‘Na 29 dagen coma hoorde ik dat mijn vrouw was overleden’

DEN HELDER – De Dag van de Vriendschap wordt 30 juli gevierd. In het leven zijn er vriendschappen die ons helpen de uitdagingen van het leven te doorstaan. Het verhaal van Alex Meijer (59) en John Jongepier (54) is er zo één. Een vriendschap die al meer dan 35 jaar standhoudt en sterker wordt in de meest moeilijke tijden.
Door: Oesha van Dijk
Een gedeelde geschiedenis
Alex en John elkaar ontmoetten elkaar toen ze achttien jaar oud waren. Het waren de jaren ‘90, we hadden net ons rijbewijs, het was een tijd van avontuur en lol maken.” Alex: “Vroeger tijdens de Vlootdagen was het altijd knokken. Op een gegeven moment had ik ruzie met een paar Engelsen, ik rende de bar in om John te halen. ‘John, ruzie, kom even helpen!’ John stond gelijk op om te helpen maar zijn vriendin Cynthia hield hem tegen, ‘nee je gaat niet vechten’. ‘John drong aan want zijn vriend had hem nodig. ‘Oké dan, maar doe dan wel je jas uit want die is nieuw.’ “Vroeger hadden we altijd van dat soort gekke taferelen. We waren onafscheidelijk, we werkten samen, gingen carpoolend te werk, we sportten samen en we gingen samen uit. We deden àlles samen,” aldus de mannen.
Uit het oog verloren
Op een zeker moment gingen beiden hun eigen weg. Alex: “Het ging uit met mijn ‘meissie’ en ik wilde er even tussenuit. Ik ging op vakantie naar New York en daar ontmoette ik een ander ‘meissie’. Voor de liefde bleef ik in New York en verloren John en ik elkaar uit het oog. Na een jaar moest ik weer terug naar Nederland omdat mijn visum afliep. Daarbij eindigde ook de relatie met de New Yorkse. Eenmaal teruggekomen in Den Helder ontmoette ik mijn ex-vriendin Berna Wiechmann weer, we hebben de relatie toen opgepakt en zijn niet meer uit elkaar gegaan.”
Inmiddels verstreken er acht jaren waarin John en Alex elkaar niet spraken. Maar het lot bracht de twee mannen weer samen.
John: “Ik zit in de vechtsport en kickbokser Jorina Baars is een goede vriendin van ons beiden. Toen haar vader kwam te overlijden kwamen we elkaar na acht jaar weer tegen op de uitvaart. Dat is nu achttien jaar geleden. Onze vriendschap oppakken ging na al die jaren vanzelf. We deden een borrel samen en toen kwamen de leukste herinneringen weer naar boven.” Met de heropleving van hun vriendschap leek het alsof de tijd had stilgestaan. Ze deelden weer dezelfde humor, interesse in muziek en een passie voor motorrijden.
John: “Alex, Berna, mijn vriendin Cynthia en ik hadden een heel leuke vriendschap met z’n vieren. We gingen vaak samen kaarten, samen eten en uit. Ons zoontje Jayden ging daar ook vaak slapen. Alex en Berna waren een soort opa en oma voor hem.”
De schrik zat er goed in toen Berna in 2019 werd opgenomen in het ziekenhuis. Ze had last van haar longen en moest geopereerd worden. Door het roken werkten haar longen niet meer goed. Er werden ventieltjes geplaatst zodat haar longen beter konden leeglopen. Alex: “Na de operatie ging het nog steeds niet goed met haar, ze bleef er een beetje in hangen en ze had het ook steeds over de dood. Ze liet zich niet kennen en deed altijd stoer als we naar John en Cynthia gingen.”
Coma
De gezellige avondjes stopten toen de pandemie uitbrak. Alex: “Ik werk in de verslavingszorg maar gelukkig kon ik in mijn functie gewoon thuiswerken. Ook vanwege de conditie van mijn vrouw nam ik geen risico. Ze had al een longprobleem en corona zou funest kunnen zijn.” Wie echter het eerst corona opliep was Alex waardoor hij aan de beademing raakte in het ziekenhuis in Alkmaar. Na drie dagen werd hij in coma gebracht en met de ambulance naar het VU in Amsterdam vervoerd. “Wat ik niet wist, is dat op dat moment ook mijn vrouw met de ambulance naar het ziekenhuis in Alkmaar werd gebracht. Op het moment dat ik vanuit Alkmaar naar Amsterdam ging, kwam zij Alkmaar binnen. Berna is dezelfde dag nog overleden. Ze had corona en is uiteindelijk overleden aan een hartstilstand.”
‘29 dagen lopen slapen’
John: “Alex lag in coma en wist van niks. Ik heb samen met Cynthia de crematie geregeld. Het was natuurlijk coronatijd en je mag niet zoveel mensen uitnodigen, het was echt gokken wie we moesten vragen. Hetzelfde met de muziek, wij wisten niet wat Berna zou willen, dus dat was heel erg lastig. Ook op de crematie, je zit daar, maar haar man en mijn beste vriend was er niet bij. Dat was allemaal heel erg dubbel.” Alex: “Na 29 dagen hebben ze mij uit coma gehaald. Het eerste moment dat ik me herinner is dat er mensen om mij heen stonden en mijn zwager, een echte Hagenees, zei: “Heb je lekker 29 dagen lopen slapen?” Dat moment herinner ik mij nog heel goed. Mijn zus vertelde gelijk dat Berna was overleden. Mijn ogen waren nog niet eens helemaal open en dan hoor je dat. Het heeft lang geduurd voordat ik echt begreep wat er aan de hand was. Het licht brandde maar er was niemand thuis.”
Tekst gaat door onder de foto.
![]()
Ze delen een passie voor muziek - Vincent de Vries
Stukje vel met een schilderijtje
Alex: “Ik heb moeilijke tijden gehad in het ziekenhuis. Ik was aan het revalideren en aan het rouwen tegelijk. Het was raar want ik heb niks meegekregen van haar overlijden, dus je kunt het ook niet begrijpen. Je bent niet alleen je vrouw kwijt maar ook je lichaam. Als je in coma ligt verlies je al je spierkracht. In 29 dagen ben ik 24 kilo afgevallen. Het is een goed dieet, maar ik raad deze aan niemand aan. Ik had nergens kracht voor, ik kon mij niet eens omdraaien in bed. Ik zit onder de tattoos, toen ik mezelf ging wassen bestond ik alleen uit een klein velletje met een soort schilderijtje erop. Het was echt niks meer.”
Rouwen in het ziekenhuis
Alex vervolgt: “Na mijn coma heb ik nog een tijdje in het ziekenhuis gelegen. Ik had elke dag toegang tot psychologische hulp en therapie. Dit heeft mij geholpen om de dood van mijn vrouw te verwerken. Maar het was niet makkelijk, in de coronatijd zonder bezoek. De verplegers kon ik niet herkennen omdat ze in blauwe pakken liepen en maskers droegen. Door hun oorbellen wist ik altijd wie het was. Nel droeg altijd twee gouden oorbellen, terwijl Miranda een hoop kleine oorbelletjes had. Ik weet nog dat ik een keer ‘s nachts huilde en zuster Camil me aaide over mijn hoofd. Ze zei dat het allemaal wel goed zou komen. Een meisje van 22 was mij aan het troosten. Ik wilde wel weten wie mij op dat moment had getroost. Ik wilde haar gezicht graag zien.”
‘Ik wilde weten wie mij had getroost, maar door haar spatmasker zag ik niks’
En dan geëmotioneerd: “Camil zei dat ze haar masker niet af mocht doen vanwege de coronaprotocollen. Een week later zou ik met de ambulance naar het revalidatiecentrum in Den Helder gebracht worden. In de hal wachtte Camil mij op, ik herkende haar in haar blauwe pak. Op dat moment deed ze haar masker af en dat was heel intens. Ze zei tegen het ambulancepersoneel: ‘Frans, wel lief zijn voor meneer Meijer, het is een hele lieve meneer. Frans, de ambulancerijder reageerde met: “ik ben heel lief, ik doe alles wat hij vraagt’. In de ambulance zei ik: ”Dan kunnen we wel even langs de McDonalds. ‘Nee, dat kan niet, onze bus past niet door het poortje daar’. “Oh,” zei ik. “Dan kunnen we wel even langs de visboer.” Frans dacht even na en zei: “Nee dat kunnen we niet maken, toch?” “Wat ben jij voor een klootzak, zei ik.” “Je belooft wat en nu wil je doorrijden?” Frans ging overleggen met de bijrijder; “Kunnen we het maken? Ja, je hebt het beloofd.”
Ik belde Visboer Dennis de Boer in Den Helder en ik vroeg of hij een broodje paling, haring en tonijn wilde klaarleggen. Dennis zei: “Ja dag, jij ligt toch in het ziekenhuis? Ik maak het klaar maar als je niet komt, dan maak ik nooit meer iets voor je”. “Even later stopte de ambulance voor zijn tentje en stond Dennis mij een broodje tonijn te voeren. Eenmaal aangekomen in revalidatiecentrum De Koog zeiden ze dat we veel te laat waren. “File, dat kan gebeuren,” zei ik. De ambulancebroeders keken elkaar aan maar zeiden niks. Een mooi verhaal toch?,” glimlacht Alex.
In het revalidatiecentrum
Alex: “In het revalidatiecentrum belden John en ik elke dag met elkaar. Elke avond Facetimen, whatsappen en spelletjes spelen. Op een dag kwam hij langs, en moest ik nodig naar het toilet. Ik drukte op het belletje maar er kwam niemand. Weer indrukken, maar er kwam nog steeds niemand. Je moet nagaan dat ik op dit moment geeneens kracht had om mijzelf om te draaien, ik had dus hulp nodig. Ik zei tegen John: Ik schijt wel in die luier. John zei: ‘nee man, ik breng je wel naar het toilet.’ Waarop ik zei:’ Nee je weet toch niet hoe die tillift werkt.’ John: “Ik heb geen tillift nodig, ik til je wel.” Alex: “Hij droeg mij toen als een baby in zijn armen naar het toilet. Ik was spiernaakt en had een luier om. Op het toilet deed hij mijn luier af en liet ik alles lopen. Best een gênante vertoning maar ik voelde mij vertrouwd bij hem. Op dat moment liep John naar de receptiepost toe om een verpleger te halen. Er kwam niemand. John stelde voor om mij te verschonen. Ik zei: Nee joh, dat doe toch niet? Dat is vies man. Hierop zei John: “Lex, ik eet zelfs je stront op als het moet. Als je maar beter wordt.”
Zonder nadenken
Opnieuw vol emotie vertelt Alex: “Dit moment is mij altijd bijgebleven. John: “Mijn moeder heeft op jonge leeftijd een motorongeluk gehad. Ze zat in een rolstroel en ze kon alleen haar hoofd en armen bewegen. Ik heb haar ook verzorgd dus ik ben niet zo snel vies van mensen.” Alex: “John had weer een nieuwe luier omgedaan en mij in bed gelegd.” John: “Sommige dingen doe je gewoon. Als iemand in het water valt en verdrinkt, dan spring ik er ook achteraan om te helpen. Dat doe je zonder na te denken.”
Alex: “Ik heb uiteindelijk vijf weken in de Koog gelegen om te revalideren. Daarna mocht ik naar huis. Toen ik in het ziekenhuis terecht kwam zat ik midden in een verhuizing. Je komt thuis en alles zit nog in dozen. Ik voelde mij gehandicapt, de traplift die voor Ber bestemd was, kwam nu wel goed uit. Ik zat in een leeg huis en ik had niemand. Ik had alleen John en Jorina. Daar kon ik altijd terecht. Of dat nu elf uur ’s avonds of tien uur in de ochtend is. Ik kon altijd bellen.
John: “Er waren ook momenten dat ik al in bed lag, maar dan ging ik toch gewoon naar hem toe. Ik was er voor hem. Alex: Normaal gesproken, als je partner overlijdt, heb je mensen over de vloer, krijg je kaartjes, heb je de crematie en daarna val je in een gat en dan kun je het gaan verwerken. Die periode heb ik niet gehad. Ik rouwde in het ziekenhuis. Als ik verdrietig was, zag ik een psycholoog en ik had vaak verpleging om mij heen waar ik mee praatte. Thuis was voelde het net alsof het uit was tussen ons en dat Ber verhuisd was.”
Naar Spanje vertrokken
Alex: “Dit is een grappige anekdote, wij hebben een groepje vrienden waar we mee motorrijden, daar maakt ook glasboer Ruud Schippers deel van uit. Tijdens het verhuizen kregen we de bank niet naar binnen, die was te groot om door de voordeur te krijgen. Ik belde Ruud op: ‘Hé man kun je even helpen met de voorruit eruit te halen?’ Hij zei ‘Oké man, geen probleem’. Dat was meer werk dan vooraf gedacht. Het was heel lastig om de voorruit eruit te halen en weer erin te krijgen. Ik vroeg aan Ruud, ‘wat krijg je van me?’ ‘Doe maar een ijsje, maar ik haal dat raam er nooit meer uit, als je gaat verhuizen, dan zaag je die bank maar door midden, maar ik ga dit niet meer doen! Wat een pokkenwerk.’ John: “Niet wetend dat een maand later de kist van Ber door het raam moest. Dus uiteindelijk heeft hij in twee maanden tijd het raam er zes keer uit moeten halen en er weer in moeten zetten. De twee mannen kunnen er nu wel om lachen.
‘Het voelde alsof het uit was’
Alex: “Ik heb Ber niet dood zien gaan of gecremeerd zien worden en daardoor is het rouwproces snel gegaan. Mijn vrienden maakte wel eens een grapje; ‘Ze was je zat, dus eigenlijk is ze gewoon naar Spanje vertrokken.’ Ik kom uit de Jordaan en ben opgegroeid met zwarte humor, ik kan daar wel om lachen. Samen met John en Jorina heb ik de crematie teruggekeken. Dat gaf een gevoel van afsluiting. Door alles wat er is gebeurd, is de vriendschap tussen mij en John nog hechter geworden. We zijn geen vrienden meer. We zijn dierbaren, dat gaat zelfs verder dan familie van elkaar.”
Een gedeelde passie voor muziek
John: “We hoeven elkaar alleen maar aan te kijken en we begrijpen elkaar. We rijden vaak motor en we delen de liefde voor muziek. Onze armen zitten onder de muziektattoos en we hebben zelfs dezelfde tattoo laten zetten met een gitaar en elkaars initialen. Alex: “Voor corona vierden we een keer de verjaardag van John. Hij had van mijn vrouw een fles bier en een fles whisky gekregen. John is gek op whisky en ik op rum. Na mijn coma hebben we die hele fles whisky leeg gedronken we zaten lekker te lallen tegen elkaar. Bij het laatste glas hebben we samen getoast op het leven. Dit was echt een moment van verbintenis samen.” John: “Dat flesje bier maak ik nooit open.”
Alex sluit af met: “Het mooiste wat ik iemand toe zou wensen is een vriendschap zoals ik met John heb. We staan voor elkaar klaar, brengen elkaar naar afspraken toe en zijn er gewoon voor elkaar. Daar bestaat vriendschap uit.” John: “Mijn moeder zei altijd: ‘als je honderd mensen helpt en je hebt zelf een keer hulp nodig dan is één persoon al genoeg.”







Meer nieuws uit Den Helder?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie