Op de pijp met... Bas Meijndert

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Bas Meijndert.
Tekst: Esdor van Elten / Foto’s: Ton van Zeijl
Als voorlichter in de tuinbouw was Bas Meijndert (81) altijd onderweg. En als hij thuis was, had hij ook zijn handen vol aan vrijwilligerswerk. Inmiddels doet hij het wat ‘rustiger’ aan, maar stilzitten is er nog steeds niet bij. “Die Westlanders met hun grote bek? Wat moet je daar? Bas woont met Anneke in ‘s-Gravenzande. Met elkaar hebben ze vier kinderen en 9 kleinkinderen.
Waar kom je vandaan?
Ik kom uit Bergschenhoek. Geen Westlander, maar een Oostlander dus. Ik ben er één van Maarten en Maartje Meijndert. Mijn vader werkte in de tuin, mijn moeder was thuis om te zorgen voor haar tien kinderen. Ik heb zes zussen boven me en zij hebben me grotendeels opgevoed. Ik had eigenlijk zeven moeders. Ik had twee broers boven me en éen onder. In de oorlog is mijn broertje (5 jaar oud) aan difterie overleden. Daar kwam later nog een nakomertje voor terug. We waren een streng kerkelijk gezin. Niet fietsen op zondag en twee keer naar de kerk èn ook nog naar de zondagsschool. En vanaf mijn twaalfde jaar naar de knapenvereniging!
Wilde jij ook de tuin in?
Dat lag voor de hand. Op acht-, negenjarige leeftijd ging ik al tomaten plukken met een boodschappenmandje. Werken hoorde erbij want ieder kwartje telde. Schillen ophalen voor de koeien van ome Piet, bonen plukken, aardappels rapen, ik heb het allemaal gedaan. Ik kon als éen van de weinigen in ons gezin naar de mulo, maar ik wilde naar de tuinbouwschool, want ik wist toen al dat ik voorlichter in de tuinbouw wilde worden.
Waar kwam dat vandaan?
Er kwamen in die tijd voorlichters op de tuin. Het waren een soort ‘tuindokters’ die advies gaven over hoe beter te telen. Mijn zwager zat in een studieclub, dus ik werd er vroeg mee geconfronteerd. Na de tuinbouwschool ging ik naar de tuinbouwvakschool in Naaldwijk. Leren en werken. Naar bedrijven toe onder leiding van Dirk de Mos, een bekende naam in die tijd. Na de Tuinbouwvakschool moest ik in dienst. Die tijd bracht ik deels door op Biak, Nieuw-Guinea (1962). Dat was in de tijd van de dekolonisatie, dus het was soms spannend. Zelf heb ik geen gevechtshandelingen meegemaakt. Na negen maanden trok Nederland zich terug uit Nieuw-Guinea en ging ik dus weer naar huis, om in het Marinehospitaal in Hilversum mijn diensttijd te voltooien.
Je bent dus veteraan…
Ja. Ik ga ook naar veteranendagen toe, al ben ik geen lid van een veteranenorganisatie. Ik vind het wel belangrijk dat die er zijn. In mijn tijd kreeg je een medaille opgespeld en dat was het dan. Gelukkig is er tegenwoordig veel meer aandacht voor veteranen.
Niet lang na terugkomst in Nederland werd ik gevraagd als assistent-voorlichter in Berkel en Rodenrijs. Dat ‘assistent’ kon er gelijk wel af; je ging meteen voor de leeuwen. Dat heb ik een heel aantal jaar gedaan tot ik in 1978 overstapte naar het Proefstation Westland en in ‘s-Gravenzande kwam wonen.
Waarom deed je dat?
Meerdere redenen. Onder andere omdat ik van het strand hou, het is lekker licht hier. Heel geschikt voor vroege teelt. Maar ook omdat er gewoon interessante dingen gebeurden en niet in de laatste plaats: ik werd ervoor gevraagd. Tuinders uit de B-driehoek vroegen wel; ‘die Westlanders met hun grote waffel? Wat moet je daar?’ Dat is er nooit helemaal uitgegaan vrees ik.. (lacht)!!!
Was er veel verschil in Oostland en Westland?
In Oostland werd in de jaren 60 veel nieuw gebouwd. Grotere percelen, andere teelten met meer verwarming in de kassen. In het Westland is de tuinbouw veel ouder. Dat betekende onder andere dat er onder andere langs de kust nog heel lang met koude teelt is doorgegaan en in de volle grond. In de jaren 70 schakelde Westland dus over op stookteelt met buisverwarming, daardoor verandering in teeltmethode. Er werd begonnen met het telen op substraat in de jaren 80, met name steenwol en veensubstraat.
![]()
Foto: Ton van Zeijl
Dat begon in Pijnacker, maar Westlandse tuinders experimenteerden er ook mee via proeven van de studieclub Westland Zuid. Ik had een vooruitstrevende studieclub die niet alleen interesse had in telen op substraat maar ook, toen al, op water. In de jaren ‘80 experimenteerden we met het Israëlische ‘Engedi’ systeem. Prachtig systeem en het gewas groeide als een tierelier. Maar de bottleneck zat ‘m in het energieverbruik. Dus dat is toen niet echt doorgebroken.
Een enerverende tijd…
Zeker. Er was een enorme samenwerking. Veel belangstelling voor ontwikkelingen op het gebied van belichting. Er kwamen steeds meer gegevens. Ik vond het echt heel interessant en boeiend. Vooruitstrevend. Dat ligt me wel. Ik ga zelf ook graag met nieuwe innovaties mee. Ik heb er bijvoorbeeld altijd op gestaan dat mijn kinderen met de computertijd mee gingen.
Maar het proefstation verdween...
Ik ben zelf op een gegeven moment overgestapt van overheidsvoorlichting naar particuliere voorlichting bij Laurense Tuinadviesgroep. Inmiddels was er veel bureaucratie het vak binnen geslopen. Zat je eindeloos subsidierapporten op te stellen. Belangrijk hoor, daar niet van, maar niks voor mij. Bij Laurense, later Lucel, heb ik tot mijn pensioen in 2004 gewerkt. Dat pensioen duurde niet heel lang want al na een paar weken werd ik vanuit het buitenland gevraagd om advies. Dat ben ik toen nog een paar jaar voor mezelf gaan doen, met name in Zuid-Korea en Canada.
Je hebt ook veel gereisd…
Ik ben in totaal in ruim 35 landen geweest. Heb talloze bezoeken en excursies gedaan. Tuinders meegenomen via studiereizen. Bijvoorbeeld naar Spanje, Canada, Mexico en de Verenigde Staten etc. Dat bracht een aantal van hen ertoe om in het buitenland te gaan produceren. Soms naar Azië en dan tussendoor nog een paar dagen naar Canada. Soms was het gekkenwerk.
Een druk leven…
Veel op pad en als ik thuis was, dan zat ik vaak nog eens vol in het vrijwilligerswerk. Altijd bezig. Dat is aan een kant mooi, maar het vroeg ook een hoge prijs.
![]()
Foto: Ton van Zeijl
Wat voor vrijwilligerswerk?
Dat begon al vroeg: penningmeester bij de knapenvereniging. En door de jaren heen van alles. Ik ben op 14 augustus jarig hè. Een leeuw dus. Dingen aanpakken en leiding nemen zit een beetje in mijn karakter. Ik was aanvoerder van het elftal van voetbalvereniging BVCB en in ‘65 werd ik tweede voorzitter en in ‘73 voorzitter. In die tijd kwam er nieuwbouw, dus ik zat in de bouwcommissie en daar is heel wat tijd in gaan zitten. Ik zat ook in de kerkenraad van mijn kerk in Berkel en Rodenrijs. Toen ik in ‘78 naar ‘s-Gravenzande kwam werd ik al snel gevraagd voor de Oranjevereniging en ik heb bij SV ‘s-Gravenzande zelfs nog even de jeugd getraind. Verder ben ik al sinds de oprichting lid van het CDA, en nog steeds. Ondanks de moeilijkheden van de laatste jaren. Ik loop niet snel weg.
Na 2004 had je vast meer tijd…
Ik heb het ongeveer een maand rustig aan gedaan en toen kwamen er al weer dingen op mijn pad. Ik ben betrokken geraakt bij FC ‘s-Gravenzande. Dat doe ik nog steeds. Ik hou me vooral bezig met het ‘buitengebeuren’ het onderhoud van de velden en dergelijke. We beschikken over acht grasvelden en drie kunstgrasvelden en dat vraagt veel aandacht en bijvoorbeeld ook overleg met de gemeente. In het kader van de green deal kunnen we steeds minder met kunstmest en zo. Alles moet organisch. Op zich goed hoor, maar onkruid blijft een probleem. En verder doe ik dus nog wat advieswerk.
Hoe zie jij de toekomst van de tuinbouw in Westland?
Hoe de tuinbouw in de toekomst vorm gaat krijgen, dat is wel een serieuze vraag. Daar speelt ook de gemeente een belangrijke rol in. Hoeveel tuinbouw wil met in het Westland behouden? Daar moeten echt beslissingen over genomen worden. Maar voedsel is hoe dan ook essentieel. Dus dat de tuinbouw blijft, dat lijkt me gegarandeerd!
Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar redactie.westland@rodi.nl.






Meer nieuws uit Westland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie