Mevrouw Akke Harlaar-Jorritsma (92) deelt haar herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog

ENKHUIZEN - “Hitler laat ons wel met rust.” Dat dachten veel mensen begin 1940 nog. Maar op 10 mei veranderde alles. Vliegtuigen verschenen in de lucht, en even later zei de vader van Akke Harlaar-Jorritsma: “Kind, Hitler is ons land binnengevallen – we zijn in oorlog.” Twee dagen later ging de strijd verder bij de Afsluitdijk. Akke vroeg bezorgd aan haar vader: “Wat gebeurt daar allemaal?” Hij antwoordde: “Ons leger vecht op de Afsluitdijk voor onze vrijheid, maar ze redden het niet – de overmacht is te groot.” De toen zevenjarige Akke groeide op aan het Westeinde in Enkhuizen. Nu, 92 jaar oud, deelt ze vanuit haar woonkamer wat ze zich nog herinnert uit de oorlogsjaren.
Ondanks haar jonge leeftijd, weet Akke zich nog dingen te herinneren van vóór de oorlog. “Ik heb de bruiloft van Juliana en Bernhard meegemaakt, en het jaar erop de geboorte van prinses Beatrix. Vanuit de radio werd het aangekondigd: er is een prinsesje geboren – met haartjes zo zacht als fluweel. Het was een sprankje liefde en hoop, niet wetende dat een paar jaar later alles zou veranderen.”
Stiekem
De eerste oorlogsjaren verliepen relatief rustig, vertelt Akke, maar al snel werd het dagelijks leven steeds zwaarder. “Alles ging op de bon: brood, suiker… Je mocht zelf combinaties maken. Bijvoorbeeld een ons jam, een ons stroop en drie ons suiker.” Toch had haar gezin het beter dan velen. Zij verbouwden groente, de buren hadden aardappels en een boer in de buurt had melk. “We haalden elke dag twee liter melk, maar stiekem achterom, want niemand mocht het zien. Mensen waren goed voor elkaar.”
Onderduikers en razzia’s
De oorlog was niet alleen een tijd van schaarste, maar ook van angst. “Oorlog brengt spanning met zich mee. Mijn twee broers werden opgeroepen voor de arbeidsinzet in Duitsland. De oudste dook onder bij familie in Friesland. ’s Nachts kwamen Duitse soldaten het huis doorzoeken om hem te halen. Het jaar erop werd mijn andere broer opgeroepen. Mijn vader werd gewaarschuwd: als jouw kinderen niet meegaan, nemen ze jou mee als vervanging.” Ook in hun eigen huis vingen ze een onderduiker op. “Een jonge man zat de hele dag op een kamertje boven. Alleen ’s avonds, als het donker was, liep hij even op straat om frisse lucht te halen. Ook in de buurt waren onderduikers, en soms ontmoetten ze elkaar in het geheim.” Joden verstoppen durfde het gezin niet. “Als je gepakt werd, kreeg je geen waarschuwing – je ging er meteen aan.”
Verduistering
Elke avond moest het huis verduisterd worden met zwart papier en houten latjes. Buiten was het aardedonker. “Er was geen stroom of verwarming. We zaten bij een potje olie met een draadje erin als lampje. Om acht uur gingen we meestal naar bed.” Akke herinnert zich ook de razzia’s, waarbij Duitse soldaten fietsen en radio’s in beslag namen. “Onze radio verstopten we in de kast. We luisterden naar Radio Oranje – de stem van strijdend Nederland.”
Vernoemd
Tijdens de laatste oorlogsjaren vlogen er elke nacht bommenwerpers over Enkhuizen richting Duitsland. “De lucht zoemde van de vliegtuigen. Soms kwamen ze beschadigd terug, en werden ze hier opnieuw beschoten. Eén keer stortte er een neer in de polder – het was een vuurzee.” Ook in Enkhuizen was een actieve verzetsgroep. Akke woont nu in een buurt waarvan de straten zijn vernoemd naar verzetsmensen. “Ik heb hen allemaal goed gekend. Zo ook de verloofde van Dirk Wieringa, bijvoorbeeld, de man naar wie de straat vernoemd is waar ik nu woon.”
Het bombardement in de haven
Eén van de heftigste gebeurtenissen beleefde Akke op 15 maart 1945. Ze was net klaar met school en liep met vriendinnen vrolijk op de Prinsenstraat, maar het lachen was van korte duur toen de vliegtuigen verschenen. “Eerst schoten ze, daarna draaiden ze een rondje en lieten vervolgens bommen vallen op Enkhuizen. We schuilden in een steegje achter de pakhuizen. Een jonge Duitse soldaat kwam achter ons aan, drukte ons tegen de muur en beschermde ons. Hij fluisterde: ‘God, bewaar me voor mijn vrouw en kind.’ Sindsdien heb ik nooit meer op dezelfde manier naar hen gekeken. Hij was ook maar een mens, gestuurd om een taak te doen – en hij toonde op dat moment sympathie voor kleine kinderen.” Haar vader, die bij de brandweer werkte, moest die dag voor het eerst mensen identificeren. “Dat heeft hem mentaal altijd zwaar gevallen.” Akke herinnert zich ook een vrouw die wanhopig vroeg of iemand haar man had gezien. “Ik wist dat hij bij de Werf werkte en vreesde het ergste. Helaas had ik gelijk – hij was één van de slachtoffers.”
Een blijvende herinnering
Op 5 mei 1945 was de stad eindelijk bevrijd. “Ik zat boven met een ander meisje dat in ons gezin was opgenomen, toen mijn moeder riep: Meisjes, eruit, we zijn vrij!” Er volgden grote optochten door de stad. “Zo blij als toen ben ik eigenlijk nooit meer geweest. Het gevoel van vrijheid kwam tot in je ziel.” Waarom ze haar verhaal nu wil vertellen? “Omdat zoveel mensen zijn gestorven voor onze vrijheid. Mijn kinderen zeiden: je hebt een taak. Vertel wat je nog weet uit die tijd en deel het met de medemens.” De oorlogsjaren hebben Akke’s karakter deels gevormd. “Ik gooi bijvoorbeeld nooit eten weg en zie overal waarde in. Ik ben dankbaar voor alles wat ik heb.” Op 5 mei kijkt ze uit naar een bijzonder moment. “Ik heb mijn favoriete bevrijdingslied uit mijn jeugd aangevraagd. Het wordt op Bevrijdingsdag gedraaid vanaf de Drommedaris, zodat het door heel Enkhuizen klinkt. Hoe mooi dat we onze vrijheid op zo’n manier mogen vieren.”






Meer nieuws uit Enkhuizen?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie