Op de pijp met... Koos Sekreve

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Koos Sekreve.
Tekst: Esdor van Elten / Foto: Ton van Zeijl
Koos Sekreve (62) vormt samen met Jolentha Zaat het duo Komfort & Joy. Graag geziene gasten bij feestelijke gelegenheden, maar ze troosten met hun muziek ook tijdens verdrietige momenten. Voordat ze samen verder gingen waren ze al collega’s bij Dario Fo. “’The Man with the child in his eyes’ van Kate Bush lijkt me wel wat voor mijn eigen begrafenis.” Koos woont met zijn partner Joke Bol in Kwintsheul. Samen hebben ze twee zoons.
Waar kom je vandaan?
Ik ben geboren in Den Haag, maar toen ik drie was verhuisden we naar Kwintsheul. Ik was de zesde van acht kinderen, dus het huis was een beetje vol. De eengezinswoning in Kwintsheul was voor ons gevoel zó groot, dat ook ome Jan nog een tijd lang bij ons kon wonen. Mijn moeder had wel de handen vol natuurlijk. Ons huis was ook een beetje een zoete inval en er gebeurden soms gekke dingen. Mijn vader was iemand die kon binnenstappen en de schollen die hij op de markt had gekocht in het rond strooien. Hij werkte bij de Staatsdrukkerij. In de avonduren was hij ook nog conferencier op bruiloften en partijen.
Dus het artistieke komt daar vandaan?
Nou... mijn vader vond wel dat muziek bij de opvoeding hoorde. Dat was voor mij als jongere niet bepaald een motivatie. Anderzijds: niemand bij ons thuis speelde een instrument. Mijn zus is wel danslerares geworden, en ik uiteindelijk beroepsmuzikant, maar dat lag niet direct voor de hand.
Wat wilde je dan worden?
Als klein kind zag ik de burgemeester bij een opening van iets een lint doorknippen. Dát leek me wel wat. Maar een echt idee... nee. Als jongere leefde ik toch vooral met de dag. Ik dacht niet zo na over de toekomst. Na de Andreasschool ging in naar de mavo en de havo. Ik haalde goede resultaten, maar dat was vooral omdat ik er ook veel voor deed. Tenminste, na een inloopperiode van klieren, lachen en spijbelen.
![]()
Was je zo’n streber?
Ik was meer vanuit onzekerheid erg braaf. Nog steeds misschien. Ik repeteer eindeloos, want ik ben bang dat ik het anders niet kan. Niet zozeer perfectionistisch, wel fanatiek en gedisciplineerd. Na de havo deed ik MBO arbeidstherapie en activiteitenbegeleiding en vervolgens heb ik twintig jaar jaar met verstandelijk gehandicapten gewerkt, waarvan de laatste tien met een theatergezelschap, Eskalibur
Ben je zo in het artiestenvak terecht gekomen?
Dat ging geleidelijk. Een klasgenoot van mij wilde op klassiek ballet en vroeg mij mee. Mijn zus was al danslerares, maar daar wilde ik in eerste instantie natuurlijk niet naartoe. Later is dat toch gebeurd. Van het een kwam het ander. In 2004 ben ik overgestapt naar Dario Fo, daar was een theaterschool aan verbonden en dat had de naam Koperen Kees. Ik gaf daar dramalessen aan kinderen. Ik heb daarom ook de theateropleidng gedaan.
Dario Fo. Een bekende naam in Westland...
We hebben dan ook mooie projecten kunnen doen. Opera’s zoals Carmen. Of in 2009, toen we iedere maand een opera hadden voor iedere dorpskern in Westland, plus een extra voor Delft en een compilatievoorstelling, waarbij zelfs de koningin aanwezig was. Op een roterend podium, wat op een gegeven moment inzakte onder het gewicht van alle kinderen. Maar een paar nuchtere Westlanders lapten het ter plekke weer op. Mooie herinneringen zijn dat. Toch waren voorstellingen nooit een doel op zich. We kregen subsidie om met mensen aan de slag te gaan en ze kennis te laten maken met cultuur. En dat lukte. Mensen die soms altijd wars waren geweest van kunst en cultuur, deden nu zelf mee. Dat was altijd leuk om te zien. Inmiddels was cultuur voor mij fulltime werk. Altijd op de planken.
Uiteindelijk ging Dario Fo failliet...
En dat was eeuwig zonde. Ik denk niet dat Westland ooit goed heeft begrepen wat voor bijzonders ze in huis hadden. Als wij bezoekers kregen uit Amsterdam, dan keken die hun ogen uit bij wat hier mogelijk was. Hier dachten ze dat het allemaal veel te veel geld kostte. Maar we wisten vooral landelijke subsidies binnen te slepen die er tòch al zijn. Dus eigenlijk bràchten we geld het Westland binnen.
Maar toen zat jij wel zonder baan...
Maar niet zonder werk. Ik ben altijd wel bezig gebleven. En al snel kwam Jolentha met het idee om samen iets te gaan doen. We kenden elkaar al een tijd. Ik was ooit haar stagedocent en later waren we collega’s bij Dario Fo. Zij was gevraagd Avé Maria te zingen ergens en zocht begeleiding. Daaruit is duo Komfort & Joy ontstaan.
Toen werden instrumenten belangrijker...
Ik speelde al eerder gitaar. Maar toen we de plannen voor ons duo met het UWV bespraken raadden die me wel aan me wat meer op instrumenten te richten, omdat je dan gewoon meer mogelijkheden hebt.
![]()
Dat is aardig gelukt...
Ik oefen iedere dag. Op gitaar, basgitaar, drum en cajon, trekzak, piano, mondharmonica en ukelele. Dat lijkt heel veel, maar het vult elkaar aan. Met de drum ontwikkel ik het ritmegevoel dat ik ook bij andere instrumenten kan gebruiken. Met piano is het gemakkelijker om de muziektheorie achter een nummer te achterhalen dan met een gitaar. Trekzak heeft parallellen met mondharmonica. Dus het ligt allemaal niet zo ver uit elkaar als het wel lijkt. En het is allemaal vooral bedoeld om zang te begeleiden, dus het is niet zo dat het technisch altijd een enorm hoog niveau heeft.
Komfort & Joy heeft inmiddels een aardige naam opgebouwd...
We worden veel gevraagd en dat is fijn. Ons doel is, om zoals onze naam luidt, zowel troost als blijdschap te brengen door onze muziek. Dat maakt het heel afwisselend. We spelen veel op verzoek en als we het nummer niet kennen, dan doen we ons best het te leren. Want vaak is het dan een nummer met een speciale betekenis voor diegene voor wie we het zingen. Ik vind dat een leuke uitdaging. Want dan is het een lied dat er echt toe doet.
Ik heb het idee dat jij niet vaak nee zegt...
Dat vind ik best moeilijk inderdaad, al wordt ik er langzaam beter in. Maar mijn gedachte is: als iemand mij iets vraagt doet die dat niet voor niets. En dan heeft wat ik doe dus echt nut.
Wat speel je vaak op uitvaarten?
Avé Maria staat echt wel bovenaan. Ook Hallelujah van Leonard Cohen en Het Dorp van Wim Sonneveld zijn erg populair. Maar het kan echt van alles zijn, dat we spelen, en ons voordeel is dat we bijna alle muziek leuk vinden. Wel is onze stijl vaak wat meer ingetogen. We gebruiken geen versterking. Gewoon, een gitaar en twee stemmen. We zeggen dan ook vaak dat we een ‘intermezzo’ brengen. Daar willen mensen wel even stil voor worden. Soms maken we ook een lied op maat: dan schrijven we coupletten of passen een nummer aan voor iemand. Het is mooi werk, iemand in het zonnetje zetten. Mensen reageren ook altijd goed.
Wat kan er op jouw begrafenis gespeeld worden?
Daar heb ik eigenlijk niet veel over nagedacht. ‘The Man with the child in his eyes’ van Kate Bush lijkt me wel wat.
Heb je het druk gehad in coronatijd?
Er vielen een heleboel dingen weg, maar we hadden ook weer relatief veel uitvaarten. Dus we konden goed bezig blijven.
Je bent ook nog lid van andere groepen...
Ik zit in de band Oversized. Daar spelen we vooral rock en top 2000 nummers. Verder ben ik lid van Gitaarkring Westland. Een groep met klassieke gitaristen. Max Többen vroeg me indertijd om mee te spelen. Ik speel natuurlijk helemaal niet klassiek, maar dat is blijkbaar niet erg. En voor mij is het leerzaam om met hen te spelen. Zo kan ik me ook steeds weer blijven verbeteren!






Meer nieuws uit Westland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie