Op de pijp met... Arie van Velden

Nieuws
Afbeelding

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Arie van Velden.

Tekst: Esdor van Elten / Foto’s: Ton van Zeijl

Amarylliskwekerij Gebroeders van Velden is een bekende naam in ‘s-Gravenzande. Toch wordt het bedrijf als sinds jaar en dag gerund door twee neven: Kees en Arie van Velden (53). “De snelste manier om van school weg te komen was de tuin in.” Arie is getrouwd met Corine van Schie. Samen hebben ze twee dochters.

Van wie ben jij er één? 

Ik ben er één van Dirk van Velden, die er ook weer één was van Dirk van Velden. Als je de mannelijke stamboom doorgaat kom je uit rond 1600, en die zaten allemaal in deze streek. Wij zijn niet weg te krijgen uit het Westland. En ze zullen denk ik allemaal wel met hun handen in de aarde gewroet hebben.

Tuinders dus? 

In ieder geval mijn opa en mijn vader. Die laatste begon ergens in de jaren ’50. Met zijn broers, mijn ooms dus, ging hij in 1969 samen verder als firma. Hetzelfde bedrijf in ‘s-Gravenzande waar we nu nog steeds zitten. Ik groeide hier op, samen met mijn broer en mijn twee zussen.

Wilde jij ook altijd al tuinder worden? 

Als kind wist ik het niet goed. Natuurlijk dacht je aan brandweerman of kraanmachinist, alles wat herrie maakt en waar een motor op zit. Maar ik wist één ding wel; ik wilde zo snel mogelijk van school af want daar had ik een hekel aan. En de kortste weg van school was naar de tuin. Dus na de Marijkeschool heb ik de mavo nog wel afgemaakt, maar de middelbare tuinbouwschool niet meer. Ik ging werken. Ik heb nog wel een paar jaar volgens het leerlingwezen gewerkt, waarbij je nog een dag in de week praktijkonderwijs kreeg.


Heb je daar nooit nadeel van ondervonden? 

Misschien dat ik dat niet goed kan weten, maar ik heb geen enkele beperking ervaren. Voor de jonge generatie is dat nauwelijks voorstelbaar. Die gaan liefst door naar de Hogere Tuinbouwschool. Maar ik vind dat we zaken vaak toch te theoretisch benaderen. Ik verzet me tegen de gedachte dat je maar zo veel mogelijk moet studeren. Dan eindig je ergens in een kantoor of als beleidsmedewerker. Daar hebben we er al genoeg van. Loodgieters, timmermannen, mensen die iets kunnen maken. Die vind ik geweldig. En we hebben ze hard nodig. Gelukkig komt er voor die groep eindelijk weer wat meer waardering.

Je ging dus bij je vader werken… 

Bij hem en zijn twee broers. De Gebroeders van Velden. Zo heten we nog steeds, al zijn het nu eigenlijk de neven van Velden. Een stukje nostalgie, maar ook een kwestie van naamsbekendheid. Ik heb het bedrijf samen met mijn neef Kees, die een zoon is van, jawel, mijn oom Kees. Mijn vader overleed in 1999. Mijn andere oom stopte in 2001 en mijn laatste oom verliet in 2013 het bedrijf. Werken met familie vergelijk ik wel eens met een huwelijk. Het heeft voordelen omdat je elkaar kent, vertrouwt en aanvult. Maar je moet zowel de goede als minder goede kanten van elkaar nemen.

Kweekten jullie altijd al amaryllis? 

Mijn vader teelde de duvel en z’n ouwe moer. Sla, kool, tomaten.. Hij was een echte groenteteler, met daarnaast, zoals velen in die tijd, ook druiven Maar toen ik erbij kwam in 1986, hadden we al amaryllis en nog een restje tomaten op substraat. Inmiddels hebben we alleen nog amaryllis; bollen en op pot, en Zantedeschia op pot. Het zijn allebei seizoensteelten: Zantedeschia, ook wel bekend als Aronskelk of Calla, is een voorjaarsteelt. met de verkoop in mei en juni, De amaryllis is een najaarsteelt met de absolute piek in december. Het is echt een kerstproduct. Een week voor kerst is het ook in één keer voorbij. Veel van onze planten gaan naar Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Frankrijk. Daar willen ze het allemaal ruim voor kerst hebben. Naast de planten doen we ook de zogenaamde ‘droogverkoop’, de handel in bollen. We vermeerderen onze bollen zelf en op kleine schaal veredelen we ook een beetje. Dat is vooral iets van Kees. Het is spielerij, maar er komt soms zeker wat bruikbaars uit. Zo staat onze eigen soort ‘Olaf’ ook weer bij andere kwekers.

Lijkt de teelt van amaryllis en Zantedeschia op elkaar? 

Er zijn overeenkomsten, maar vooral ook veel verschil. Amaryllis is een bolgewas, Zantedeschia is een knolgewas.

Wat is het verschil? 

Een bol heeft rokken, net als een ui. En de planten ontwikkelen zich anders.


Lastige teelt? 

Ze zeggen; als je geiten houdt leer je vloeken. Dat geldt ook voor Zantedeschia. Ja, het is lastige teelt. Met behoorlijk wat kans op uitval. Je moet er echt je best voor doen. Maar anderzijds: als het makkelijk was zouden meer mensen het doen. En het voelt voor ons vertrouwd. Ik vind het zelf ook mooie planten met hun kelken en hun felle kleuren.

Bollen hebben een slechte naam als het gaat om duurzaamheid… 

Wij kunnen ons product met relatief weinig middelen kweken. Er staan ons ook steeds minder middelen ter beschikking. Dus we zijn steeds meer aangewezen op biologische bestrijding: roofmijten tegen trips, en op andere ontwikkelingen zoals biostimulanten die de plant weerbaarder maken tegen plagen. Daar hoort ook ondernemerschap bij; vakmanschap. Het begint allemaal met hygiëne en een goede behandeling van je gewas. Maar ja, er is kritiek. Dat is de werkelijkheid en daar moet je niet over zeuren.

Maar is het waar? 

Ik denk dat er al heel veel is gebeurd om de teelt duurzaam te maken. Maar of het waar is, is niet de belangrijkste vraag. De vraag is, wat is het sentiment? Want daar wordt je als sector uiteindelijk op afgerekend. En sentiment heeft een lange looptijd. Denk aan de ‘Wasserbomben’ uit de jaren ‘90. Toen was dat zo. Dat is allang niet meer, maar toch horen we het soms nog. Daar moeten we van leren.

Westland heeft toch niet de geweldigste waterkwaliteit… 

Nee. Maar al heel wat beter dan vroeger. En vergeet ook niet dat het Westland ook in andere opzichten veranderd is. Er wonen veel meer mensen, met alle gevolgen van dien. De natuur staat niet alleen onder druk door de tuinbouw. Wij werken inmiddels met een bijna gesloten systeem, waarbij we het water zuiveren. Dat is een project waar tientallen tuinders aan meewerken en wat, met ups en downs, nu voor 95% draait. De wet zegt overigens dat alle tuinders uiteindelijk een gesloten waterkringloop moeten hebben.

En gas? 

Als het om energie, en met name om gas gaat, is de glastuinbouw een beetje op drift. Er zijn er die tijdens de gascrisis deze winter hun gasrechten verkocht hebben. Dat bracht meer op dan de teelt. Anderen zaten met een variabele gasprijs, en dat heeft ze heel wat hoofdpijn bezorgd. En dan waren er tuinders zoals wij, die het geluk hadden dat we een vast contract hadden. Alles bij elkaar is het dus heel ondoorzichtig geworden. Er is niet echt een gelijk speelveld meer.

Is aardwarmte de oplossing? 

Die projecten zijn er, al is aardwarmte in sommige gevallen nog steeds duurder dan gas. Maar wat ons betreft, we wachten erop. Want dat is uiteindelijk toch de toekomst. De tijd van goedkoop gas is gewoon voorbij. De overheid wil dat we zuiniger aan doen en dus is de kostprijs een middel om ons zover te krijgen.

Duurzaamheid lijkt me een loffelijk streven… 

En daar gaan wij in mee. Op allerlei manieren. In onze bedrijfsvoering, maar voor de aanleg van de Poelzone hebben we bijvoorbeeld ook een deel van ons land verkocht. Dat is een prachtig stukje Westland geworden. Leuk voor veel mensen die er komen wandelen en kijken. Jammer alleen dat er nogal hard gevaren wordt door de jeugd met speedboten. Vooral in de coronajaren was dat erg. Gelukkig lijkt het nu wat minder te worden. Maar soms denk ik ‘het is wachten op een ongeluk’.

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: