Geveild aan de laagste bieder: vergeten geschiedenis van de bestedelingen

Historie
Schrijver Menno Lanting.
Schrijver Menno Lanting. (Foto: Kenneth Tan/aangeleverd)

REGIO - Tot diep in de twintigste eeuw werden kinderen, ouderen en mensen met een beperking in Nederland uitbesteed via veilingen. Schrijver Menno Lanting brengt deze pijnlijke geschiedenis in zijn nieuwe boek aan het licht.

Met De Bestedeling, dat na twee jaar onderzoek verscheen, komt een vergeten hoofdstuk boven: kinderen, ouderen en mensen met een beperking werden bij opbod toegewezen; wie het laagste bedrag vroeg om hen in huis te nemen, kreeg de zorg. Het systeem bepaalde het lot van honderdduizenden mensen.

Archieven

In archieven verschijnen bestedelingen als cijfers en korte notities: één gulden per week voor een kind, negen gulden voor een oudere man, een opmerking over schoenen of ‘schoolgeld in overleg’. Zakelijk lijkt het, maar achter die regels schuilen levens vol onzekerheid. “Achter elk bedrag in de kasboeken schuilt een kind of een oude man of vrouw,” zegt Lanting. “Die getallen bepaalden waar iemand woonde, wat hij at en of hij naar school kon.”

Particuliere gezinnen

Gestichten en weeshuizen konden slechts een deel van de behoeftigen opvangen; het merendeel kwam bij particuliere gezinnen terecht. Soms gaf dat warmte en zorg, maar vaak betekende het een bestaan van meewerken en zwijgen. Boeren namen soms kinderen uit plichtsbesef op, vaker speelde economie een rol: extra kinderhanden leverden arbeid op, kostgeld verzachtte de armoede.

Verwaarlozing

De praktijk kon genadeloos zijn. In herbergen of gemeentehuizen werden kinderen en ouderen op een tafel gezet terwijl gezinnen boden. Niet wie het meest wilde geven, maar wie het minst kost gaf, kreeg de persoon toegewezen. Daardoor belandden kwetsbaren bij de armste gezinnen, met alle risico’s van verwaarlozing. “Kinderen werden niet gezien als mensen met recht op bescherming, maar als lasten die zo goedkoop mogelijk moesten worden ondergebracht”, aldus Lanting. Voor Lanting begon het onderzoek dichtbij huis. Zijn overgrootmoeder Geesken werd in 1877 wees; hij dacht dat ze in een weeshuis zat tot hij uitbestedingsformulieren vond. “Ik werd erdoor overvallen”, zegt hij. “Het raakte me diep, omdat ik besefte dat dit niet alleen mijn familiegeschiedenis is, maar ook die van honderdduizenden anderen.”

Fluisteringen

Lanting sprak met nazaten. In families bestaan fluisteringen: opa die ‘uitbesteed’ was, oma die in de kost lag bij vreemden. “Het zijn verhalen die vaak niet meer openlijk verteld worden, maar die wel een stempel hebben gedrukt op generaties.” Zijn moeder vermoedt dat ook haar moeder sporen van dit verleden meedroeg. “Die pijn gaat door, ook als er niet meer over gesproken wordt.”

Enorme aantallen

Rond 1900 verbleven naar schatting 10.000 kinderen in weeshuizen, terwijl 15.000 tot 20.000 kinderen jaarlijks als bestedeling bij gezinnen woonden. Daarbij komen ouderen en mensen met lichamelijke of psychische beperkingen die eveneens werden toegewezen. “Het gaat om enorme aantallen”, benadrukt Lanting. “Toch is er nauwelijks over geschreven.”

Onderzoek

Het onderzoek bevat verslagen, notulen en persoonlijke brieven; het toont bureaucratische onverschilligheid en soms oprechte zorg. De interviews met nazaten brengen kleine details die helpen begrijpen hoe diep de gevolgen reiken in gezinnen, gemeenschappen en generaties en herinneringen die blijven en roepen.


Cover ‘De Besteding’. (Foto: aangeleverd).

Het Oude Armen Weeshuis in Enkhuizen

Lanting dook ook de geschiedenis in van Enkhuizen. In 1551 verrees aan de oostzijde van het Sint-Urselsklooster een nieuw weeshuys, bedoeld voor kinderen van poorters die jonger waren dan tien jaar. Na de Reformatie wees het stadsbestuur het klooster toe aan het Oude Armen Weeshuis. Daarmee kreeg de instelling een vaste plek in de stedelijke armenzorg. 

De financiën waren lange tijd wankel. Kinderen moesten meewerken in een lakenweverij en later in een lijnbaan en nettenboeterij. De opbrengsten kwamen ten goede aan de kas van het weeshuis, de wezen ontvingen hooguit wat zakgeld. Rond 1660 kampte de instelling met forse schulden, maar door strakke financiële maatregelen en het teruglopen van het aantal wezen na pestgolven en oorlog, ging het in de 18e eeuw beter. Men sprak zelfs van het ‘rijke weeshuis’.

In 1729 opperden de regenten het idee om kinderen een burgerambacht te laten leren. Het stadsbestuur aarzelde, maar na het overlijden van de opzichter van de lijnbaan in 1740 kwam de omslag. De lijnbaan en boeterij werden opgeheven en de wezen moesten voortaan worden opgeleid in een ambacht, of – vanaf hun tiende jaar – uitbesteed of naar zee gestuurd.

Dit markeert een verschuiving in de wezenzorg van Enkhuizen: van collectieve arbeid binnen de instelling naar individuele plaatsing buiten de muren. Economische motieven en stedelijk beleid bepaalden het lot van de kinderen, die daarmee onderdeel werden van een bredere praktijk van bestedeling en arbeidsinzet.

Parallellen

Opvallend zijn parallellen met nu: kwetsbare kinderen en volwassenen lijken nog altijd afhankelijk van geluk of pech — in welk gezin je terechtkomt maakt verschil voor zorg en toekomst.  “Het is niet eerlijk om het verleden met de maatstaf van nu te meten”, zegt hij. “Maar we moeten begrijpen hoe dit kon gebeuren en wat het heeft betekend.”

Kennis en erkenning

Met zijn boek wil Lanting het zwijgen doorbreken. Hij reconstrueerde verhalen van kinderen bij vreemden, van ouderen in onbekende huizen en van families gebukt onder armoede. “Ik hoop dat dit boek niet alleen kennis geeft, maar ook erkenning. Er zijn honderdduizenden mensen geweest die zo’n jeugd of ouderdom hebben gekend. Het minste wat we kunnen doen, is hun verhalen eindelijk een plek geven.” 

Het boek ‘De Bestedeling’ kun je bestellen op de website van Bruna.

Meer nieuws uit Stede Broec?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: