Op de pijp met... Mary Scholtes

Algemeen
'De kunstkas is een ideale plek. Het is het beste licht dat je kunt hebben.'
'De kunstkas is een ideale plek. Het is het beste licht dat je kunt hebben.' (Foto: Ton van Zeijl)

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Mary Scholtes.

Tekst: Esdor van Elten / Foto’s: Ton van Zeijl

Als alles om je heen lijkt in te storten, waar kun je dan heen? Kunstenares Mary Scholtes (63) heeft het de afgelopen vijf jaar meegemaakt. Maar ze kwam er bovenop. Hoe? Door vrienden, doorzettingsvermogen èn kunst. Mary is weduwe van Ted Scholtes en heeft vijf kinderen en zes kleinkinderen. Ze woont in Schipluiden.

Waar kom je vandaan?

Ik groeide met mijn drie zussen op in Honselersdijk, waar mijn vader een juwelierszaak had. Een creatieve familie. Zelf wilde ik in eerste instantie naar de Kunstacademie. Maar mijn vader had ernstige gezondheidsklachten en na zijn vierde hartaanval stopte ik met de studie om in de zaak te komen werken.

Vond je dat leuk?

Er zaten zeker leuke kanten aan. Ik hield ervan om te solderen. De wijzerplaten van oude Engelse klokken te restaureren. Ik heb veel geleerd. Ik heb er geen spijt van dat ik de Kunstacademie niet heb afgemaakt. Ik denk dat ik nu veel breder ben opgeleid. Werken met gips, sieraden maken, etaleren… Mijn creativiteit loopt over en van lieverlee kun je alles. En al die tijd ben ik ook blijven schilderen. Ook toen ik uit huis ging om te trouwen met Ted.

Hoe leerde je Ted kennen?

Ik ken Ted al vanaf dat ik tien was. We vonden elkaar al snel leuk maar het duurde wel een tijd voor we echt iets kregen. Ted was een bijzondere man. Intelligent, sliep drie uur in een nacht en haalde alles uit het leven wat er uit te halen viel. Hij ging naar de HEAO en daarna naar de universiteit, en werd officier in het leger. Hij vroeg me mee naar een officiersbal en ik zei ‘ja’. Daarvoor moest ik het wel uitmaken met mijn toenmalige vriendje.

Echte liefde dus…

Ja. Na verloop van tijd gingen we samenwonen. Dat viel niet goed bij onze families. Het kwam er op neer dat ik het huis uit ging en een tijdlang in mijn auto moest wonen tot Ted een flat kon huren. Niet leuk, wel avontuurlijk. Na een jaar trouwden we toch en zoals dat gaat moest er toen wel een grote bruiloft komen. Daarna was het goed, hoewel de relatie met de familie altijd ingewikkeld is gebleven. Ik bleef ook gewoon bij mijn ouders werken.

Ondanks dat je uit huis moest?

Zo ging dat in die tijd en je ging er in mee. De druk van de gemeenschap was in die tijd nog veel sterker. Ted begon uiteindelijk zijn eigen accountantskantoor en dat liep goed. Er kwamen kinderen die op hun beurt ook allemaal op één of andere manier creatief zijn. Ik bleef ook kunst maken, werkte onder andere in het hospice (waar ze ook kunstwerken voor maakte – EvE) en bij het Inloophuis en was actief bij het Buddy Netwerk. Dat liep prima tot vijf jaar geleden Ted bezig was om de zaak te verkopen en toen ineens overleed.

Dat was een schok, stel ik me voor…

Zeker. Omdat het zo plotseling was. Maar daarna volgden nieuwe schokken. Ted had voor zijn klanten en anderen altijd goed gezorgd, maar voor zichzelf niet. De financiële situatie was niet zoals ik verwacht had. In het jaar na zijn overlijden heb ik hard gewerkt om de zaak te verkopen en alles weer op de rit te krijgen. Dat had grote gevolgen voor mijn leven. Na zoveel jaar van huwelijk eindigde ik waar ik begon: in een auto.

Wat doe je dan?

Je herpakken. Ik ben een Westlandse; met hard werken kom je er wel weer. Ik pakte allerlei banen aan en ging een zorgopleiding doen. Vervolgens heb ik drie jaar gewerkt met dementerende bejaarden en in de terminale zorg.

Je was dus feitelijk dakloos…

Ik zwierf van huis naar huis. Bij mijn kinderen, bij vrienden… Door omstandigheden kon ik nergens definitief terecht. Maar ik had wél hulp. Dat is iets dat ik geleerd heb van deze periode: er zijn altijd mensen die je helpen. Mijn kinderen natuurlijk. En bijvoorbeeld mijn vrienden Paul en Len, die hun ‘kunstkas’ beschikbaar stelden zodat ik daar schilderlessen kon geven. 

Na zoveel jaar van huwelijk eindigde ik waar ik begon: in een auto

We zijn al 27 jaar vrienden en ik kon altijd bij ze terecht. Uiteindelijk kon ik na twee jaar zwerven een huis in Schipluiden krijgen en dat is echt een cadeautje. Ik verleen ook mantelzorg op een boerderij daar en ook daar kan ik terecht als ik ruimte nodig heb. Het was een zware tijd. Op een gegeven moment was ik zelfs mijn stem kwijt door de stress, maar inmiddels gaat het goed. Ik ben één dag in de week bezig met mantelzorg, twee keer in de week geef ik schilderles en op vrijdag mag ik schilderen voor mezelf. Dan ben ik ook echt een monnik hoor.

Dus de kunst hielp je ook uit de problemen?

Ja. Niet alleen met de schilderlessen kon ik wat extra’s verdienen, ook met werk in opdracht. Dat loopt ook nu nog steeds erg goed. Ik zit voor de komende anderhalf jaar vol.

Wat schilder je dan?

Wat mensen graag willen. Hun huisdier, vazen, 17e-eeuwse stillevens, pinguïns… Van alles. Leuk werk, al wil ik ook graag wat meer met mijn vrije werk doen. Dat is de volgende stap. Ik ben nu al werken aan het maken die ik verborgen hou om ze in de toekomst te exposeren. Een eigen expositie is een droom. Dan ga ik echt knallen. Maar alles op zijn tijd.

En lesgeven vind je ook leuk?

Absoluut! Het is niet alleen heel gezellig, maar ook heel gevarieerd. Iedereen maakt iets anders. En de kunstkas is een ideale plek. Het is het beste licht dat je kunt hebben. In de winter zetten we lekker de houtkachel aan, in de zomer gaan we als het warm wordt gewoon buiten schilderen, dat levert ook weer nieuwe inzichten en ervaringen op. Het is echt leuk om kennis en technieken over te dragen.

Wie waren jouw leermeesters?

Ik schilder al vanaf mijn tiende en ik vertelde al dat de juwelierszaak van mijn ouders ook een leerschool was. Ik heb ook verschillende cursussen aan de Vrije Academie gevolgd. Toen ik wat meer magisch-realistisch wilde leren schilderen kwam ik bij Robert Daalmeijer terecht. Toen ik daar zat kwam Aad Hofman, een bekende schilder, langs. Niemand was ooit in zijn atelier geweest, maar hij nam mijn schilderskoffertje op en zei: “Jij komt bij mij schilderen”. Dat is het beste dat me ooit is overkomen. Van hem leerde ik het fijne schilderwerk. Ik heb er nog dagelijks profijt van.

Niemand was ooit in zijn atelier geweest, maar hij nam mijn schilderskoffertje op en zei: “Jij komt bij mij schilderen”

Eind goed al goed?

Ik hoop dat het nog geen eind is! Ik heb nog zoveel plannen! Maar inmiddels heb ik het weer goed. Ik heb door alles heen geleerd dat je niet veel nodig hebt in het leven. En dat er altijd mensen zijn die je willen helpen. Mensen die iets voor elkaar over hebben, dat is toch het mooiste stuk in het leven!

Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar redactie.hhw@uitgeverijwestmedia.nl.

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: