opvoeding mee dat je naar kostschool ging, en mijn broer ging me voor. In die tijd waren jongens en meisjes nog gescheiden. Hij zat aan de overkant van de straat op school en op zondag mochten we elkaar in de toneelzaal even een uurtje zien. Mijn ouders stuurden om de week een kaart. Die begon altijd met ‘we liggen nu in…’ Maar alles bij elkaar heb ik een goede tijd gehad op het internaat. Eerst de lagere school, toen de ulo. Alles bij elkaar 11 jaar. Daarna heb ik nog drie jaar op het schip meegevaren.

Hoe kom je in het Westland terecht?
Er zaten ook meisjes uit het Westland op het internaat. Ik ging wel eens een weekend met ze mee en zo kwam ik in het Westland terecht. Ik ben een paar jaar weggeweest voor ik weer terugkwam en een tuindersvrouw werd.

Een watervrouw op het land…
Tuinders en schippers hebben verrassend veel gemeen. Ze zijn allebei afhankelijk van het weer. Je inkomen is iedere keer verschillend en je werkt vaak zeven dagen per week. Maar ja, ik moest wel veel leren. Ik wist niks. Sla had voor mij net zo goed aan een boom kunnen hangen.

Moest je erg wennen aan het Westland?
Als schipperskind ben je gewend je aan te passen. En de binnenvaartwereld verschilt ook weer niet zoveel van het Westland. Ook daar wist je alles van elkaar. Ik wilde al snel niet meer terug. Werk, kinderen en vrijwilligerswerk helpen ook om je snel thuis te voelen. Ik heb eigenlijk altijd wel vrijwilligerswerk gedaan, dat begon al op de basisschool van de kinderen en later ben ik jarenlang betrokken bij het Westlands Schaatsmuseum. Ik ben daar echt aangetrokken voor het praatwerk. Alle functies die ik daar uitgeoefend heb, hebben met praten en communicatie te maken zoals het geven van rondleidingen en lezingen.

Ben jij zo’n schaatser dan?
Tot mijn verbazing wel ja. Want zo ben ik niet opgevoed. IJs is de natuurlijke vijand van een schipper, hè. Zodra je ingevroren raakt verdien je niks meer, dus bij de minste kans op ijs zorgde mijn vader dat we wegkwamen. Ik ben van schaatsen gaan houden door de winters van 1985/86. Op mijn kunstschaatsen naar Vlaardingen. Dat maakte iets los in me. Ik ben daarna lessen op noren gaan nemen.

Dat waren toevallig ook Elfstedenjaren…
Ja. Mooi hè. Ik ben zelf ook jarenlang naar de Weissensee gegaan voor de alternatieve Elfstedentocht. Vijftien keer heb ik hem uitgereden. Ik ben ook lid geweest van de Elfstedenvereniging, maar helaas is ie sindsdien nooit meer gereden.

Helpen die ervaringen jou als gids?
Zeker! Je kunt er dan met veel meer gevoel over praten. Je weet wat het is om af te zien. Je weet overigens ook hoe het is om ‘s avonds los te gaan in de feesttent, ondanks je vermoeidheid. Je weet wat het belang van goed materiaal is. Ik vind het erg leuk om mensen iets mee te geven. Het Westlands Schaatsmuseum is lang een zwervend museum geweest. Ik heb de brand in de Vlietwoning nog meegemaakt. Verschrikkelijk was dat. Dat we door de jaren heen in heel veel verschillende kernen hebben gezeten was op zich leuk, maar uiteindelijk word je het zwerven wel zat. Inmiddels hebben we eindelijk onze eigen plek in ‘s-Gravenzande en daar zijn we blij mee. Al ga ik ook nog wel geregeld op toer om op locatie lezingen te geven, bijvoorbeeld in verzorgingshuizen en op basisscholen.

Je bent ook een enthousiast tuinierster…
Ook dat is iets wat ik nooit gedacht had als schipperskind, maar ik geniet enorm van mijn bloementuin. Ik ben lid van Groei & Bloei geweest en heb twee keer meegedaan aan Open Tuinendag en gaf dan een rondleiding door mijn ‘ouderwetse’ Engelse bordertuin. De eerste keer (2001) dat we dat deden kwamen er maar liefst 700 mensen kijken. Ik kon ‘s avonds niet meer praten.

En dan is er natuurlijk nog het koor…
Koren. Ik ben altijd dol geweest op zingen en heb op diverse koren gezeten. Van kerkkoren waar we de Latijnse mis zongen, tot Sweet Sixteen. Tien jaar geleden is het popkoor Simply Best opgericht. Al snel waren we met rond de vijftig mensen en het aantal blijft door de jaren heen aardig stabiel. Een van de leuke dingen is dat we een eigen combo hebben. Zingen met live muziek, dat blijft toch bijzonder.

Wat zingen jullie?
Liedjes uit de jaren zestig, zeventig, tachtig. De muziek uit onze jeugd zeg maar, want de meeste koorleden zijn ouderen. Hoewel we ons repertoire ook aanpassen aan waar we zingen. In een verzorgingstehuis zingen we andere liedjes dan b.v. bij Kom in de Kas. We zingen ook op feesten en evenementen als het Korenfestival. Alles bij elkaar zo’n tien uitvoeringen per jaar. Net als bij onze gasten in het schaatsmuseum geniet ik van de herkenning die mensen hebben. Het triggert iets van vroeger en het doet ze goed. En daarbij is het een gezellig koor. O ja, ik heb samen met de dirigent het lijflied van ons koor gemaakt, was ook leuk om te doen.

Wat brengt zingen jou?
Vooral ontspanning. Zeker de laatste jaren is er veel ziekte in onze familie, en op een oefenavond kan ik dat even helemaal loslaten. Ik vergeet alles als ik aan het zingen ben en Joop zegt vaak dat ik altijd met een lach terugkom van de oefenavonden.

Is er genoeg aanwas?
Meestal wel. Voor alten is er op het moment zelfs een wachtlijst. Sopranen kunnen we op dit moment wel goed gebruiken. Wel is het zo dat we geen mensen ouder dan 65 aannemen. Zit je er eenmaal op, dan mag je natuurlijk wel doorzingen, anders had ik ook al moeten stoppen. Ook het repertoire wordt voortdurend uitgebreid, maar dat gaat wel langzaam want we oefenen maar eens in de twee weken. En omdat we allemaal ouder zijn ontbreken er altijd wel een paar mensen wegens vakantie of iets dergelijks. Dat vind ik wel eens jammer. Ik probeer er zelf altijd te zijn. Als je ergens op zit, dan ga je er ook voor. In dat opzicht ben ik heel trouw.

Is er nog een feestje?
Jazeker. We vieren het tienjarig bestaan ergens in december. Maar daar hoor je vast nog wel iets over via de krant.

Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar redactie.hhw@uitgeverijwestmedia.nl.

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: