Over van alles wat klein is

Heel vroeg in het voorjaar zat ik even in de tuin bij de eerste zonnestralen. Dat duurde niet lang want een guur windje verdreef mij uit de stoel.
Bloemen waren er nog niet. Geen nood, het eerste groen van de vaste planten vertoonde zich al. Maar opeens: daar bewoog iets. Een heel klein zwart dingetje, een mier! Op het tuinpad. Geloof het of niet, ik kreeg van blijdschap een traan in het oog. Zo klein, zo nietig en zo nuttig. Ik begroet deze beestjes met vreugde. Ze zorgen ervoor dat mijn rozen zeer weinig last van luis krijgen. Bovendien zijn mieren wel haast de eerste beestjes die ik in het voorjaar begroet. Ze zijn in mijn ogen het begin van het seizoen.
Ook klein en wel zo leuk, zijn mijn kleinkinderen. De eerste drie kwamen op Moederdag met hun papa en mama mee. Ze droegen een mooi bakje met plantjes en cadeautjes. De kleinste is, net als oma, dol op kleine beestjes. Bij het weggaan stond hij even stil in de tuin en keek. Daar zag hij een lieveheersbeestje, hield zijn vinger erbij en het mooie beestje werd met aandacht bekeken. Zijn vader moest gaan werken dus die had haast. Maar Gijsje bekeek het beestje nauwkeurig en zei: ”Hij probeert te vliegen kijk maar”.
Even later kwam er een hele grote bos veldbloemen over het tuinpad naar me toe. Erboven de glimlach van mijn oudste zoon en zijn dochtertjes. Die veldbloemen zijn een jaarlijkse traditie. Ze kunnen mij niet blijer maken. De meisjes wilden naar de kinderboerderij. Grote en kleine beesten werden geaaid.
Het belangrijkst van deze dag is wel, dat oma met plezier kon vaststellen dat kinderen en kleinkinderen veel van haar, maar eveneens van de natuur en kleine beestjes houden.






Meer nieuws uit Rozenburg?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie