Op de pijp met Kees Dirks: ‘Een museum maken is machtig veel werk!’

Westland is weer erfgoed rijker; op 16 september opent het Westlands Bunkermuseum in ’s-Gravenzande. Kees Dirks (62) en zijn vrouw Annemieke hebben samen met Jan Willem Moerman en Paul Weerdenburg hard gewerkt om deze droom waar te maken. “Alles in de bunker is authentiek.” Kees heeft drie kinderen, twee kleinkinderen en woont in Vlaardingen.
Waar kom je vandaan?
Uit Vlaardingen. Mijn vader was politieagent daar. Zelf heb ik ooit ook gesolliciteerd bij de vrijwillige politie. Dat is er nooit van gekomen. Maar ze zeggen nu wel dat ik politieagent speel in de bunker (lacht). Uiteindelijk ben ik na de lagere school naar de LTS gegaan. Begonnen als koffiejongen op m’n 17e in de bouw, heb ik daarna gewerkt als timmerman, dakdekker, cv-monteur en keukenmonteur. . Met m’n handen werken, techniek, dat past bij me. Toen ik later betrokken raakte bij de bunkers is dat goed van pas gekomen.
Hoe ben je in het bunkergebeuren beland?
Via mijn buurman. Die was vrijwilliger bij het Atlantikwallmuseum in Hoek van Holland en ik hielp hem een keer met het ophangen van een bord. Ik vond het interessant en werd zelf ook vrijwilliger, want ze konden nog wel handjes gebruiken. In de loop van de tijd is daar heel wat werk verzet. Zo heb ik ooit een pantserplaat van 4000 kilo hydraulisch gemaakt. Daarnaast ook installatiewerk, en dakbedekking. Van alles eigenlijk. Niet alleen techniek, ook de geschiedenis. Zo heb ik meegewerkt aan de opnames van ‘Oorlogsgeheimen’ voor de NPO. Ik begon ook zelf objecten uit de oorlog te verzamelen en zo ontstond de wens om een ‘eigen’ museum te hebben.
Maar ja, waar vind je dat?
Uiteindelijk dus hier in Westland. Een bunker aan de Kreeklaan in ’s-Gravenzande, waarvan ik voordien niet wist dat die er was. Maar die bij nadere inspectie heel bijzonder bleek.
Wat is er zo bijzonder aan?
De Duitsers bouwden bunkers volgens vaste richtlijnen. De zogenaamde Regelbau. Dit is een 608 commandobunker. Daar zijn er niet meer zoveel van over. Er is er één in het Staelduinse Bos, daar zat het hoofdkwartier van de Duitsers indertijd, maar die bunker is niet toegankelijk voor publiek. Naast de onze is er nog maar één andere die je kunt bezoeken: in Scheveningen. Het is de enige commandobunker die over is van de noordelijke stelling van Festung Hoek van Holland. Een gemeentelijk monument, dus beschermd. Perfect voor een museum. Samen met Jan Willem Moerman en Paul Weerdenburg, en mijn vrouw Annemieke, hebben we toen het initiatief genomen voor een museum. Daarbij kregen we volledige steun van de gemeente Westland, die ook graag een oorlogsmuseum binnen de gemeentegrens wilde. Van de de eigenaar van de grond mogen we de bunker gebruiken om hier een museum te realiseren. We hebben ook veel (financiële) steun gekregen van Stichting Loswal de Bonnen, de Atlantikwall Erfgoedtafel en diverse sponsoren. En onze geweldige vrijwilligers natuurlijk.
Vertel eens iets meer over de bunker?
De bouw ervan is in 1943 begonnen. De bunker maakte deel uit van de werkzaamheden van de Atlantikwall. Een verdedigingslinie langs de kunst van Noorwegen tot Spanje, bedoeld om een invasie van de geallieerden tegen te houden. ‘s-Gravenzande maakte deel uit van de Festung Hoek van Holland. Een Festung moest tegen iedere prijs verdedigd worden. Veldmaarschalk Rommel is hier zelf nog in Hoek van Holland geweest. Uiteindelijk is hier geen schot gelost, maar de voorbereidingen waren er niet minder om. Volgens de officiële tekeningen zit er 885 kuub beton in, dat zijn zo’n 60 á 70 betonwagens! En 45 ton aan staal voor de bewapening. Muren en dak zijn twee tot drie meter dik en konden een bom van 500 tot 1000 kilo weerstaan.
Groot, duur en dus belangrijk…
Het was een commandobunker. Hier zat de commandant van de noordelijke stelling met zijn staf. Ongeveer negen man. Er zijn diverse kamers, elk met een eigen functie. Hier kwamen de verbindingen voor telefoon en radio binnen, een belangrijk communicatieknooppunt dus. Naast telefoonschakelkasten en radio was er ook een peilontvanger geïnstalleerd, waarmee vijandelijke zenders uitgepeild konden worden. Die hebben we nu als laatste aanwinst aangekocht. Goed bewaard, en helemaal functioneel. Net als de telefoonkast.
Hier werd dus het bevel gevoerd over meerdere bunkers?
Ja, hierachter staat nog een hospitaalbunker. Er zijn nog negen bomvrije bunkers over, waaronder munitie- en manschappenbunkers en een voedselbunker. Er zin ook heel wat kleinere bunkers, zogenaamde Tobruks, geweest, maar die zijn allemaal verdwenen. Onze bunker heeft jarenlang gediend als opslagplaats voor een bedrijf. Zo stond ie ook in het bestemmingsplan. Toen wij de vergunningen aanvroegen moest dat ook gewijzigd worden naar museum.
Dat is vast niet het enige dat gebeuren moest…
Een museum maken is machtig veel werk! Eerst moesten we natuurlijk ontroesten en opruimen. Daar kwamen trouwens ook nog interessante dingen bij tevoorschijn, zoals oude kranten en zelfs een Duitse bajonet. Vervolgens moest er veel gebeuren aan elektronica, bekabeling, noem maar op. Alles op z’n oorspronkelijke plek, maar natuurlijk wel modern en veilig. Van buiten ziet de bunker er grotendeels uit zoals dat ook in de oorlog as. Inclusief de schilderingen. Om luchtaanvallen te voorkomen probeerden de Duitsers bunkers zoveel mogelijk op woonhuizen te laten lijken.
En de inrichting?
Deels is dat mijn eigen collectie van thuis. Daarnaast zijn we op zoek gegaan naar alles wat zo’n bunker bevatte; kasten, tafels, stoelen… Die hebben we kunnen vinden. Allemaal oorlogsgestempeld, dus origineel. Je vindt bij ons geen replica’s, alles in de bunker is authentiek. Daar zijn we heel zorgvuldig mee. Het moet allemaal kloppen om de belevingswereld van de bunker echt te maken.
Is dat makkelijk te vinden?
Items als wapens, gasmaskers, dat soort zaken, vindt je op militariabeurzen, zelfs wel op Marktplaats, als je weet waar je moet kijken. Het MG42 machinegeweer heb ik jaren geleden gekocht. Daar had ik geluk mee want ze zijn haast niet meer te krijgen. Zoals alles in de bunker zijn ook de wapens werkend. Daar hebben we dus speciale ontheffingen en vergunningen voor gekregen. De meubels hebben we in Duitsland gevonden. Maar onze collectie bevat ook bijzondere schenkingen van Westlanders. Mensen die de oorlog hebben meegemaakt. Brieven aan een Duitse luitenant. Het verhaal van iemand die Duitse soldaten ingekwartierd had in zijn huis. En een veldverslag van iemand die de gevechten op Ockenburg heeft meegemaakt. Westlandse verhalen die iets vertellen over hoe gewone mensen, en gewone soldaten, de oorlog hebben beleefd. Want uiteindelijk is de bunker één ding, maar het gaat om de verhalen. Om de herinneringen.
Verhalen die jullie graag vertellen…
Zeker! Het plan is om 30 weken per jaar open te zijn. Vrijwilligers en bestuur geven rondleidingen. Omdat we tien bezoekers per uur mogen ontvangen, gaan we werken met tijdslots. De opening op 16 september is voor genodigden. Daarna kunnen benen boeken. Dat kan door je vooraf te aanmelden via www.bunkermuseumwestland.nl. Daar vind je ook meer informatie.
Mis je nog dingen?
We zouden graag nog een originele festungsantenne willen hebben. Tegen een MP40 machinepistool zeg ik ook geen nee. Sowieso, als mensen objecten uit de Tweede Wereldoorlog hebben, met name als ze Duits zijn, dan zijn we zeker geïnteresseerd om ernaar te kijken!







Meer nieuws uit Westland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie