Op de pijp met… Rob Jacobs

Nieuws
Afbeelding
(Foto: Ton van Zeijl)

Tuinder worden voelde voor Rob Jacobs (65) als een roeping. Tegenwoordig is het vooral nog hobby, waarin hij rust en balans vindt. Dat doet hij trouwens op meer manieren. “De kas is mijn meditatieruimte.” Rob is single, heeft twee kinderen, tuint in Poeldijk en woont in Den Hoorn.

Door Esdor van Elten

Waar kom je vandaan?

Ik ben geboren in Den Haag. De jongste in een gezin van dertien. Mijn moeder komt uit Indonesië, waar mijn vader KNIL-militair was. Ze hebben daar de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Op mijn dertigste ontdekten we dat er nog een halfbroer was: mijn moeder is in het kamp misbruikt geweest. Maar we hebben hem wel binnen de familie gehaald. We leven verspreid over verschillende landen maar komen eens in het jaar bij elkaar. Ik ben gezegend met mijn familie. In mijn jeugd heb ik van het oorlogsverleden niets meegekregen. Mijn ouders stelden altijd het geluk van het gezin voorop. Daarin zijn ze echt een voorbeeld voor mij geweest.

Hoe kwam je dan in Westland terecht?

Op mijn tiende kwam ik in Poeldijk wonen, samen met mijn ouders en nog een broer. De anderen waren al uitgevlogen. Dat was een hele omschakeling voor mij. Maar toen ik vakantiewerk ging doen in de kassen was dat een openbaring voor mij; makkelijk geld verdienen zo. Waarom zou ik nog examen gaan doen op dat stoffige gymnasium? De tuin werd een roeping voor mij.

Dus je werd tuinder…

Ik begon met niks. Met aanneemwerk. Dat liep zo goed dat ik op een gegeven moment 25 man personeel had rondlopen. Vervolgens kwam er een kwekerij bij, aan de Julialaan in Wateringen. Dat liep ook goed, maar de gemeente kocht me uit omdat daar woningbouw moest komen. Ik startte een nieuwe tuin aan de Van Alkemadelaan. Vooral perkgoed, maar ik heb ook een paar jaar cactussen gekweekt. In 2024 stond Rob Baan van Koppert Cress op de stoep. Hij wilde de tuin overnemen, maar ik moest dan snel weg. Ik verkocht de hele boel inclusief mijn huis. In Den Hoorn vond ik een flat.

<p></p>
(Foto: Ton van Zeijl)

Da’s een beetje karig…

Ik vind het super! Status is voor mij sowieso niet belangrijk. Dat hoort bij de Budo-code. Maar ik had natuurlijk wel ruimte nodig om nog wat spullen op te slaan en ik wilde het tuinen ook niet helemaal opgeven. Dus ik heb een kas gehuurd in Poeldijk. Daar teel ik nog wat perkgoed, maar dat is meer voor de hobby. Personeel heb ik ook niet meer, ik doe alles alleen. In de ochtend. ‘s middags ga ik schieten.

Schieten?

Boogschieten. Daar ben ik in coronatijd mee begonnen. Op dat moment ging de handel wat minder en mijn karateschool moest dicht. Het leek me een interessante hobby en dat bleek ook zo te zijn.

Wat voor boog heb je?

Een compoundboog. Met van die katrollen. Zestig pond trekkracht. Niet bepaald een beginnersboog, maar ik deed het toch. Na mijn eerste schot had ik meteen een blauwe arm omdat de pees ertegenaan kwam. Meer dan vier pijlen kon ik niet schieten op een dag. Maar ik ben eigenwijs en ging door. Tegenwoordig schiet ik moeiteloos honderden pijlen per dag. Het verschil met andere bogen is dat een compoundboog alleen bij het begin van het uittrekken weerstand heeft. Progressieve weerstand heet dat. Heb je hem eenmaal door een bepaald punt getrokken, dan heb je nauwelijks nog weerstand en kun je veel rustiger mikken. Compoundbogen zijn ook heel geschikt voor de jacht. Hij is krachtig: een pijl kan makkelijk 360 kilometer per uur halen.

Dat is niet niks…

Er zijn de eerste maanden ook heel wat ruiten gesneuveld. Een van de nadelen van die kracht is dat je pijlen soms zo diep in het doel zitten dat je ze er alleen met grote moeite uit krijgt. Daarom bedacht ik een eigen middel: doelpakken gevuld met gefragmenteerde gronddoeken uit de kas. Die houden de pijl net zo goed tegen als een regulier doel van stro of foam, maar je trekt de pijl er met twee vingers uit. Ik heb er patent op aangevraagd en gekregen en de Nederlandse boogschietbond is geïnteresseerd.

Wat is er leuk aan boogschieten?

Het gaat voor mij niet zozeer om het doel raken, maar om het hoofd leeg te maken. Even helemaal in het moment zijn. Dat heb ik ook als ik in de kas aan het werk ben. Dat is mijn meditatieruimte. Een eigen wereld. En zo is het dus ook met boogschieten. De Japanners hebben dat nog verder doorgevoerd. Japans boogschieten, Kyudo, de Weg van de Boog, gaat echt om de beweging en de meditatie. Ik schiet ook niet tegen een ander, ik schiet tegen mezelf. In dat opzicht zie ik het dus niet als een sport.

<p> </p>
(Foto: Ton van Zeijl)

Maar je bent wel lid van een vereniging…

Frederik Hendrik in Delft. Een vereniging voegt zeker wel iets toe, maar bij FH staat ook niet zozeer het competitieve voorop. Het is een sociale vereniging waarbij samenzijn voorop staat. Ik ben daar terecht gekomen via een paar karatecollega’s.

Hoe zit dat met karate?

Ook daar geldt weer het gaat niet zozeer om de competitie. Ik wil niet zozeer beter zijn dan een ander, ik wil zelf vandaag beter zijn dan gisteren en morgen beter dan vandaag. Op mijn 16e kregen we een introductie op school en dat vond ik geweldig. Ik zat op voetbal maar wilde op karate. Dat vond mijn vader niet goed; het is ene Japanse sport en daar zat pijn. Ik zette toch door. Toen mijn vader later mijn leraar ontmoette en nadat ik een toernooi had gewonnen draaide hij bij. Ik weet nog dat ik een zoen van hem kreeg in plaats van een hand Dat was zijn manier om te zeggen dat het goed was.

Maar nu geen wedstrijden meer?

Net als boogschieten zie ik het niet zozeer als sport maar als een levensstijl; Budo, de weg van de krijger. Ik heb de vijfde dan. Door de jaren heen heb ik ook workshops gegeven in allerlei landen. Aan mensen met grote verantwoordelijkheden. Want karate leert je rust en balans.

Maar karate is toch ook gewelddadig?

Het is beheerst geweld. We leren niet zozeer vechten, we leren controle. En ja, dat omvat ook iemand kunnen uitschakelen, maar wel met passend geweld. Wat wij doen moet in de dojo blijven, niet op straat. In dat opzicht heb ik het getroffen met mijn leraar, die dat benadrukte en uitdroeg. Helaas leeft hij niet meer. Na zijn overlijden heb ik de school overgenomen: Furin Kazan in Rijswijk. Daar was wel wat overtuiging voor nodig. Ik ging ‘lesgeven’ aan mijn oude leraren en dat doe ik nu nog steeds. Sommige van hen zijn 80 plus.

Kun je zo lang door?

Budo kun je je hele leven (blijven) doen. Het gaat er immers niet om of je sterk bent of beweeglijk. De balans tussen lichaam en geest is van veel groter belang. Karate is een middel. Geen doel. Net zo min als de tuin dat voor mij is of de boog. Het gaat om innerlijke rust. Ruimte voor gedachten en mensen. Bij zowel karate als het boogschieten merk ik hoe mensen erop gericht zijn elkaar verder te helpen. Toen ik op het NK boogschieten stond waren de anderen niet mijn tegenstander, integendeel. Ze hielpen me verder. Dat is toch iets wat je bij het voetbal niet zo snel ziet!

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: