Op de pijp met Marc Bogaers: ‘Dirigeren is meer dan een stokje zwaaien‘

Nieuws
Afbeelding
(Foto: Ton van Zeijl)

Vijftig jaar is Marc Bogaers (70) inmiddels al (amateur)dirigent. Dat viert hij op 14 juni met een groot jubileumconcert in de Poeldijkse Bartholomeuskerk, waar al ‘zijn’ vijf koren acte de présence geven. “Het is mooi als je het beste uit een koor weet te halen.” Marc heeft 2 dochters, drie kleinkinderen, een LAT-relatie met Leen en woont in Den Haag.

Bogaers, dat klinkt niet Westlands….

Dat is het ook niet. Het is een naam met Brabantse wortels, met name uit het gebied rond Helmond. Zelf ben ik geboren en opgegroeid in Tilburg. Een behoorlijk groot gezin met zes kinderen, want ik heb nu nog twee broers en drie zussen. Mijn vader was boekhouder, mijn moeder gaf les in steno en werkte later in de bibliotheek.

En wat wilde jij worden?

Dat wist ik toen nog niet. Na de lagere school ging ik naar de havo, maar studeren, daar had ik geen zin in. Het werd dus mavo en van daaruit ging ik naar de meao. Ook administratie dus, want dat vond ik uiteindelijk toch wel leuk. Is een familieding misschien. Naast mijn vader waren bijvoorbeeld ook mijn beide opa’s administrateur. Na de meao ging ik aan het werk bij een machinefabriek in Tilburg, als assistent boekhouder en assistent correspondent. Dat duurde vijf jaar en daarna stapte ik over naar het GAK, het tegenwoordige UWV. Daar ben ik vervolgens veertig jaar gebleven, in verschillende functies, maar altijd op de achtergrond: management, kwaliteitscontroles, dat soort dingen. In de loop van mijn loopbaan verhuisde ik voor mijn werk van Tilburg naar Breda en toen naar Amsterdam. Zeven jaar geleden ben ik naar Den Haag verhuisd en kwam ik in aanraking met het Westland. Het kerkkoor Manna zocht al heel lang naar een nieuwe dirigent.

<p></p>
(Foto: Ton van Zeijl)

Hoe kwam je in de muziek terecht?

Dat begon al in de eerste klas van de lagere school. Bij de eerste communie vroeg mijn juf of ik iets wilde zingen. Daardoor vroeg het jongenskoor van de kerk mij meteen om mee te komen zingen. Toen op een gegeven moment de dirigent van het jongerenkoor waar ik toen zong wegging zeiden ze: ga jij er dan maar voor staan.

Zomaar?

Eigenlijk wel. Zonder ervoor gestudeerd te hebben of zo. Als kind had ik wel zes jaar pianoles gehad, en ik kon goed bladmuziek lezen, maar als twintigjarige is dat toch wel een uitdaging. Dirigeren is meer dan een stokje zwaaien. Bovendien was ik in die tijd heel verlegen. Door mijn rol als dirigent is die verlegenheid snel verdwenen. Al doende leer je en door de jaren heen heb ik wel de nodige cursussen gevolgd en muziekleer gedaan. Want uiteindelijk is het een vak. Al is het nooit mijn wérk geworden. Ik ben altijd amateurdirigent gebleven. Het is een passie!

Wat wekt die passie?

Het aanleren van nieuwe muziek aan mensen. Het instuderen van nieuwe nummers. Dat geeft voldoening. Ik probeer altijd zoveel mogelijk uit een koor te halen. En bij een concert geniet ik dan van het plezier van koor én publiek.

Welke eigenschappen heeft een goede dirigent?

Los van muzikale kennis? Geduld denk ik. Je moet dingen tijd geven om beter te worden. Een goede verstandhouding met het koor is ook belangrijk. Qua muziek sta je misschien boven het koor, maar als mens sta ik er liever tussen.

Want het zijn amateurs…

Het zijn gewoon mensen die het leuk vinden om te zingen. Het is een uitje voor ze. Dus ja, dan wil je als dirigent wel het beste eruit halen, maar er zijn grenzen. Ik streef naar perfectie, maar het ook moet gezellig blijven. Er moet gewerkt worden, zeker. Maar ik krijg ze ook wel gemotiveerd zonder de boeman uit te hangen. En tot nu toe is het me bij ieder koor gelukt om het niveau omhoog te krijgen.

Wat is je specialiteit?

Ik heb eigenlijk altijd koren met populaire muziek gehad. Jongerenkoren, popkoren en a capellagroepen, maar wel altijd met de focus op popmuziek. Door de jaren heen zijn dat er tussen de twintig en dertig geweest denk ik. En veel van die koren voor langere tijd. Momenteel dirigeer ik nog vier koren: Kerkkoor Manna dus, Popkoor Pleasure uit Schiedam, Déjà Vu, een koor uit Naarden, en De Gatezangers uit Leidschendam. Ze treden allemaal op tijdens het jubileumconcert op 14 juni, met daarbij ook nog eens de a capellagroep Kulder uit Tilburg. Dat was indertijd een initiatief van mij en de groep heeft zo’n twintig jaar bestaan. We schreven veel muziek en teksten zelf. Toen ik verhuisde naar Het Gooi is de groep gestopt, maar nu komen we voor één keer weer samen.

Heb je als dirigent veel invloed?

Dat hangt er vanaf. Ieder koor heeft zo zijn eigen karakter en als ik aantreed als dirigent, probeer ik dat karakter ook in stand te houden. Bij sommige koren gaat de dirigent over het repertoire, bij andere koren is daar een muziekcommissie voor. Dat laatste heeft mijn voorkeur wel. Het is het leukste als het koor zelf de muziek kiest. Dan zijn ze ook het meest gemotiveerd. En bij de kerkkoren speelt natuurlijk ook de kerkmuziek een belangrijke rol. Kerkkoren, popkoren of a capellagroepen, het zijn eigenlijk drie heel verschillende disciplines.

<p></p>
(Foto: Ton van Zeijl)

Is een a capellagroep lastig dirigeren?

Bij a capellagroepen ben ik niet zozeer dirigent maar meer muzikaal leider. Ik zing ook altijd zelf mee. Je mist natuurlijk de muzikale begeleiding, dus je moet volledig vertrouwen op de stem.

Koren zijn wel zo hun eigen wereldje…

Een onderschat wereldje. In Nederland zingen meer dan anderhalf miljoen mensen bij een koor. Dat zijn héél veel mensen. Maar toch hoor je er zelden van. Het lijkt erop of het toch niet helemaal serieus genomen wordt. Dat geldt al helemaal voor mannen. Het is altijd ontzettend moeilijk om mannenstemmen te vinden voor koren. Terwijl de mannen die meedoen, het heel leuk vinden. Het lijkt toch een beetje een imagokwestie te zijn.

Hoe ziet je jubileumconcert eruit?

Dat is op zondagmiddag 14 juni bij Barth in de Bartholomeuskerk in Poeldijk. Pleasure, Manna, Déjà vu, De Gatezangers en Kulder zingen met elkaar én apart. Dat betekent dat we met 170 man op het podium staan! We starten met een In the Mood Medley en daarna zullen de koren afwisselend zelf of in combinatie met elkaar zingen. Het slotlied is Listen to the Music van de Doobie Brothers. Daarbij neemt Déjà Vu de lead en zingen de andere koren het refrein mee. Elk koor neemt z’n eigen begeleiding mee: Déjà Vu en Manna hebben een combo, Pleasure en de Gatezangers werken met MP3-muziek. En Kulder hééft natuurlijk geen begeleiding.

Dat vraagt een hoop voorbereiding…

De koren kennen elkaar niet en zitten ook niet vlak bij elkaar, dus de repetitie vlak voor het concert is de eerste keer dat ze met elkaar zingen. Dat is een uitdaging ja. Maar ook leuk voor de koren om elkaar eens te horen.

Is het niet apart om dan als dirigent centraal te staan?

Zo voel ik het niet. Als dirigent sta ik daar nog steeds om het kóór te laten shinen. Met elkaar een mooi concert neerzetten waar de bezoekers van genieten.

Het is niet je áfscheidsconcert…

Zeker niet, want de passie blijft. Met Kulder ben ik gestopt en met Déjá Vu ga ik stoppen omdat het me te ver wordt, maar met de andere koren ga ik door. En wie weet komt er nog wel weer eentje bij.


Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: