Eeuwenoude vakvrouwschap

REGIO - Na de val van Napoleon in 1815 en het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden, ontstonden op het platteland en in de vissersdorpen de verschillende streekdrachten.
Mensen zochten naar een eigen identiteit en lieten met mutsen, kappen, sluiers, jassen en broeken zien waar ze vandaan kwamen. Vooral de hoofdtooien van vrouwen vertelden veel over hun afkomst.
Aan de onderkant van een sluierkap werd vaak een rand kant aangebracht. De kantkunst kwam oorspronkelijk uit België. Via marskramers bereikten garens, patronen en kostbare stukjes kant de dorpen, waardoor nieuwe mode zich over het platteland verspreidde. In het hele Koninkrijk droegen vrouwen kanten randen aan hun mutsen. In de achttiende eeuw nog van linnen, en in de negentiende eeuw van katoendraad.
Kantklossen was een nauwkeurig en tijdrovend werk. Een enkel bloemmotief kostte al uren handwerk en voor een complete rand was men dagenlang bezig. Ontwerpen waren beschermd en mochten niet zomaar worden nagebootst.
Boerenvrouwen hadden door hun werk op het land en in het huishouden weinig vrije tijd. Toch maakten zij ‘s-avonds bij kaarslicht prachtig kantwerk. Omdat duur garen vaak onbetaalbaar was, gebruikten zij eenvoudige materialen. Dankzij hun vakvrouwschap en de verfijnde patronen kreeg het kant toch een rijke uitstraling.
De waarde van kant wordt vaak onderschat. Door de enorme hoeveelheid arbeid die erin zat, was het soms zelfs kostbaarder dan sieraden. Daarom werd het vaak als erfstuk van generatie op generatie doorgegeven.
Sonja Duba en Gre Boerlage






Meer nieuws uit Landsmeer?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie