Energiehub op komst in Baanstee Noord

De netcongestie stelt bedrijven in heel Nederland voor grote problemen. In steeds meer gebieden gaat het stroomnet op slot, en voordat dit dusdanig is uitgebreid dat nieuwe bedrijven kunnen opstarten of bestaande kunnen uitbreiden in Noord-Holland, loopt het tegen 2040. Nu zijn er verschillende initiatieven gaande die werken aan een herverdeling van de ‘pot met stroom’. Bijvoorbeeld door slim in te spelen op de pieken en dalen binnen het stroomgebruik van bedrijven en daarin binnen een ‘energiehub’ stroom met elkaar te delen. In Purmerend gaat zo’n pilot van start op de Baanstee Noord en zal daar vanaf eind volgend jaar dan wel begin 2028 een energiehub ‘draaien’.
Het stroomprobleem is zo nijpend dat de spelregels vanuit de overheid en toezichthouder zijn aangepast. Zo kon de provincie vorig jaar komen met het plan voor energiehubs, in samenwerking met Liander, en vooralsnog als pilot uitgezet bij elf kansrijke locaties in het land, waaronder Purmerend. Na de onderzoeks- en verkenningsfase vorig jaar is Purmerend inmiddels aangeland bij de ontwerpfase. Henry Koning, strategisch adviseur energie, en Marco Hijstee, strategisch adviseur economie bij de gemeente Purmerend, vertellen wat er zoal bij komt kijken.
Onderstation gereedmaken
Voor de energiehub kan werken moet eerst het onderstation in Baanstee Noord zijn voorzien van stroom. Momenteel wordt er vanuit Wijdewormer langs de A7 en N244 richting de Baanstee gegraven en geboord om zo’n 13 kilometer pijp voor de kabels door te trekken. “Op zich al een hele onderneming”, zegt Henry. “Hier zijn zo’n vijftig grondeigenaren bij betrokken die allemaal toestemming moeten geven en meewerken. Dat duurt doorgaans jaren, maar in Wijdewormer en Purmerend is dit proces in korte tijd doorlopen, daar zijn we erg blij mee.” Wanneer dit gereed is en in de loop van dit jaar het station kan draaien, volgen de laatste stappen voor de energiehub die zich als een spinnenweb rond het onderstation zal verspreiden.
Zelf oplossingen zoeken
Henry geeft aan dat er twee hoofdbewegingen zijn waar het gaat om de ontwikkelingen in stroom. “Aan de ene kant de uitbreiding van het net: het hoogspanningstracé en kabels leggen, etc. Als je naar dat spoor kijkt is er niet eerder stroom dan 2038. Het tweede spoor is dat je lokaal probeert oplossingen te vinden. Zoeken naar plekken of methodes om stroom op te wekken. Windmolens, zonnepanelen of geothermie, en dat je dat dan ook lokaal gebruikt voor je eigen bedrijven of woningen. Dat is gemakkelijk te organiseren rondom een station en ook letterlijk wat er aan de hand is in Baanstee Noord.”
“Daar proberen we onszelf te helpen. Wel dankzij en met het gebruik van het station en de kabels van Liander. We proberen met de stroom die de bedrijven hebben toegekend gekregen en wat we met elkaar nog kunnen genereren, alle bedrijven te helpen die nog naar Baanstee Noord toe willen, en de bedrijven die er al zitten en willen uitbreiden. Zo maken we ons zo onafhankelijk mogelijk van die netuitbreiding.”
Flinke investering gemeente
De energiehub is alleen toegankelijk voor bedrijven die zijn aangesloten op het onderstation Baanstee Noord. Van belang voor een energiehub is namelijk dat de bedrijven bij elkaar geconcentreerd zijn en gebruikmaken van hetzelfde onderstation. Dat was een belangrijke reden voor de toewijzing van de pilot. “Maar niet de enige”, benadrukt Marco. “Ook het feit dat de gemeente Purmerend duidelijk het belang en de noodzaak ervan ziet, en hier flink in investeert.”
Duurzaamheidscoördinator
De overheid wil dat gemeenten en bedrijven bij een tekort eerst zelf kijken wat ze kunnen doen. Purmerend heeft al zo’n vijftien jaar een duurzaamheidscoördinator voor bedrijven actief. Deze kijkt met de bedrijven onder andere naar hun stroomverbruik: wat kunnen ze besparen door iets anders in te vullen, en hoe kan een bedrijf met een zo klein mogelijke stroomaanvraag de productie en eventuele groeimogelijkheden realiseren. Marco: “In het verleden werd er soms een hele zware aansluiting aangevraagd terwijl ze die helemaal niet nodig hadden. Nu wordt er meer maatwerk geleverd. De resultaten die met de duurzaamheidscoördinator worden behaald waren voor de provincie ook een van de redenen om Purmerend aan te wijzen voor de pilot.”
Analyse stroomgebruik deelnemers
Om de energiehub op te zetten was het nodig dat potentieel deelnemende bedrijven inzicht gaven in hun stroomgebruik. Henry: “Dat hebben zij ook gedaan, en dat is best netjes want het is soms vrij gevoelige informatie. In dat inzicht zie je hoe het stroomverbruik zich door de dag heen verspreidt, waar de pieken en de dalen liggen.”
“We hebben de provinciale subsidie gebruikt om een gespecialiseerd bedrijf aan te trekken dat deze informatie heeft geanalyseerd, geharmoniseerd en alles met elkaar in verband heeft gebracht. Dat gaf de conclusie dat het zeker zinnig is om die energiehub te gaan bouwen. Als je alleen maar bedrijven bij elkaar hebt die tekort hebben, dan kun je er niets mee. Je moet er een paar hebben met een overschot of bedrijven die op een ander moment stroom gebruiken dan een ander.”
Samen afspraken maken
Het was en is van belang vooral creatief te kijken naar het stroomverbruik, wil je het samen delen. Henry: “Een bedrijf bijvoorbeeld met een grote koelinstallatie waar de diepvries minimaal –20 moet zijn, zou op het moment dat er veel stroom is extra kunnen koelen naar –30. En op een moment dat stroom krap is de stroom uitzetten en de temperatuur laten oplopen naar die –20. Dat is allemaal maatwerk. Dat soort werkafspraken zullen we binnen die energiehub gaan maken.”
Proefperiode
Uiteindelijk moet er voor de deelnemers in de energiehub een verzamelcontract komen dat de stroomcapaciteit van bedrijven combineert. Ook een regelsysteem en een organisatie die afspraken maakt met de bedrijven zijn noodzakelijk. Om de drempel te verlagen is er voor bedrijven die instappen een proefperiode ingesteld van drie jaar. Marco: “Mochten ze uitstappen, dan krijgen zij hun individuele contract weer terug. Maar je hoopt natuurlijk met elkaar dat je dat niet nodig gaat hebben. Het maakt het alleen voor bedrijven iets minder risicovol.”
Mogelijkheid tot doorgroeien
Bedrijven die op deze wijze hun stroomoverschot delen schieten er qua kosten niets bij in. Voor andere bedrijven kost het in de energiehub wat meer dan het huidige stroomverbruik en de huidige aansluitingen. Marco: “Maar aan de andere kant helpt dit bedrijven om eerder dan 2038 te kunnen groeien en hun prognoses te halen. Ze kunnen blijven doorgroeien of ontwikkelen. Dat is hun voordeel, anders krijgen ze geen stroom toegekend.”
Goede sfeer onder de bedrijven
Maar de bedrijven op Baanstee Noord zijn blij met deze kans, dat merkten Henry en Marco al op de informatiebijeenkomst vorig jaar. “Er kwamen ook bedrijven die zelf totaal geen stroomprobleem hebben. Er is hier een goede sfeer onder de bedrijven om elkaar te willen helpen. Zij zien allemaal in dat de energiehub de mogelijkheid geeft om niet tien jaar stil te staan. Daar zit niemand op te wachten. Bovendien merk je al dat hierdoor de bedrijven ook op andere manieren gaan samenwerken met elkaar, meer samen afstemmen of op andere vlakken samen investeren.”
“Deze samenwerking in stroom is een lastige puzzel om op te lossen maar het zou best kunnen zijn dat het nieuwe creativiteit oplevert”, besluit Henry. “Je hebt elkaar nodig en je helpt elkaar.”





