Ze vluchtte naar de Beemster, en schreef geschiedenis: ‘Betje Wolff werd geboren in 1738 met de geest van nu’

Nieuws
'Betje Wolff' door Liesbeth Havik (links) en 'Aagje Deken' door Wies Ronda.
'Betje Wolff' door Liesbeth Havik (links) en 'Aagje Deken' door Wies Ronda. (Foto: Han Giskes)
Amber Brandenburg Redacteur crossmediaal

MIDDENBEEMSTER - Elisabeth ‘Betje’ Wolff werd op 24 juli 1738 geboren, met een geest en pen die haar tijd ver vooruit was. In het Betje Wolff Museum blijft de eigengereide schrijver springlevend.

Het is de 18e eeuw. 1738 om precies te zijn. Dat jaar ziet Elisabeth ‘Betje’ Wolff het levenslicht. Op 24 juli komt zij ter wereld in Vlissingen. In een welgestelde familie die in haar schrijftalent weinig ziet. Enkel haar moeder omarmt het talent van dochterlief. Helaas mag Betje daar maar tot haar 13e levensjaar van genieten, dan overlijdt haar moeder.

Wanneer Betje op haar 17 jaar een schandaal veroorzaakt door er met de onbemiddelde Matthijs Gargon vandoor te gaan, lijkt Vlissingen te klein. Ze komt onder censuur te staan van de kerkenraad en wordt nagewezen door de inwoners. Maar stoppen met schrijven? Ho maar.

Liesbeth Havik, bestuurslid van het Betje Wolff Museum en vertolker van Betje in theateroptredens; “Ik herken veel van mezelf in haar.”

Natasja Hooijer, inmiddels ‘met heel veel plezier’ een jaar voorzitter van het museum, kijkt haar glimlachend aan. “Als Liesbeth de kleren van Betje aan heeft, ademt ze nóg meer Betje.”

Natasja Hooijer (links) en Liesbeth Hooijer.
Natasja Hooijer (links) en Liesbeth Hooijer. (Foto: Han Giskes)

Op naar de Beemster

Betje blijft schrijven. Gedichten en verhalen. En briefwisselingen met een 52-jarige weduwnaar uit Middenbeemster. Hij is vreselijk gesteld op haar. In predikant Adrianus Wolff ziet zij uiteindelijk een vlucht, op aansturen van haar vader. Dat is voor iedereen het beste. En zo kwam de pas 21-jarige Betje terecht in de Beemster, op de plek waar ik nu zit, de plek waar zij letterlijk geschiedenis schreef, het Betje Wolff Museum.

Natasja, Liesbeth en ik drinken een kop koffie in de ontvangsthal, uitgeschonken door een vrouw met een lieflijke lach. Natasja: “We draaien het museum met een hele boel vrijwilligers. Een stuk of 45. Mensen die vaste diensten draaien, mensen die met evenementen helpen, die klusjes doen en de tuin onderhouden. Zonder hun draait het niet. Ze zijn zo belangrijk.”

Kipperust

Ik volg de voetstappen van Liesbeth op de trap omhoog. Voorzichtig, de lakleren ballerina’s zijn niet het beste schoeisel voor de smalle treden, maar het gaat best zolang mijn hak niet blijft hangen. Hoewel de ruimtes allemaal zijn ingericht met spullen die later verkregen zijn, ruikt het hier nog naar de achttiende eeuw. Of althans: dit is de geur die ik me daarbij voorstel. Een mengsel van oud-hout en het tapijt in mijn grootouders’ huis.

(Foto: archief)

Liesbeth trekt een houten deur open. “Betje zal zich hier misschien wel voor het eerst sinds het overlijden van haar moeder weer veilig hebben gevoeld.” In het krappe kamertje, die Betje omdoopte tot haar schrijfkamer, de zelfbenoemde ‘Kipperust’, omarmen de boekenkasten ons gezelschap. Aan de schrijftafel zit een replica van de schrijver. Ik kan me er amper een voorstelling bij maken. Dat mijn schrijven zo onder druk zou staan. Dat ik zou moeten vluchten, samenwonen met een man ruim dertig jaar ouder, enkel om het verlangen van de pen te vervullen.

Aagje Deken

Weer beneden in de ontvangsthal, tussen de wanden met gedichten, gaat Liesbeth verder. “In april 1777 overleed Adrianus. Toen kwam Aagje Deken, haar goede vriendin, haar ondersteunen. Een half jaar na het overlijden van Adrianus verhuisden de twee samen naar De Rijp.” Via omzwervingen belanden ze in Beverwijk en in 1788 verhuist het duo naar Frankrijk, uit angst voor de dreigende revolutie.

Ik zet mijn tanden in een speciaal Betje-bonbonnetje. Natasja: “Hard van buiten zoals Betje, zacht van binnen als Aagje.” In mijn mond breekt de chocola stevig, maar al bij de eerste kauwbewegingen komt ook Aagje tot leven. De zachtheid waarmee zij Betje wist te temmen. “Ze waren een gouden duo”, Liesbeth krult haar mondhoeken omhoog. “Betje triggerde Aagje. Aagje temperde Betje. Ze waren echte zielsverwanten. Zonder Aagje was Betje nooit zo beroemd geworden.”

In 1797 vestigen ze zich in Den Haag. Ze publiceren nog wel schrijfsels, maar worden afgekraakt door recensenten. Teleurgesteld trekken zij de deur dicht, waarachter Betje in 1804 na een ernstig ziekbed het leven laat. Negen dagen later overlijdt Aagje, zonder ooit nog een woord te hebben gezegd. De twee vriendinnen eindigen samen op begraafplaats ‘Ter Navolging’ in de duinen van Schevingen.

Onder druk

“Ze moet een podium blijven houden. Juist in deze tijd”, benadrukt Natasja. Een tijd waarin vrouwenrechten (weer) onder druk staan. Een tijd waarin vrouwen hun stem langzaam verliezen. Een tijd waarin we moeten opstaan en doorgaan. Strijden. En dat podium is het Betje Wolff Museum. Ga maar eens kijken. Op de Middenweg 178 en op www.historischgenootschapbeemster.nl.

Vrijwilligerswerk doen bij het Betje Wolff Museum? Ze zoeken vrijwilligers in allerlei vormen. Ook op flexibele basis. Bel 0618946590 of mail betjewolffmuseum@historischgenootschapbeemster.nl.

Meer nieuws uit Purmerend?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: