
LANDSMEER - Dominee Binnema was predikant van de Gereformeerde kerk in Landsmeer en zijn dochter Johanna speelde op het orgel en leidde het kerkkoor. Hij kocht de sigarenwinkel van Gedeking aan de Dorpsstraat 49. Zijn zoon Harm Binnema begon daar in de gang een werkplek waar hij klokken en horloges repareerde.
Er werd een toonbank gemaakt, waar de klanten hun stilstaande klokken en haperende horloges inleverden en ze later weer lopend en tikkend ophaalden.
De dorpsklokkenmaker, in de volksmond Harm genoemd, was in de eerste plaats een reparateur. Veel uurwerken waren erfstukken die van generatie op generatie overgingen. Harm repareerde raderwerken, maakte nieuwe veren of poetste de koperen bellen.
Zijn ene oog leek twee keer zo groot
Hij zat achter de toonbank onder een felle lamp. Hij droeg een camelkleurige stofjas en een koperen loep, die tegen zijn oogkas geklemd zat. Zijn ene oog leek daardoor twee keer zo groot.
Als er een klant binnenkwam, keek hij niet meteen op. Zijn wereld was op dat moment niet groter dan het binnenwerk van een gouden zakhorloge, waar hij met veel precisie een minuscuul radertje in plaatste.
Uurwerken liepen in hun eigen ritme
Zodra je de klink van de zware voordeur naar beneden drukte en de drempel overstapte, kwam je een andere wereld binnen. Overal om je heen klonk het getik van verschillende uurwerken die allemaal in hun eigen ritme liepen. De trage, plechtige slagen van de Friese staartklok, de bescheiden tik-tak van een houten pendule, terwijl een klein Zwitsers koekoeksklokje haastig het ritme probeerde bij te houden. En op een plank achter de toonbank stonden altijd wel een paar wekkers blikkerig proef te draaien.
Als de wijzers de twaalf raakten, barstte in de gang het kabaal los. Elke klok liet om de beurt van zich horen en er ontstond een chaotisch concert van klanken die over elkaar heen rolden met de nerveuze koekoek als solist.
De ‘mooie kamer’ werd werkplaats
Het werd wat krap in de gang met al die klokken en de dorpsgenoten die bij de toonbank stonden om hun kapotte zakhorloge in te leveren. Ook dat constante, overheersende getik en geslaag werd te veel en het gezin besloot om naar achteren te verhuizen en de voorkamer erbij te trekken. Dat was een grote stap, maar het was het waard. De ‘mooie kamer’ werd een werkplaats en de zaak kon eindelijk volop bloeien.
In de jaren zestig was de eerste uitbreiding, toen werd het een echt winkelpand. De mode in de huiskamer veranderde en Harm ging zich toeleggen op pendules en regulateurs. Geen zware gewichten meer aan de muur, maar de bekende schoorsteenklok.
Pendule stond te pronken
De pendule stond te pronken op de schouw, vaak met een glanzende houten kast en een zacht, melodieus slagwerk, zoals de Westminster-slag. De strakke hangklok met een glazen deur werd razend populair. Je kon de slinger van de regulateur prachtig zien zwaaien, wat rust gaf in de nieuwere interieurs van de zestiger jaren. Hoewel de klokken er moderner uitzagen, met hun strakke kasten voor op de schoorsteen, bleef het wekelijkse ritueel hetzelfde. Op zondagochtend, nog vóór de kerkgang, pakte men de vaste sleutel om de veren op spanning te brengen.
Het opwinden was in de kern nooit veranderd. Of het nu een zware, zeventiende-eeuwse klok was met gewichten die je omhoog moest trekken, of een hippe pendule uit de jaren zestig, die je met een sleutel opwond. Zonder de menselijke hand stond de tijd onherroepelijk stil!
Wanneer er iemand overleed, werd de klok symbolisch op het tijdstip van sterven stilgezet, om pas na de begrafenis weer in beweging te worden gebracht als teken dat het leven voor de nabestaanden weer verderging.
Zilveren geboortebekers- en lepels
De winkel veranderde mee met de tijd en langzamerhand kwamen er cadeauartikelen bij. In de etalage lagen zilveren geboortebekers- en lepels, klaar om gegraveerd te worden. Gouden dasspelden en manchetknopen voor de heren die op zondag naar de kerk gingen en lieten zien dat het ze voor de wind ging. Klokjes onder een glazen stolp, die met hun draaiende bolletjes stofvrij onder glas stonden. Een breekbaar sieraad voor op het dressoir. En horloges in luxe doosjes. Geen zware zakhorloges meer aan een ketting, maar elegante polshorloges die als kostbare cadeautjes over de toonbank gingen. De winkel werd steeds uitgebreider en drukker. Zus Johanna ging haar broer Harm assisteren en later werden er winkelmeisjes aangenomen.
Harm en Johanna bleven altijd ongehuwd. Ze bleven in het ouderlijk huis wonen en waren het gezicht van de winkel. Eén keer per week ging Harm met zijn aktetas onder zijn arm naar Amsterdam. Hij had als bijnaam ‘Harm met de harp’, misschien vanwege zijn karakteristieke aktetas? Dan stapte hij op de bus tot aan het Tolhuis, nam de veerpont over het IJ en liep naar de Nes waar de bank van lening was.
Amsterdamse handel kreeg nieuw leven
Daar kocht hij voor een goede prijs de verbeurde onderpanden die geveild werden. Vaak waren de medaillons, bedelarmbanden, zegelringen of horloges dof of kapot, maar hij nam ze allemaal in die harp-tas mee terug naar Landsmeer. In zijn werkplaats poetste hij de sieraden op en maakte hij de uurwerkjes weer lopend. In zijn eigen etalage in de voorkamer, kreeg deze Amsterdamse handel een heel nieuw leven. Sieraden die verpand waren in Amsterdam, waren vaak van hoge kwaliteit goud of zilver. Het was een tastbaar stukje luxe uit de verre hoofdstad, al wist men dondersgoed dat het van de ‘Bank’ kwam.
Nadat Harm en Johanna zich terugtrokken in een bejaardenwoning, is de winkel overgenomen door een bakkerij. Het pand staat er nog steeds aan de Dorpsstraat 49 in Landsmeer. De etalage is weg. Het is nu een woonhuis.
Sonja Duba en Frans Poulain






Meer nieuws uit Landsmeer?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie