Op de pijp met... Richard van Wingerden

Nieuws
Afbeelding
(Foto: Ton van Zeijl)

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Richard van Wingerden

Tekst: Esdor van Elten / Foto’s: Ton van Zeijl

“Steeds meer mensen vinden het leuk om hun eigen eten te kweken.” Aan het woord is Richard van Wingerden (51), samen met zijn broer Charles eigenaar van ‘Ons Kastuintje’ in Kwintsheul, waar ‘stadmensen’ een moestuin kunnen hebben onder het altijd helder gewassen dek van een voormalige paprikakas. Richard is getrouwd met Jennifer en heeft een dochter: Elise. Ze wonen in Honselersdijk.

Waar kom je vandaan?

Ik kom uit een tuindersgezin in Schipluiden, samen met Charles. Van jongs af aan was het: direct uit school de tuin in. Leren was aan mij niet zo besteed ook. Na de lagere school en de lagere tuinbouwschool ging ik het leerlingwezen in. In 1978 verhuisden we naar Kwintsheul waar mijn vader met een paar broers samen ging tuinen; gele paprika’s op substraat. Daar koos ik voor omdat ik kleurenblind ben. Rood tussen groen, sla en tomaten dat ging al niet en rode paprika’s kon ik ook niet zo best zien. In 2001 namen mijn broer en ik de tuinen van mijn vader en ooms in Kwintsheul over, maar die 18000 meter glas was niet genoeg om ons allebei bezig te houden. Daarom ben ik een ander bedrijf begonnen: dekbewassing.

Dat gaat niet over een scheepsdek neem ik aan…

Nee, natuurlijk niet. Het gaat over kasdekken. Vroeger deden tuinders dat met de hand. Tegenwoordig zijn die kascomplexen natuurlijk veel te groot. Hele grote bedrijven hebben soms wel eens een eigen machine, maar in de praktijk blijkt dat dus lastig. Ze staan veel stil en dan heb je kans dat ze haperen of storingen geven als je ze nodig hebt. En dekbewassing is wel nodig, want elk spoortje vuil op een kasdek houdt licht tegen en verstoort dus de plantengroei. Nee, tuinders merken er zeker wat van. Vooral bij tomaten.


Foto: Ton van Zeijl

Jij werkt machinaal dus…

Ik begon met één machine en inmiddels heb ik er zeven. Dat is nodig om grote complexen in een beetje redelijke tijd te kunnen doen, en omdat de breedtes van de kasdekken verschilt. Moderne kassen zijn van goot tot goot zo’n 4 meter. Maar bij chrysantenteler s kom je nogal eens 4,80 meter tegen, terwijl sommige potplantentelers weer 4,27 hebben. Dus daar heb je verschillende machines voor nodig.

Gebruik je schoonmaakmiddel?

Soms, als het echt nodig is. Maar niet teveel, 80 tot 90 procent van wat ik gebruik is gewoon water.

Goede business?

Op den duur kreeg ik het zo druk dat Charles me kwam helpen en we onze paprikateelt erop hebben aangepast. In plaats van planten in november deden wij dat in januari. Tegen de tijd dat we dan konden gaan oogsten was de grootste drukte van het wassen voorbij.

Maar dan levert het ook minder op…

Op zich valt dat mee want de hoofdmoot zat in het goede seizoen, maar het heeft invloed. En eigenlijk hadden we het met paprika’s ook wel gezien. Maar je moet wel wat met je tuin. In Almere had ik al eens iemand ontmoet die moestuintjes in zijn kas verhuurde en daar zagen wij ook wel wat in. Al eerder hadden we met die gedachte gespeeld, maar er stonden praktische zaken in de weg: Geen parkeerruimte en zo. Maar nu konden we daar wat aan doen en zo zijn we vorig jaar we met ‘Ons Kastuintje’ begonnen. En het concept slaat aan. Steeds meer mensen vinden het leuk om hun eigen eten te kweken.

Wat houdt het concept in?

Mensen kunnen bij ons een stukje grond huren voor een (moes)tuin. Dat begint bij 14 vierkante meter en kan groter, maar ook weer niet te groot. De grootste die we nu verhuren is 84 vierkante meter. Het moet echt een hobbymatige moestuin blijven. Elke tuin beschikt over een eigen kraan en een (lage) omheining, die wij zelf voor mensen neerzetten. Dat laatste bleek praktisch noodzakelijk; je wil voorkomen dat iemand bij het schoffelen van zijn eigen tuin in jouw net ingezaaide bedje gaat staan. Duidelijkheid is wel zo handig. We stellen groot gereedschap, zoals rieken en kruiwagens, beschikbaar maar mensen mogen dat ook zelf meenemen.


Foto: Ton van Zeijl

Verder krijgen mensen van ons compost om de grond te verrijken. Er is natuurlijk jarenlang op substraat geteeld hier, dus de grond moet weer ‘tot leven’ komen. Na het eerste jaar merken we al duidelijk verschil.

Mogen mensen alles telen?

Geen wiet of andere drugsgerelateerd gewas, en ook geen aardappelen. Dat laatste om te voorkomen dat er ziektes in de grond komen als phytophthora, een ziekte die ook tomaten kan aantasten. Om problemen te voorkomen moeten mensen hun tuin ook onkruidvrij en netjes houden. Wij zetten biologische bestrijders uit, want chemie is bij ons niet toegestaan. Denk aan mijten en dergelijke. Maar verder zijn mensen vrij in hun gewaskeuze, en die is dan ook heel gevarieerd. De bekende bonen, sla en tomaten, maar ook pepers, of tropische gewassen. We hebben tuinierders met buitenlandse roots die hier onder glas gewassen kunnen telen uit hun geboorteland. Naast groente en fruit worden er ook bloemen en planten geteeld. Omdat het leuk is, maar wij raden het ook aan, want dat komt het insectenleven weer ten goede en dat is dus goed voor de biodiversiteit. Op 2 maart is er een Open dag voor geïnteresseerden om te kijken wat wij hier allemaal doen.

Wat voor mensen komen hier tuinieren?

Mensen die dat thuis niet kunnen of willen. Stadsmensen en dorpsmensen vooral. Zowel uit het Westland als daarbuiten. Voor veel van hen is het de eerste keer dat ze een tuintje hebben. Om hun eigen groenten te verbouwen, de kinderen te laten zien hoe iets groeit en dat eten dus niet uit een blikje komt.

Het is dus ook educatief..

Op meerdere manieren. Ouders leren hun kinderen over groen, maar wij leren hen weer over telen. Er is veel onwetendheid. Wie weet dat je een slaplantje minimaal 2/3 boven de grond moet poten? Daarom geven wij tips en uitleg. Tussendoor in gewone gesprekken maar ook met workshops voor onze tuinierders. Want ons doel is dat het lukt met je tuintje. Als de helft van wat je plant steeds doodgaat is de lol er snel af. We zijn nu begonnen om steeds meer plantjes zelf op te kweken om aan onze tuinierders te verkopen. Zo weten we zeker dat ze goeie planten krijgen. En we leren mensen over toppen, draaien, poten, water geven, biologie… en daar vragen we niks extra’s voor. We hebben ook een voorbeeldtuintje waarin we dingen kunnen laten zien en voordoen. Als ze dan een oogst hebben zijn ze super trots en vaak ook heel verbaasd hoe vers en goed het smaakt. Beter dan in de winkel. Op 2 maart hebben we een Open Dag.

Een gevaarlijke uitspraak in Westland…

Wat Westlanders telen is goed. Maar bij grote teelt gelden nu eenmaal andere regels dan bij thuisteelt. Hier kun je de plant tijd geven te groeien. Rijp te worden. Wat voor de markt is moet noodgedwongen eerder geoogst. Dat is zeker niet slecht, maar er is verschil.

Je hebt er alles bij elkaar een hoop werk aan…

De eerste maanden waren we zeven dagen per week ermee bezig. Inmiddels kiezen we er bewust voor om zondag niet meer te werken. Maar we zijn hier wel heel vaak. Gelukkig krijgen we ook hulp van vrijwilligers. Mensen die het leuk vinden om anderen te helpen, zoals Luuk. Hij helpt met van alles: compost rijden, vegen…Later wil ie tuinder worden en bieten verbouwen, maar nu doet hij het gewoon voor zijn plezier. Want dit is ook een heel sociaal gebeuren. En dat is voor veel van onze tuinierders net zo belangrijk. Daarom hebben we ook regels over muziek en geluidsoverlast. Je kunt op je tuin geen feestje bouwen. Mensen komen hier voor hun rust. Maar dus ook voor de gezelligheid en om dingen te leren. Mijn vrouw Jennifer is daar nog beter in dan wij: ze staan gewoon in de rij om met haar te praten!

Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar redactie.westland@rodi.nl.

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: