Interview

‘Oude rot’ Jan Meurs brengt nieuw leven in de analoge fotografiewereld met het Alkmaars Fotocafé

Nieuws
Jan Meurs is fotograaf.
Jan Meurs is fotograaf. (Foto: Jan Kramer)

ALKMAAR - Jan Meurs is analoge fotograaf, docent en de drijvende kracht achter Het Fotocafé Alkmaar. Al meer dan veertig jaar leert hij mensen niet alleen fotograferen, maar verhalen vertellen met beelden.

In cultuurcentrum Artiance in Alkmaar lopen jongeren af en aan met gitaren en violen. Aan een tafeltje zit Jan Meurs rustig te praten over zijn leven en passie. Hij kijkt ontspannen om zich heen. Voor hem is het een vertrouwde omgeving. Kunst, creativiteit en mensen samenbrengen vormen al tientallen jaren de rode draad in zijn leven.

Toch draait het voor Meurs nooit in de eerste plaats om kunst of techniek. Het draait om verhalen: "Een foto is pas een foto als het een verhaal is."

Die overtuiging komt steeds terug als hij vertelt over zijn werk als fotograaf, docent én initiatiefnemer van Het Fotocafé. Waar fotografie voor veel mensen draait om mooie beelden, ziet Meurs het als een middel om mensen te begrijpen. Achter iedere foto moet iets schuilgaan: een herinnering, een emotie, een vraag of een boodschap.

Van Opperdoes naar de camera

Jan Meurs werd geboren in Opperdoes, een dorp vlakbij Medemblik aan de Westfriese Omringdijk. Die dijk speelt nog altijd een belangrijke rol in zijn leven. Niet alleen omdat hij er opgroeide, maar ook omdat het landschap onderdeel werd van een fotografieproject waar hij jarenlang van droomde. Zijn belangstelling voor fotografie als kunst ontstond al op jonge leeftijd. Op zijn zestiende ging hij mee naar een vriend die thuis een doka (donkere kamer) had. Daar zag hij hoe analoge foto’s werden ontwikkeld. Het proces maakte veel indruk op hem. Niet lang daarna kocht hij zijn eerste camera: een Russische Zenit-E. Hij koos niet voor een artistieke opleiding. Meurs ging weg- en waterbouw studeren. De technische wereld trok hem meer aan. Die combinatie van techniek en creativiteit bleek later juist waardevol voor zijn ontwikkeling.

Rond zijn vierentwintigste kreeg hij gezondheidsproblemen. Hij haalde zijn camera uit het stof, zoals hij het zelf zegt, en begon intensiever te fotograferen. Het groeide uit tot zijn grootste passie. Zodra Meurs over fotografie begint, verschijnt er een twinkeling in zijn ogen.

De technische opleiding blijft bij fotografie een voordeel. Hij werkte onder meer voor woningcorporaties en verschillende opdrachtgevers, terwijl hij ook zijn creatieve kant verder ontwikkelde.

Fotograaf, docent, mentor en nog veel meer

Wie met Meurs praat, merkt snel dat hij meer is dan fotograaf. Hij gaf fotografielessen, begeleidde jongeren, werkte in de jeugdhulpverlening en was reisbegeleider. En hij zet zich nog steeds in voor mensen die ondersteuning nodig hebben.

Bij Artiance kwam hij terecht als vervanger van een fotografiedocent. Wat begon als tijdelijk werk, groeide uit tot jarenlang lesgeven. Tijdens die lessen viel hem iets op: deelnemers volgden een cursus, leerden de techniek en gingen daarna weer naar huis. Voor velen hield de ontwikkeling daar op.

"Dan was de cursus voorbij. Maar wat moesten ze daarna doen?"

Het antwoord kwam bijna twintig jaar geleden: Het Fotocafé. Sommige cursisten schreven zich opnieuw in voor de cursus, simpelweg omdat ze geen plek hadden om verder te groeien.

In 2008 richtte Meurs samen met twee anderen Het Fotocafé op. Het idee was eenvoudig maar krachtig: geen klaslokaal, maar een ontmoetingsplek voor fotografen. Wat begon met acht deelnemers, groeide uit tot een stichting met ongeveer 35 actieve fotografen, waaronder onze eigen fotograaf Marcel Witte.

Maandelijks komen verschillende groepen bijeen in De Stadsfabriek in Alkmaar. Daar bespreken ze elkaars werk, krijgen ze opdrachten en gastlessen, en ontwikkelen ze gezamenlijke projecten. Volgens Meurs gaat het daarbij niet om de beste foto, maar om inspiratie.

Fotografie is vaak een individuele bezigheid. Fotografen gaan alleen op pad en werken zelfstandig. Binnen Het Fotocafé wordt die eenzaamheid doorbroken: mensen leren van elkaar, bespreken ideeën en worden uitgedaagd verder te kijken dan techniek. Dat gebeurt bijvoorbeeld via thematische opdrachten.

Het huidige project heet ‘Te dierbaar om afscheid van te nemen’. Deelnemers fotograferen een voorwerp waaraan een bijzondere herinnering verbonden is. Ook fotograferen ze een persoon en stellen ze die vragen. Tekst en foto komen in een houten lijst in De Stadsfabriek te hangen. De maker kiest zelf wat voorop staat. De kijker kan de lijst omdraaien.

Het project maakt niet alleen beeld. Er zit een persoonlijk verhaal aan vast. Meurs weet al wat hij zou fotograferen: het gouden zakhorloge van zijn opa. Niet vanwege de materiële waarde, maar vanwege de herinnering. Andere deelnemers kozen een oude accordeon of een knuffel die iemand al sinds haar geboorte heeft. Precies waar Het Fotocafé voor staat: fotografie gebruiken om verhalen zichtbaar te maken.

De grootste vijand

Een thema dat steeds terugkomt is snelheid. Volgens Meurs is fotografie vluchtiger geworden dan ooit. Vrijwel iedereen heeft een camera op zak. De telefoon. Met één druk op de knop zijn er honderden, soms duizenden foto’s. Maar meer foto’s betekenen niet automatisch betere foto’s. "De grootste vijand van fotografie is haast."

Daarom stimuleert hij deelnemers om langzamer te werken. Bij de opdracht ‘Te dierbaar om afscheid van te nemen’ moeten fotografen een statief gebruiken. Niet omdat het technisch noodzakelijk is, maar omdat het hen dwingt stil te staan, te kijken en bewust te kiezen.

Bert Peerboom, fotograaf en lid van Het Fotocafé, bevestigt de visie van Jan Meurs. Hij noemt zichzelf en Meurs lachend "oude rotten in het vak", maar benadrukt dat het café juist ook jongere mensen trekt.

Jan Meurs en Bert Peerboom. (Foto: Jet Kramer)

Peerboom vertelt dat hij enkele jaren geleden vastliep in zijn fotografie. Hij maakte prima foto’s, maar voelde dat er iets ontbrak. Binnen Het Fotocafé veranderde dat. Eén vraag van Meurs, telkens herhaald, zorgde ervoor dat Peerboom anders naar fotografie ging kijken: "Wat wil JIJ vertellen?" Niet langer stond techniek centraal, maar inhoud. Hij noemt Meurs gedreven, creatief en sociaal. Iemand die mensen uitdaagt nieuwe dingen te ontdekken. "Het Fotocafé is eigenlijk een verlengstuk van Jan."

Volgens Peerboom heeft Meurs een bijzondere gave om mensen enthousiast te maken en tegelijkertijd ruimte te geven om hun eigen weg te vinden.

Meer zien dan het onderwerp

Voor Meurs wordt een foto pas interessant als er meer zichtbaar is dan alleen het onderwerp. Hij spreekt over een tweede en derde laag. Een portret moet meer zijn dan een gezicht. Het moet iets vertellen over karakter, geschiedenis of situatie.

Hij vertelt een anekdote over fotograaf Frits de Beer. Die kreeg enkele minuten om iemand te portretteren. De persoon kwam zelfverzekerd en bijna arrogant over. Door hem te vragen zijn schoenen uit te doen, veranderde de sfeer volledig. Ineens ontstond een ander beeld: niet langer een belangrijke man, maar een jongen.

De comeback van de donkere kamer

Na het gesprek lopen Meurs en de fotograaf naar een nabijgelegen gebouw met ateliers, lesruimtes en een doka, een donkere kamer. Studenten zijn er aan het werk. Samen met Bert Peerboom gaat Meurs de doka binnen.

Tussen de ontwikkelbakken, negatieven en afdrukken vertelt Meurs over de hernieuwde belangstelling voor analoge fotografie. Jaren geleden dreigde de donkere kamer te verdwijnen. Hij verzette zich daartegen. Inmiddels blijkt dat terecht. Steeds meer jongeren ontdekken het plezier van analoog werken.

Meurs bouwde zelf een houten camera waarmee hij laat zien hoe vroeger foto’s werden gemaakt. Die neemt hij mee naar de exposities van het Westfriese Omringdijk-project, in dorpjes langs de dijk. Analoge fotografie past volgens Meurs bij een bredere maatschappelijke trend: mensen zoeken opnieuw naar rust, aandacht en verbinding met vroeger.

Analoge fotografie dwingt fotografen bewuster te werken: iedere foto kost tijd en het resultaat is niet direct zichtbaar. Dat vertraagt het proces. En dat is precies wat Meurs bedoelt.

Dan volgt de kernvraag: wat maakt Jan Meurs, Jan Meurs? Meurs reageert bescheiden. Hij noemt zichzelf flexibel in ideeën. Maar één uitspraak vat het samen: "Delen maakt groter." Dat omvat zijn hele levenshouding. In zijn werk als fotograaf, docent, mentor en initiatiefnemer staat kennisoverdracht centraal. Niet het eigen succes, maar het helpen van anderen om hun stem en stijl te vinden.

Aan het einde van de middag wordt duidelijk waarom zoveel mensen hem waarderen. Niet alleen vanwege zijn fotografische kennis, maar vooral vanwege zijn vermogen om mensen anders te laten kijken.

Terwijl Meurs in de donkere kamer uitlegt hoe een beeld langzaam verschijnt op een vel fotopapier, lijkt dezelfde gedachte door zijn hele fotografenleven te lopen. Het draait bij hem in fotografie niet om de camera, om de techniek of om de perfecte compositie. Het draait om aandacht voor een persoon, een herinnering of een verhaal dat anders misschien niet verteld zou zijn.

De volgende groep jongeren van Artiance wil de donkere kamer in. Meurs praat met hen, vol passie, over kunst en fotograferen. Na vijftig jaar probeert hij nog steeds hetzelfde: mensen leren kijken. Niet naar wat er op de foto staat, maar naar wat erachter schuilgaat.

Bert Peerboom ontwikkelt foto’s. (Foto: Jet Kramer)

Meer nieuws uit Alkmaar?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: