
LANDSMEER - Op de langste, zomerse dag van het jaar hield Landsmeer een feestelijke optocht ter gelegenheid van de afsluiting van het 700-jarig bestaan van het dorp.
Bij museum Grietje Tump hingen de kostuums al klaar. Op tafels stonden rieten manden, er lagen petten, hoeden, hulletjes en boerenzakdoeken uitgestald. Overal hing een naam aan, want er was van te voren uitgebreid gepast en iedereen had een eigen kostuum en rol bij de optocht door Landsmeer.
Voorop liepen de vissersmannen met hun fuiken. Ze hadden er zin in en zingend trokken ze langs de straten en vermaakten samen met de zingende dominee het publiek langs de kant. Mensen stonden of zaten op een eigen stoeltje met ijs of een blikje fris in de ene hand, zodat ze met de andere hand konden zwaaien naar de lentebruid die met haar kersverse echtgenoot de stoet verder aanvoerde. Bruidsmeisjes in zwierige jurken met bloemen in het haar strooiden rijst om het bruidspaar vruchtbaarheid, voorspoed en geluk te wensen.
Daarachter kwamen de gezinnetjes met kinderen. Landsmeer groeide in die tijd van vroeger. Een oeroude kinderwagen met daarin een wolk van een baby en een jong moedertje dat alweer zes maanden in verwachting was, lieten dat duidelijk zien.
De dienstbodes met hulletjes en schortjes droegen manden vol met geurige prei en selderij, net geoogste wortels en sappige appels, alles vers van het platteland. De appels waren bedoeld als dorstlesser op deze snikhete, zonovergoten dag. En vroeg het Landsmeerse publiek om een appeltje? Dan deelden de deugdzame dienstbodes die met liefde uit.
Vervolgens kwam de gegoede burgerij. Chique dames gekleed in zwart zijde en kant droegen hoeden met veren. De heren verschenen in jacquet met hoge zijden hoed. Allen waren — althans voor deze optocht — in de rouw, want achter hen reed een authentieke zwarte rouwkoets met twee zwarte Friese paarden ervoor gespannen. Hun hoofden waren bedekt met zwarte rouwkappen en bovenop hun hoofd droegen ze grote, gitzwarte pluimen.
De aanspreker droeg een zwart jacquet met zilveren tressen en een grote, statige steek met een veer. Hij liep voor de koets uit en maakte zo de weg vrij. Vlak naast de koetsier, hoog op de bok van de lijkkoets had de directeur van museum Grietje Tump plaatsgenomen. Beiden gingen ook gekleed in jacquet met zilveren tressen en een steek. Aan de zwarte struisvogelveren op de hoeden van de koetsier en functionarissen en grote zwarte pluimen op de hoofden van de paarden kon het hele dorp zien, dat het een klassenbegrafenis was. Want hoe meer pluimen en veren, hoe rijker de familie.
De koetsier hield het tweespan Friese paarden strak in de hand. Door de oogkleppen konden de dieren weinig zien, maar ze vertrouwden volledig op de teugels en de stem van de koetsier. Bij elke stap die de paarden zetten deinden de pluimen op hun hoofden waardig mee, terwijl het ritmische geklak van hun hoeven de plechtige sfeer versterkte. Naast de koets liep de huilebalk. Als ‘klaagvrouw’ was ze een ingehuurde rouwende. Onder haar zwarte kap weende ze luidkeels om de treurigheid van de begrafenis aan iedereen te laten horen.
‘Van trouwen naar rouwen’ was het thema vanuit het Museum Grietje Tump en de Uitvaartverzorging de Vries in Landsmeer. De ‘vriendenploeg’ van Marco de Vries gaf een extra dimensie aan de optocht.
Een rouwgenodigde noemde het “een mooie belevenis”. Een heer van de gegoede burgerij beweerde: “We waren allemaal even terug in de tijd.” En volgens de aanspreker hebben we het “tot een goed einde gebracht”.
De Landsmeerse vrouw in het Waterlandse kostuum en het ‘gezicht’ van het dorpsfeest, zei zonder na te hoeven denken: “Wat zouden Oma Tump en opa Goede trots geweest zijn als ze dit jubileumfeest hadden meegemaakt.”
Sonja Duba






Meer nieuws uit Landsmeer?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie