Op de pijp met... Gerrit Boers

Cultuur
Gerrit Boers (69) is een telg uit een echt transportgeslacht en heeft zelf ook heel wat kilometers op zijn naam staan.
Gerrit Boers (69) is een telg uit een echt transportgeslacht en heeft zelf ook heel wat kilometers op zijn naam staan. (Foto: Ton van Zeijl)

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Gerrit Boers.

Tekst: Esdor van Elten / Foto’s: Ton van Zeijl

Gerrit Boers (69) is een telg uit een echt transportgeslacht en heeft zelf ook heel wat kilometers op zijn naam staan. Tegenwoordig blijft hij dichter bij huis en schrijft geregeld over zijn herinneringen. “Zonder vrachtwagenchauffeurs kun je geen pakje boter kopen.” Gerrit woont met zijn vrouw Janie een kleindochter (van Rooie Keesie) in ‘s-Gravenzande. Samen hebben ze twee kinderen en zes kleinkinderen.

Van wie ben jij er één? 
Ik ben er een van Frans Boers. Een Monsternaar met vijf broers en twee zussen. Van de transportfamilie P.F Boers.& Zn, oorspronkelijk uit Ter Heijde, later Monster. Mijn wieg stond in de garage en de monteurs daar vonden het leuk om mij onder het vet naar school te laten gaan. Daar kreeg mijn moeder dan commentaar op. Snapte ze niks van want ze had me toch netjes gewassen. Maar school was niks voor mij. Ik zat op de gereformeerde school in de Molenstraat en meester Verbeek kwam een keer bij mijn ouders langs omdat het niet zo goed ging. ‘Als er een vrachtwagen langs komt is ie afgeleid’. Klopt. Ik kende alle wagens en kentekens uit de buurt.

Dus je wilde ook vrachtwagenchauffeur worden?
Vanaf de kleuterschool al. Na de lagere school ging ik naar de technische school, richting metaal. Maar op mijn veertiende ging ik al werken. Bij Jaap van Spronsen in de garage. Daar heb ik echt leren sleutelen en mijn monteursdiploma gehaald, want Jaap vond dat je maar beter een papiertje in je zak kon hebben. In latere jaren heb ik nog een heel aantal andere diploma’s gehaald. Ik kon wel leren, ik had er alleen geen zin in.


Maar je bleef niet in de werkplaats… 
Op mijn achttiende ging ik de vrachtwagen in. Door heel Europa gereden. Soms twee weken onderweg. Toen had je nog geen mobieltjes, laat staan volgsystemen, dus de ultieme vrijheid. Ik heb zeven jaar voor Spronsen gewerkt en toen ging ik bij mijn vader werken. Daar was ik niet heel blij mee maar hij had me nodig. Het viel mee. Hij kocht een koeler en daarmee ging ik weer voor Spronsen rijden. Dat was op dat moment het nummer één transportbedrijf in Westland en het groeide als kool, dus hij had hulp nodig en die kocht hij o.a. in bij mijn vader. Dat ben ik blijven doen tot het eerste kind kwam.

Je had wel een vrouw gevonden ondanks dat je zoveel weg was? Ja. De zus van mijn kameraad Kees. Ze wilde eigenlijk geen dikke man uit Monster, maar ze werd toch verliefd op me. In tussen al meer dan 48 jaar (ha ha) en samen dik tevreden.

Vrachtwagenchauffeurs zijn niet zelden dik… 
Of broodmager. Ik denk dat het te maken heeft met het onregelmatige eten. In die tijd was ik altijd onderweg en hard aan het werk. Fysiek werk, want pallets waren toen nog niet algemeen. Officiële rusttijden had je niet, dus je at op de raarste tijden soms avonds heel laat nog. In ieder geval, met een kind op komst zocht ik naar werk dichter bij huis. Dat werd ECT, een containerbedrijf in Rotterdam. Dat duurde niet lang.

Geen succes? 
Ik werd er knettergek. Die Rotterdamse mentaliteit... Ik vond het daar perfect geregeld hoor, qua salaris en zo. Maar toch gingen ze staken. Hoe dan? Toen ik op een vrijdagochtend in een café zat ontmoette ik Freek Bos. Die reed bij Van Rijn op Ravensburg hij vroeg Boerssie hebbie zin in een ritje . Dezelfde week zat ik weer op de wagen en ik heb acht, negen jaar voor Van Rijn gereden.

Vond je vrouw dat goed? 
Die was dolblij want ik was hartstikke chagrijnig. We hebben met elkaar een prima manier gevonden om ermee om te gaan. Bovendien hebben we ook altijd een leven gehad náást het werk en voor haar naast het gezin, hoe druk het ook was. Ikzelf en Janie hebben zich jaren ingezet in het Roosevelthuis een vakantie week voor mensen met een beperking en we bezoeken nu nog steeds mensen met dementie. En ik heb veel vrijwilligerswerk en kerkenwerk gedaan. Ik ben ouderling geweest en heb me ingezet voor de bazaar en het jeugdwerk.

In de gereformeerde kerk? 
Zo ben ik wel opgevoed maar dat was me toch ‘te zwaar’. Mijn vrouw was lid van de Uniekerk. Dat is een vrijzinnige kerk in s-Gravenzande. Ik ging mee en voor het eerst hoorde ik een preek die ik begreep! Zonder hel en verdoemenis. Toen ik na een ongeluk een poos thuis zat kwam de dominee op visite. Gewoon, om een bakkie te doen. Had ik ook nog nooit meegemaakt. Dus ik ben in de Uniekerk gebleven.

Maar niet bij ECT. Dus… 
Achteraf had ik misschien beter bij ECT kunnen blijven, vanwege de pensioenen en zo, maar goed. Na Van Rijn ging ik rijden bij Cargo Boss. Maar terwijl ik daar werkte ging mijn gezondheid achteruit Ik kwam de nachten steeds moeilijker door. Uiteindelijk bleek het kanker te zijn, maar we waren er gelukkig op tijd bij. Maar het gevolg was wel: weer van de vrachtwagen af. Na een tien jaar bij Cees Vreugdenhil als chef werkplaats ging ik naar JS Laadtechniek. Daar werd ik bedrijfsleider. Het was aanpoten, maar we maakten ook mooie groei door. Ik heb er ruim tien jaar gewerkt. Toen was er een meningsverschil waardoor ik vertrok. Ik reed toen geregeld in een weekend voor J.P. Vis naar Stockholm en bij hem heb ik toen nog een jaar of drie gereden. Op mijn 66e ben ik officieel met pensioen gegaan, hoewel ik nu nog steeds een uur of tien rij voor Arjen van den Berg in De Lier. Maar dat zijn korte ritjes in het Westland. ‘s Avonds ben ik gewoon weer thuis.

Uit met de vrijheid… 
Die vrijheid was je eigenlijk al kwijt met de komst van de tachograaf. In de jaren 80 kwamen er allemaal regels en voorschriften. Op zich goed hoor, maar het had ook nadelen. Vroeger zat je met twee man op de wagen. Dat kon door de nieuwe Cao’s niet meer uit dus je moest het voortaan alleen doen. Tja, dan kun je wel een beter salaris hebben, maar of je echt beter uit bent? En tegenwoordig is het met die track-and-trace systemen natuurlijk nog erger. Ze weten vanaf kantoor op de minuut en de meter nauwkeurig waar je bent.


Wat is de betekenis van het transport voor Westland? 
We hebben meegeholpen om de tuin van Europa op te bouwen. De tuinder, en de exporteurs kunnen niet samen zonder transport. We zijn belangrijk en dat zie je ook aan de ontwikkelingen in de branche. Er verdwijnen bedrijven, maar er komen altijd weer nieuwe voor terug. Want de handel moet altijd vervoerd worden.

Ondanks de concurrentie uit Oost-Europa… 
Ik heb die jongens nooit als bedreiging gezien. We hebben ze nodig want er is een tekort aan chauffeurs. Ik heb altijd hun werk gerespecteerd. Al in de jaren ‘70 zat ik in Rusland en Oekraïne en ik zag daar dat ze het ook prima konden. Alleen het loonverschil was natuurlijk veel te groot.

Jouw kamer staat vol herinneringen… 
Je doelt op mijn miniaturen. Daar ben ik al op mijn tiende mee begonnen. Toen kreeg ik een ASG Volvo uit Zweden cadeau. Later heb ik samen met een paar anderen Tekno Westlands gemaakt. toen maakten ze nog niet van die prachtige miniaturen als nu hoor. En nog steeds knutsel ik geregeld aan modellen. Allemaal Westlandse vrachtwagens en bedrijven van voor de jaren ‘90. Het houdt je bezig.

En je déélt je herinneringen… 
Ik schrijf de rubriek ‘De Historische Foto van… in Truckers WL. Ik heb een gigantisch archief met zes- of zevenduizend foto’s. Dus verhalen genoeg. Ik vind het leuk om erover te schrijven en ik hoop daarmee ook een steentje bij te dragen aan het kweken van respect voor de vrachtwagenchauffeurs van nu. Misschien ook de jeugd meer betrekken bij het transport. Vaak mopperen mensen alleen maar op die vrachtwagens, maar echt, zonder transport kun je nog geen pakje boter in de winkel kopen!

Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar redactie.westland@rodi.nl.